Hematologische verschijnselen

Diagnostiek 

Er is niet systematisch gezocht in de literatuur naar diagnostiek van hematologische verschijnselen bij kinderen tussen 0 en 18 jaar in de palliatieve fase. De overwegingen en aanbevelingen zijn geformuleerd op grond van ervaringen van experts.

Aanbevelingen

Belangrijk: Zie algemene aanbevelingen voor aanbevelingen die van belang zijn in elk palliatief traject en in elk stadium van de ziekte van het kind.

Doen 
(sterke aanbeveling)

  • Doe alleen diagnostiek als het belangrijke therapeutische consequenties heeft zonder teveel belasting voor het kind.

Overwegingen

Aanbevolen wordt pas diagnostiek in te zetten naar de oorzaak van de anemie, trombocytopenie of stollingsstoornis, als het kind symptomen vertoont en de behandeling van de onderliggende oorzaak de kwaliteit van leven voor het kind verbetert zonder een te grote belasting voor het kind. Het doen van diagnostiek wordt afgeraden als de nadruk van de behandeling op symptoombestrijding ligt.
Bloedonderzoek naar het hemoglobinegehalte, type anemie en bouwstenen in de bloedaanmaak geven inzicht in het soort anemie en de onderliggende oorzaak. Leukocyten- en trombocytenaantal differentiëren of er sprake is van beenmerginfiltratie of beenmergfalen. Oriënterend stollingsonderzoek en eventueel specifiek onderzoek naar individuele stollingsfactoren kunnen helpen in het aantonen van een tekort aan stollingsfactoren. Echografisch onderzoek naar een vergrote milt of kuitvenetrombose kan aanvullend zijn in de diagnostiek van een trombocytopenie of trombose. 
 

Vernieuwde weergave Pallialine
Zoals u ziet heeft Pallialine een nieuw uiterlijk gekregen. Aan de inhoud van de richtlijnen is niets gewijzigd.