Dyspneu

Werkgroep

Marinka de Groot, voorzitter
Mariska Nieuweboer
Willemien de Weerd
Linda Corel
Carla Juffermans    
Cindy Joosen
Kim van Teunenbroek
De leden van de Kerngroep
 

Inleiding, definitie en oorzaak

Dyspneu wordt omschreven als het subjectieve gevoel van gestoorde of bemoeilijkte ademhaling. Dyspneu wordt vaak benoemd als ‘kortademigheid’, ‘benauwdheid’, ‘ademnood’, of ‘geen lucht kunnen krijgen’. Het is een van de meest onaangename en bedreigende symptomen. Het gaat vaak gepaard met angst bij het kind en gezin (zie richtlijn angst en depressie). Er is geen duidelijke relatie tussen het subjectieve gevoel van dyspneu en objectieve bevindingen zoals intrekkingen, neusvleugelen, gebruik van hulpademhalingsspieren of zuurstofgehalte van het bloed en prestatievermogen.

Dyspneu komt voor bij 40-65% van de kinderen met maligne aandoeningen (1-3). De impact van dyspneu is groot, zowel op het kind als op de naasten, mede door de functionele beperkingen op fysiek en sociaal gebied. Dyspneu vermindert de kwaliteit van leven sterk en wordt in de palliatieve fase soms als een indringender probleem ervaren dan pijn (4). Volwassenen met dyspneu in de laatste levensfase willen minder graag verder leven en hebben ook een kortere levensverwachting dan palliatieve patiƫnten zonder dyspneu (5, 6). We gaan ervan uit dat dit voor kinderen net zo geldt.

De differentiaaldiagnose van dyspneu is enorm groot en kan het best via een anatomische benadering worden georganiseerd:

  • Bovenste luchtwegen
    • Obstructie van keel of trachea door tumor, secreet, aspiratie of corpus alienum
  • Pulmonaal
    • Obstructie van de centrale luchtwegen (tumor, secreet, corpus alienum, bloeding).
    • Afname ventilerend oppervlak ten gevolge van:
      • operatie (lobectomie, pneumectomie)
      • atelectase
      • metastasen
    • InterstitiĆ«le afwijkingen ten gevolge van:
      • bestralingspneumonitis/fibrose
      • longafwijkingen ten gevolge van chemotherapie
      • lymfangitis carcinomatosa
      • astma
      • Infecties
      • longembolie
  • Extrapulmonaal/ intrathoracaal
    • pleuravocht
    • pneumothorax
    • vena cava superior syndroom
  • Cardiaal
    • overvulling/hartfalen
    • pericarditis
    • ritmestoornissen
  • Overig
    • anemie
    • ascites/ruimte innemend proces
    • parese van de n. recurrens of de n. phrenicus
    • neuromusculaire aandoeningen
    • psychogene factoren (angst)
       
Vernieuwde weergave Pallialine
Zoals u ziet heeft Pallialine een nieuw uiterlijk gekregen. Aan de inhoud van de richtlijnen is niets gewijzigd.