Verpleeghuis & Palliatieve Unit
- Snel naar:
- Over NPPZ II
- Strategische thema's
- Contact
Inhoud
4.1 Verpleeghuis
4.1.1 Arts
4.1.2 Verpleging, verzorging en begeleiding
4.1.3 Geestelijke verzorging
4.2 Palliatieve unit (PU)
4.2.1 Arts
4.2.2 Medisch specialistische zorg
4.2.3 Geestelijke verzorging
4.3 Vrijwilligers
4.4 Hulpmiddelen
4.5 Nazorg
4.6 Afleggen en opbaren
4.7 Knelpunten
4.8 Opgeloste knelpunten
Mam, wil je een slokje water?' Sara kijkt Guus hulpeloos aan als Olivia weer begint over te geven. Wat extra tijd is fijn, maar wat voor tijd is dat als je misselijk en brakend in een ziekenhuisbed ligt? Ze wil lekker in de tuin zitten met Guus en Sara. Olivia bespreekt haar twijfels met het team Palliatieve Zorg van het ziekenhuis. Ze besluit te stoppen met de behandeling. Het team is bezorgd om heropnames als Olivia naar huis zou gaan en praat met haar over andere mogelijkheden. Een verpleeghuis vlak bij hun huis heeft een Palliatieve Unit (PU): een afdeling voor hospicezorg waar ook personen van buiten terecht kunnen. Sara googelt het meteen. “Kijk, ze hebben een hele mooie tuin!”In het verpleeghuis is een continu aanbod van zorg. Als bewoners behoefte krijgen aan palliatieve zorg kunnen de zorgprofessionals daar direct op inspelen. Sommige verpleeghuizen richten een speciale afdeling in voor palliatieve zorg, een Palliatieve Unit (PU). Daar kunnen ook personen van buiten de instelling terecht. Dit hoofdstuk beschrijft de financiering van palliatieve zorg in het verpleeghuis en de PU.
4.1 Verpleeghuis
Bewoners van verpleeghuizen hebben een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Palliatieve zorg is onderdeel van het zorgprofiel dat de patiënt al heeft. Als een patiënt bijvoorbeeld Zorgpakket VV 6 heeft, dan wordt palliatieve zorg bekostigd vanuit dat pakket.138
Er kan een intramurale toeslag worden aangevraagd als meer zorg nodig is dan op grond van de indicatie mogelijk is, én de zorgbehoefte voortkomt uit:
1° gespecialiseerde epilepsiezorg
2° chronische invasieve beademing
3° non-invasieve beademing
4° klinisch intensieve behandeling
5° niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie
6°. observatie
7° zorg in verband met een CVA
8° zorg in verband met de ziekte van Huntington
9° gespecialiseerde zorg in verband met de ziekte van Huntington waarbij sprake is van verblijf in een instelling
10° gespecialiseerde zorg in verband met het syndroom van Korsakov waarbij sprake is van verblijf in een instelling
11° gespecialiseerde zorg in verband met een langdurige bewustzijnsstoornis waarbij sprake is van verblijf in een instelling
12° gespecialiseerde zorg in verband met dementie met zeer ernstig probleemgedrag die gericht is op verbetering van het probleemgedrag en waarbij sprake is van verblijf in een instelling
13° gespecialiseerde zorg in verband met een zeer ernstige gerontopsychiatrische aandoening waarbij sprake is van verblijf in een instelling
14° gespecialiseerde zorg in verband met multiple sclerose met ernstige motorische beperkingen waarbij sprake is van verblijf in een instelling
15° gespecialiseerde zorg in verband met niet-aangeboren hersenletsel met zeer ernstig probleemgedrag waarbij sprake is van verblijf in een instelling of
16° coördinerende activiteiten in het kader van de levensloopaanpak zoals omschreven in de Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg139,140
Naast deze specifieke intramurale toeslagen kan ook een beroep gedaan worden op de meer generieke prestatie ‘meerzorg’. Als de zorgbehoefte minimaal 25 procent hoger is dan het op grond van de indicatie mogelijk is, kan naast de zorgprofielen Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding (voorheen VV 7) en Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging en verpleging (voorheen VV 8), de prestatie zzp-meerzorg worden aangevraagd bij het zorgkantoor.141,142
Als de patiënt terminaal is en behoefte heeft aan intensieve palliatieve zorg, bestaat de mogelijkheid om voor deze patiënt Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg (voorheen VV 10) te declareren. De situatie van de patiënt dient dan aan de volgende criteria te voldoen:
- De behandelend arts heeft in een verklaring aangegeven dat de levensverwachting van de patiënt korter is dan drie maanden
- De patiënt moet beschikken over een geldige Wlz-indicatie
- Er is noodzaak tot zeer intensieve 24-uurszorg, die in het reeds geïndiceerde zorgprofiel niet mogelijk is
- Er is noodzaak tot bestrijding van zware pijn en/of verwardheid en/of benauwdheid en/of onrust
- Er is sprake van complexe zorg en inzet van verschillende disciplines en noodzaak van continue nabijheid van zorg
De behandelend arts moet verklaren dat de patiënt voldoet aan deze criteria. Het eerder door het CIZ geïndiceerde zorgprofiel van de patiënt kan niet tegelijk met de VV 10 worden gedeclareerd. Ook kan bij dit zorgprofiel geen meerzorg in rekening worden gebracht.
4.1.1 Arts
Wlz-behandeling en algemene geneeskundige zorg zijn onderdeel van de Wlz in de instelling. Indien de patiënt met een indicatie inclusief behandeling verblijft in een, wordt de patiënt uitgeschreven bij de eigen huisarts. Een specialist Ouderengeneeskunde, die in dienst is van de instelling of als onderaannemer door de instelling wordt ingehuurd, levert dan de behandeling én de medisch generalistische zorg., De instelling kan voor de medisch generalistische zorg ook gebruik maken van een huisarts. Het verpleeghuis betaalt dan de inzet van de zelfstandig specialist Ouderengeneeskunde of de huisarts uit het zorgzwaartepakket van de patiënt.
Voor patiënten die geen indicatie hebben voor behandeling levert een huisarts de algemeen geneeskundige zorg via de ZVW. Indien daarnaast behandeling door de specialist Oudergeneeskunde gewenst is, is dit op consultbasis te declareren via de functie H335.
4.1.2 Verpleging, verzorging en begeleiding
De totale inzet voor verpleging, verzorging en begeleiding wordt vergoed vanuit de zorgprofielen (zie inleiding van deze paragraaf).143
4.1.3 Geestelijke verzorging
De patiënt kan met de geestelijk verzorger van de instelling bespreken hoe hij of zij het ziekteproces ervaart. De geestelijk verzorger kan specialistische ondersteuning bieden op het gebied van coping en zingeving, het bieden van een vrijplaats144 en het begeleiden bij religie en spiritualiteit.145 Een instelling dient ervoor te zorgen dat geestelijke verzorging beschikbaar is.146 Vanuit de Wlz wordt dit bekostigd uit de tarieven van de zorgprofielen.
4.2 Palliatieve Unit (PU)
Olivia zit in een rolstoel en neemt een slokje thee. Stilletjes geniet ze van het zachte lentebriesje en het gebabbel van Guus en Sara. Het is niet thuis, maar het voelt toch huiselijk. In het verpleeghuis is een specialist Ouderengeneeskunde werkzaam. Omdat het verpleeghuis dicht bij het huis van Olivia is, wil ze graag onder behandeling blijven bij haar eigen huisarts. Die kent haar immers al lang en heeft het verloop van de ziekte vanaf het begin met het gezin meegemaakt. Dat begrijpt de specialist Ouderengeneeskunde en hij stemt daarover af met de huisarts. Daar waar Olivia specialistische palliatieve zorg nodig heeft, neemt de specialist Ouderengeneeskunde deze voor zijn rekening. Als het braken onophoudelijk wordt, stelt de in palliatieve zorg kaderopgeleide specialist Ouderengeneeskunde van het verpleeghuis in een familiegesprek voor om te starten met palliatieve sedatie. "Ik hou van je, mam", zegt Sara. Guus strijkt over de wang van zijn vrouw. Op een zondagmiddag overlijdt Olivia te midden van haar gezin.Patiënten die van buitenaf op de PU worden opgenomen, hebben veelal geen Wlz-indicatie. Zij ontvangen zorg in de instelling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Patiënten die thuis woonden met een Wlz-indicatie (zie paragraaf 2.1.2) en bewoners van een verpleeghuis die naar een PU worden verplaatst, krijgen de zorg op de PU vanuit de Wlz. Palliatieve zorg op een PU wordt dus op verschillende manieren bekostigd:
|
Opname PU Zorgverzekeringswet |
Opname PU Wet langdurige zorg |
|
Patiënten die bij aanvang van de PTZ nog geen Wlz-indicatie hadden, krijgen de zorg in de instelling vanuit de Zvw via de prestatie Eerstelijnsverblijf voor palliatieve terminale zorg (ELV PTZ). Deze prestatie kan worden gedeclareerd als de levensverwachting van de patiënt volgens de behandelend arts gemiddeld drie maanden of korter zal zijn.147 Het ELV-tarief is integraal voor de zorg die in de instelling wordt geleverd. Dat wil zeggen dat de instelling hier medische zorg, verpleging en verzorging uit bekostigt. Het is een maximumtarief.148 Het is mogelijk om met de zorgverzekeraar een contract af te sluiten over de prestatie Coördineren van verblijf (regionale coördinatiefunctie). Met deze prestatie kan regionale coördinatie over beschikbare bedden worden vergoed.149 |
Een opname op de PU kan vanuit de Wlz op verschillende manieren worden gefinancierd. Het verpleeghuis waar de unit deel van uitmaakt, kan een contract afsluiten met het zorgkantoor voor intramurale zorg. Financiering is dan zoals in het verpleeghuis (zie paragraaf 4.1) Voor het kunnen declareren van het zorgprofiel Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg (voorheen VV 10) bij patiënten die vanuit een verpleeghuis komen, dient de behandelend arts een verklaring af te geven over alle criteria genoemd in paragraaf 4.1. |
4.2.1 Arts
|
Arts PU Zorgverzekeringswet |
Arts PU Wet langdurige zorg |
|
Voor een patiënt opgenomen op een Palliatieve Unit in een instelling kan de specialist Ouderengeneeskunde de zorg op zich nemen.0150 Dit hoeft echter niet. De huisarts kan ook de patiënt zelf blijven behandelen, waar nodig met ondersteuning. De kosten voor de inzet van de specialist Ouderengeneeskunde vallen onder de prestatie Eerstelijnsverblijf voor palliatieve terminale zorg.151 De huisarts kan hiervoor de prestaties ‘Intensieve zorg’ declareren, omdat er in eerstelijnsverblijf palliatieve terminale zorg wordt geboden.152 Zie ook paragraaf 2.1.1. |
Bekostiging van medische zorg op een PU voor patiënten met een Wlz-indicatie is gelijk aan de bekostiging in het verpleeghuis (zie paragraaf 4.1) of thuis (zie hoofdstuk 2). Vergoeding zoals in het verpleeghuis of thuis kan alleen als het verpleeghuis waar de PU onderdeel van is, daarvoor een contract heeft afgesloten met het zorgkantoor.
|
4.2.2 Medisch specialistische zorg
Medisch specialistische zorg die in plaats van in het ziekenhuis in de thuissituatie kan worden geleverd (bijvoorbeeld met behulp van e-health), kan per 1 januari 2020 worden gedeclareerd via de prestatie ‘Klinische zorgdag in de thuissituatie, inclusief eventuele verpleging door het ziekenhuis’ (190228).153 Het ziekenhuis kan deze zorgactiviteit ook declareren voor medisch specialistische zorg die wordt geboden in het verpleeghuis of de PU. Daarnaast is het vanaf 1 januari 2020 voor het openen van een zorgtraject door de medisch specialist niet langer nodig dat hij de patiënt fysiek ontmoet bij aanvang van een nieuw zorgtraject. In plaats daarvan kan hij bijvoorbeeld ook een Screen-to-screenconsult ter vervanging van een Eerste polikliniekbezoek (190165) registreren.154 Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar hoofdstuk 2.3.
4.2.3 Geestelijke verzorging
|
Geestelijke verzorging PU Zorgverzekeringswet |
Geestelijke verzorging PU Wet langdurige zorg |
|
Een zorgaanbieder die verblijf levert zal geestelijke verzorging moeten bieden vanuit het tarief ELV. Het zorginstituut ziet ‘geestelijke verzorging’ als voorziening die als onderdeel van het verblijf geleverd wordt, overeenkomstig andere, meer praktische, voorzieningen die inherent zijn aan het verblijf, zoals bad, bed en brood. |
Bekostiging van geestelijke verzorging op een PU voor patiënten met een Wlz-indicatie is gelijk aan de bekostiging in het verpleeghuis (zie paragraaf 4.1) of thuis (zie paragraaf 2.2.3). Vergoeding zoals in het verpleeghuis of thuis kan alleen als het verpleeghuis waar de PU onderdeel van is, daarvoor een contract heeft afgesloten met het zorgkantoor. |
4.3 Vrijwilligers
Net als thuis en in een hospice kunnen in een instelling PTZ opgeleide vrijwilligers van de lokale organisatie Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ) worden ingezet. De instelling kan hierover afspraken maken met een VPTZ-organisatie in de regio, die voor vergoeding subsidie aanvraagt via de subsidieregeling PTZ. Deze subsidieregeling loopt eind 2026 af en wordt momenteel geëvalueerd.
4.4 Hulpmiddelen
Alle patiënten die in een Wlz-instelling verblijven ontvangen hun mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel) en hulpmiddelen, zoals een tillift en een hoog-laag bed (zogeheten ‘roerende voorzieningen’), vanuit de Wlz.155
Patiënten die thuis wonen, ontvangen hulpmiddelen vanuit de Wmo. Bij een verhuizing naar een Wlz-instelling, worden de hulpmiddelen normaal gesproken na de verhuizing opgehaald. Echter, bij een verblijf of logeren van minimaal 18 dagen per jaar bij familie of naasten, kunnen de hulpmiddelen vanuit de Wmo – bijvoorbeeld een tillift – behouden worden in de thuissituatie.
Voor hulpmiddelen vanuit de gemeente geldt een andere werkwijze ten aanzien van het behoud van hulpmiddelen dan voor de hulpmiddelen vanuit de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar beslist op basis van coulance of de patiënt de hulpmiddelen – zoals een antidecubitusmatras – kan behouden. De patiënt dient daarvoor een coulanceverzoek in bij de verzekeraar.156
4.5 Nazorg
De betrokken zorgverleners spelen direct na het overlijden van de patiënt in op wat de nabestaanden nodig hebben.157 Deze zorg is onderdeel van de prestatie Eerstelijnsverblijf voor palliatieve terminale zorg (Zvw) of het ZZP van de patiënt (Wlz). Als de zorgvraag van een nabestaande complex wordt, is dit geen onderdeel van de prestatie. De nabestaande heeft dan een eigen zorgvraag en start een eigen zorgtraject via de eigen huisarts.158
4.6 Afleggen en opbaren
De naasten van Olivia van Veen ervaren goede ondersteuning op de PU. Na het overlijden vinden Guus en Sara het passend dat de instelling zorgdraagt voor het afleggen en opbaren.
Afleggen en opbaren is geen verzekerde zorg. Deze kosten komen voor rekening van de patiënt die zich daarvoor kan verzekeren.159
Als nabestaanden opdracht of toestemming geven aan een instelling voor afleggen en opbaren, kan de instelling dit aan nabestaanden of, indien dat wordt gedekt door de polisvoorwaarden, aan de uitvaartverzekeraar in rekening brengen.160 Dit geldt ook voor opbaren in de kamer.
Voor de bekostiging van de dagen dat de kamer leeg achter wordt gelaten als gevolg van overlijden, kan tussen zorgkantoor en zorgaanbieder de prestatie mutatiedag worden afgesproken. Als de cliënt in de eigen kamer is opgebaard, geldt dat ook als leeg achtergelaten. Een verpleeghuis of verzorgingshuis ontvangt maximaal 13 dagen een vergoeding als een bewoner is overleden, in de vorm van mutatiedagen.161,162
4.7 Knelpunten verpleeghuis
Dit hoofdstuk geeft zicht op de zorg die niet of nog niet kan worden gedeclareerd. Hiermee borduurt dit hoofdstuk voort op het hoofdstuk ‘Knelpuntenanalyse’ uit voorgaande versies van de Handreiking. Dat hoofdstuk is voortaan opgedeeld in een hoofdstuk 6 ‘Knelpunten’ en hoofdstuk 7 ‘Opgeloste knelpunten’. De nieuwe Handreiking geeft de actuele stand van zaken weer per 2026.
|
Knelpunten Verpleeghuis/PU 2017 |
Stand van zaken 2025 |
|
|
|
4.8 Opgeloste knelpunten verpleeghuis
Dit hoofdstuk geeft het overzicht van knelpunten voor het declareren van palliatieve zorg die in de afgelopen jaren zijn opgelost.
|
Knelpunten Verpleeghuis/PU 2017 |
Stand van zaken 2025 |