Inleiding
Nationaal Programma Palliatieve Zorg II
Minister van VWS, Conny Helder, heeft in haar brief van 6 juli 2022 aan de Tweede Kamer het startsein gegeven voor het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II)2. Het programma heeft als doel: de maatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg te vergroten en proactieve zorg en ondersteuning voor iedereen beschikbaar te maken. Samen passen en meten, is de komende jaren de kern van de aanpak van het NPPZ II. Stichting PZNL voert de regie over dit landelijke programma en neemt daarmee haar rol als verbindend platform in. Het inrichten en realiseren van Passende financiering van palliatieve zorg is een belangrijke activiteit van het NPPZ II.
Aanpak Stichting PZNL
Gedurende de looptijd van het NPPZ II (2022-2026) dragen we vanuit Stichting PZNL bij aan de implementatie van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland. We inventariseren, analyseren, prioriteren, agenderen en waar mogelijk helpen bij het oplossen van de knelpunten in de financiering van proactieve transmurale palliatieve zorg. Daarbij nemen we de geleerde lessen uit projecten als TAPA$, experimenten alternatieve bekostiging en de transformaties mee.We stemmen onze aanpak regelmatig af met de stakeholders. En we delen de geleerde lessen continu via Palliaweb. In deze handreiking wordt onder ‘financiering’ zowel de bekostiging (betaaltitels) als de contractering van zorg (inkoop door zorgverzekeraars) verstaan.
Steeds meer behoefte aan palliatieve zorg
De verwachting is dat steeds meer mensen in de komende jaren palliatieve zorg nodig zullen hebben. In 2024 zijn ongeveer 170.000 mensen overleden. Daarvan hebben naar schatting 112.000 mensen een ziektetraject doorgemaakt voorafgaand aan het overlijden, waarbij palliatieve zorg mogelijk passend is geweest. Naar verwachting zal dat aantal de komende jaren verder toenemen. Immers, door de vergrijzing en door een toename van mensen met een chronische ziekte, zullen er de komende jaren meer mensen zijn die een ziektetraject doormaken voorafgaand aan overlijden. Zij kunnen baat hebben bij palliatieve zorg.
Ontwikkelingen passende financiering
Bekostiging proactieve zorgplanning deels geregeld
In juni 2024 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een verkenning uitgebracht over de bekostiging van proactieve zorgplanning. Uit onderzoek van de NZa bleek dat er nog geen landelijke organisatie en bekostiging van proactieve zorgplanning was. De NZa heeft daar inmiddels deels verandering in aangebracht. Met ingang van 2025 is er een betaaltitel Proactieve zorgplanning in de medisch specialistische zorg ingevoerd en wordt er gewerkt aan de bekostiging in de huisartsenzorg.
Rapport hospicezorg – twee soorten hospices
In opdracht van het ministerie van VWS deed Gupta Strategists onderzoek naar de inrichting en bekostiging van hospices in Nederland. Het rapport is in november 2025 opgeleverd3. De kern van het advies is om een duidelijk onderscheid te maken tussen twee soorten hospices op basis van hun functie. Er zijn hospices voor mensen die op grond van hun zorgvraag 24-uurs-aanwezigheid van formele zorg nodig hebben en hospices voor mensen die dit niet nodig hebben, maar ook niet thuis kunnen overlijden. In het rapport wordt geadviseerd de bekostiging voor deze twee typen hospicezorg verschillend in te richten. De minister heeft naar aanleiding van het advies de Kamer laten weten dat de komende tijd nog overleg zal plaatsvinden met betrokken partijen over de wijze van opvolging van de aanbevelingen. Ook zal worden bezien wat nu al kan worden voorbereid in het kader van het NPPZ II, binnen de resterende looptijd van het programma4.
Omzetplafonds & doelmatigheidsafspraken geen belemmering voor palliatieve zorg
In maart 2025 schreef de staatssecretaris van VWS een brief5 naar de Tweede Kamer over palliatieve zorg. Daarin staat dat de financiering van palliatieve zorg onder druk staat door omzetplafonds en doelmatigheidseisen in contracten tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Hoewel zorgverzekeraars aangeven dat deze plafonds geen belemmering mogen vormen voor terminale zorg, blijkt uit signalen dat dit in de praktijk soms anders uitpakt. Tariefdalingen voor wijkverpleging in Bijna Thuis Huizen leiden daarnaast tot zorgen over verminderde inzet. De overheid zet in op aanvullende afspraken binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) om deze knelpunten te verhelpen. Ook is gewerkt aan betere communicatie tussen partijen en aan structurele beschikbaarheid van volwaardige alternatieven, zoals hospices.
Aandacht voor palliatieve zorg in het AZWA
De staatssecretaris vindt het van groot belang dat patiënten in de stervensfase te allen tijde de palliatieve zorg ontvangen die zij nodig hebben. Afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over omzetplafonds kunnen hiervoor op geen enkele wijze een belemmering vormen. Dit is ook zo opgenomen in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Het AZWA is in september 2025 ondertekend. Dit zijn afspraken die aanvullend zijn op het Integraal Zorgakkoord (IZA), dat in 2022 werd gesloten. Door het ondertekende AZWA wordt op het gebied van palliatieve (terminale) zorg het volgende gerealiseerd:
- Omzetplafonds voor wijkverpleging en doelmatigheidsafspraken vormen geen belemmering meer voor de zorg voor terminale patiënten die thuis verblijven. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars spreken een duidelijk proces af over wie wanneer wat moet doen om ervoor te zorgen dat omzetplafonds en doelmatigheidsafspraken daadwerkelijk geen rol meer spelen. Er wordt verkend of een leidraad daarbij nog ondersteunend kan zijn.
- Zorgverleners gaan vroegtijdig het gesprek aan met de patiënt over zijn/haar wensen en voorkeuren om te weten wat een patiënt belangrijk vindt in de laatste fase van het leven (proactieve zorgplanning). Daarom blijft het ministerie de regionale transformaties palliatieve zorg ondersteunen en draagt het zorgaanbieders en zorgverzekeraars op om méér aandacht te geven aan de betaaltitel Proactieve zorgplanning, die sinds begin dit jaar van kracht is. Daarnaast gaan veldpartijen en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ervoor zorgen dat proactieve zorgplanning wordt opgenomen in de basisbekostiging van de huisartsen per 2027. De NZa verkent tevens, in nauwe samenwerking met Stichting PZNL en ZonMw, welke alternatieve wijze van bekostigen proactieve, transmurale palliatieve zorg (verder) kan stimuleren.
- Tot slot stellen onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen in 2025 een plan op om te zorgen dat alle zorg- en welzijnsmedewerkers op korte termijn bij- en nascholing ontvangen op het gebied van palliatieve zorg (inclusief het voeren van proactieve zorgplanningsgesprekken).
Experimenten alternatieve bekostiging
De huidige bekostiging is vooral gebaseerd op vergoedingen per verrichting. Dit ondersteunt passende zorg onvoldoende want:
- Het geeft een productieprikkel.
- Het legt geen focus op uitkomsten van zorg en geen structurele beloning voor substitutie (verplaatsen van zorg), innovatie en preventie.
- Er is geen stimulans tot transmurale samenwerking.
Alternatieve manieren van bekostigen kunnen samenwerking beter ondersteunen en mogelijk de productieprikkel remmen. Daarom experimenteren Stichting PZNL, ZonMw en de NZa samen met zorgaanbieders met alternatieve bekostigingsmodellen in de palliatieve zorg. VWS heeft hiervoor subsidie beschikbaar gesteld.
Praktijkteam palliatieve zorg beantwoordt vragen en pakt knelpunten op
Het Praktijkteam palliatieve zorg is in 2016 opgericht en bestaat uit een vertegenwoordiging van zorgverleners en andere betrokken zorgpartijen in de palliatieve zorg. Ervaren knelpunten in de organisatie en/of financiering van palliatieve zorg worden door zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten en naasten bij het Praktijkteam palliatieve zorg gemeld. Het praktijkteam beantwoordt vragen en bespreekt de knelpunten in een multidisciplinair overleg dat ieder kwartaal plaatsvindt. Begin 2025 heeft het Praktijkteam palliatieve zorg bij de Stuurgroep NPPZ II een probleemomschrijving met oplossingsrichtingen aangedragen voor de vier thema’s waar in de praktijk knelpunten worden ervaren : hulpmiddelen, medicatie, wijkverpleging en hospicezorg. Per thema is inzichtelijk gemaakt welke samenwerking van verschillende betrokken partijen noodzakelijk is. Over de opvolging van het proces en de uitvoering van de oplossingsrichtingen wordt gerapporteerd in de Stuurgroep NPPZ II.
Wijzigingen Handreiking financiering palliatieve zorg voor 2026
Voor 2026 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
• Meedenkadvies in S1 huisartsenzorg en apart te declareren door adviesvrager (huisarts) en adviesgever (zorgverlener die poortfunctie uitoefent binnen MSZ) in paragraaf 2.1.1.
• Aanvullingen in de tekst over het overige zorgproduct proactieve zorgplanning in de MSZ naar aanleiding van vragen uit het veld (paragraaf 1.1.2).
• Een toelichting op de rol en bekostiging van de centrale zorgverlener (paragraaf 1.8).
• Een toevoeging bij de huisartsenbekostiging over de prestaties buiten segmenten (paragraaf 2.1.1).
• Een uitbreiding van de tekst over de huidige mogelijkheden van bekostiging van proactieve zorgplanning bij de huisartsen (paragraaf 2.1.1).
De actuele en opgeloste knelpunten voor het declareren van palliatieve zorg zijn in twee verschillende hoofdstukken verwerkt (6 en 7).
Dankwoord
Deze handreiking is evenals in eerdere jaren in nauwe samenwerking met veel partijen en betrokkenen tot stand gekomen. De gedeelde waarde is steeds dat zij allen de palliatieve zorg een warm hart toedragen. Onze dank gaat uit naar eenieder die betrokken is geweest. Vooral dankzij uw kennis en kunde is deze handreiking - ook voor 2026 weer - tot stand gekomen.
Achtergrond Handreiking financiering palliatieve zorg
Met het doel om knelpunten in de financiering van palliatieve zorg te verhelderen, heeft IKNL in 2017 een werkgroep van gemandateerde (medische) professionals, zorgadministrateurs en beleidsmedewerkers gevraagd om ervaring en kennis uit te wisselen en suggesties te doen voor verbetering. De rol van IKNL en Palliactief was specifiek gericht op het samenbrengen van de juiste (gemandateerde) professionals, om in samenspraak met het ministerie van VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de praktijk zo goed mogelijk te informeren over de mogelijkheden van financiering van palliatieve zorg volgens de geldende wet- en regelgeving in 2018. De Handreiking financiering palliatieve zorg 2018 was hier een weerslag van.
In 2021 is in samenwerking met partijen in de kinderpalliatieve zorg informatie toegevoegd over financiering van palliatieve zorg voor kinderen. De handreiking is de afgelopen jaren jaarlijks herzien, in samenspraak met het ministerie van VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan de hand van de geldende wet- en regelgeving voor palliatieve zorg.
Ook deze herziene versie voor 2026 is in samenwerking met bovengenoemde partijen en vele andere betrokkenen onder verantwoordelijkheid van Stichting PZNL tot stand gekomen.
De Handreiking financiering palliatieve zorg 2025 komt met deze handreiking per 1 januari 2026 te vervallen.
Voetnoten
- Zie bijlage B4 voor meer informatie over op welke wijze de knelpunten zijn geïnventariseerd
- VWS, Kamerbrief ‘diverse onderwerpen Wet langdurige zorg, kenmerk 3384410-1031121-LZ
- Hospices in Nederland, Gupta Strategist november 2025
- VWS, Kamerbrief ‘aanbieding rapport Hospices in Nederland, kenmerk 4242367-1090078-LZ
- Brief van de staatssecretaris 14 maart 2025
- Knelpuntenanalyse praktijkteam palliatieve zorg