Zorg in de stervensfase
Thema

Zorg in de stervensfase

De stervensfase is de laatste fase van het leven van een patiënt waarbij overlijden onvermijdelijk is. Bij zorg in de stervensfase wordt de zorg bedoeld die wordt ingezet voor de patiënt in de laatste dagen van zijn of haar leven. Volgens het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland omvat de stervensfase de laatste dagen, tot zeven dagen, van het leven. Deze intensieve zorg vraagt voor elke patiënt een andere aanpak.     

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 25 september 2026


Wat is de stervensfase?

Met de stervensfase bedoelen we de laatste dagen (tot zeven dagen) van het leven. Er is sprake van een onvermijdelijk 'fysiologisch' proces dat in gang is gezet. Hierdoor is het overlijden naderend. De adviezen op deze pagina zijn gericht op wat haalbaar is om te doen in de laatste levensdagen van een patiënt.    

Naar boven

Wat levert goede zorg in de stervensfase op? 

Goede zorg in de stervensfase is belangrijk omdat het helpt om de laatste dagen van een persoon zo comfortabel mogelijk te maken. Om symptomen zoals pijn, angst en ongemak effectief te bestrijden en onnodig lijden te voorkomen. Daarnaast biedt het steun aan de patiënt en naasten, wat belangrijk is voor een vredig afscheid en een gezond rouwproces. Het draagt ook bij aan een waardig einde van het leven, waarin de waarden, wensen en behoeften van de patiënt centraal staan.  

Idealiter is eerder in het ziekteproces, bij patiënten bij wie het overlijden in de lijn der verwachting ligt, al gestart met proactieve zorgplanning (zie de richtlijn Proactieve zorgplanning), zodat de waarden, wensen en behoeften van de patiënt al bekend zijn wanneer de stervensfase aanbreekt. 

Wil je goede zorg bieden in de stervensfase? Dan is het essentieel om patiënten in de stervensfase tijdig te herkennen. Pas het proactief zorgplan aan en/of start met het Zorgpad stervensfase. Denk hierbij ook vooruit naar de periode na het overlijden: zorg ervoor dat de zorg respectvol is en eer doet aan de waardigheid, cultuur en levensbeschouwelijke overtuigingen van de patiënt en naasten. 

Naar boven


Hoe herken ik de stervensfase? 

Klik op deze poster of hier voor een grotere afbeelding.

Markering van de stervensfase 

De zorg voor de patiënt in de stervensfase start bij het markeren van de stervensfase. Dit gebeurt op basis van klinische observaties, in overleg in ieder geval de arts, verpleegkundig specialist of physician assistent én de verpleegkundige of verzorgende. Een stervende patiënt herkennen we aan de hand van de volgende aanwijzingen:  

  • een relatief plotselinge achteruitgang (‘knik in de lijn’)  
  • de patiënt eet en drinkt niet of nauwelijks meer (slechts in staat tot slokjes) en kan geen tabletten meer innemen
  • de patiënt komt niet meer uit bed en wordt steeds zwakker
  • tekenen van verminderde circulatie 
    • zwakke of afwezige pols
    • verkleuring van de huid (marmering, circulatievlekken)
    • verminderde tot afwezige urineproductie
  • verminderd bewustzijn (de patiënt is subcomateus); bij neurologische aandoeningen kan sprake zijn van een toenemende en op enig moment onomkeerbare bewustzijnsdaling

Deze aanwijzingen kunnen ook al langer aanwezig zijn zonder dat de patiënt stervende is, of juist niet duidelijk aanwezig zijn terwijl voor de betrokken zorgprofessionals wel duidelijk is dat de patiënt binnen enkele dagen zal overlijden. Het (multidisciplinair gevormde) oordeel is daarom doorslaggevend voor het vaststellen van de stervensfase. 

Late symptomen van de stervensfase zijn: 

  • reutelen.
  • agitatie/terminaal delier.
  • Cheyne-Stokesademhaling. 

Markeer de stervensfase bij voorkeur voordat deze late symptomen optreden. 

Naar boven


Hoe ziet zorg in de stervensfase eruit? 

Ga, na het markeren van de stervensfase, in gesprek met de patiënt en naasten over wat deze fase betekent. Geef aandacht aan wat ze kunnen verwachten, hoe lang deze fase kan duren en welke ondersteuning er mogelijk is. Zorg ervoor dat patiënt en naasten zich goed begeleid voelen in deze moeilijke periode. Maak hiervoor praktische afspraken en bied hen emotionele steun. 

Belangrijke afspraken  
Bespreek met de patiënt of met de wettelijk vertegenwoordiger en/of naasten wat voor hen belangrijk is bij de afronding van het leven, zoals bijvoorbeeld:  

  • aandacht voor de waarden, wensen en behoeften op fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel gebied.
  • gewenste plaats van zorg en sterven.
  • goed afscheid en uitvoeren van rituelen.
  • wensen en behoeften van naasten tijdens het stervensproces.
  • praktische zaken vlak voor en na het overlijden. 

In de stervensfase ligt de focus op symptoomverlichting voor het comfort van de patiënt. Dit betekent dat onnodige (be)handelingen en routinecontroles, zoals wisselligging geven en saturatie meten, worden vermeden. Samen met de patiënt en/of naasten worden de klachten en mogelijkheden om deze te bestrijden besproken. De benodigde hulpmiddelen en medicatie worden (proactief) geregeld. Het is belangrijk om de patiënt een rustige en vertrouwde omgeving te bieden.   

De zorgprofessional is zich bewust van de waarden, wensen en behoeften van de stervende patiënt en naasten. De zorgen, angsten, hoop en verwachtingen van de patiënt in de stervensfase en naasten worden eerlijk en indien gewenst in een open sfeer besproken op een manier die aansluit bij hun cultuur, leeftijd, spiritualiteit en sociale situatie.  
 
Medicatie 
In de stervensfase is het belangrijk om medicatie te heroverwegen en alleen die middelen voort te zetten die bijdragen aan comfort en verlichting van symptomen. Medicatie die niet meer noodzakelijk is, wordt gestopt. Dit zorgt ervoor dat de patiënt zo min mogelijk wordt belast. Daarbij worden waar nodig andere toedieningsvormen gekozen, bijvoorbeeld omdat de patiënt niet meer kan slikken. Het effect en eventuele bijwerkingen van medicatie worden regelmatig geëvalueerd. 

Met de betrokken zorgprofessionals worden afspraken gemaakt over bereikbaarheid en beschikbaarheid. Deze afspraken worden vastgelegd in het proactief zorgplan of het Zorgpad stervensfase. Dit is inclusief een plan voor goede symptoombestrijding. Deze afspraken worden regelmatig geëvalueerd en zo nodig herzien.  

Alle betrokken zorgprofessionals, in het bijzonder de behandelaar in de tweede- of eerstelijn, worden zo snel mogelijk geïnformeerd door de hoofdbehandelaar over het ingaan van de stervensfase of het overlijden van de patiënt. Persoonlijk telefonisch contact gaat, bij voorkeur, vooraf aan een schriftelijk bericht.  

Wanneer er een indicatie is voor de start van palliatieve sedatie moet de betekenis en uitvoering hiervan goed met de patiënt of wettelijk vertegenwoordiger en/of naasten worden besproken. Dat moet zeker wanneer het gaat om continue palliatieve sedatie. Zo nodig kan daarbij de hulp van een in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessional worden  ingeroepen.

Wanneer er nagedacht of gesproken wordt over palliatieve sedatie, gebruik dan de Landelijke Richtlijn palliatieve sedatie en verwijs patiënten en naasten naar Overpalliatievezorg. 

De zorgprofessional informeert de naasten over wat ze kunnen verwachten in de stervensfase en hoe ze de patiënt daarin kunnen begeleiden. Hierbij wordt rekening gehouden met de cultuur, leeftijd, spiritualiteit en sociale situatie.  

In de loop van het stervensproces geeft de zorgprofessional advies over de houding, het (stoppen met) toedienen van vocht en voeding en het herkennen van tekenen van aanstaand sterven.  

De zorgprofessional heeft aandacht voor de draagkracht en draaglast van de naasten en biedt ondersteuning om mogelijke overbelasting te voorkomen of te verminderen. Zo nodig worden vrijwilligers ingezet.  

Vóór het overlijden wordt met de patiënt en naasten gesproken over het aanstaande verlies en (anticipatoire) rouw en welke reacties daarbij kunnen voorkomen. Al tijdens de laatste levensfase kunnen de patiënt en naasten ondersteuning krijgen bij betekenisvol afscheid nemen. Ook wordt besproken wat de mogelijkheden zijn voor professionele ondersteuning. Wanneer de naaste een andere huisarts heeft dan de patiënt, wordt, wanneer nodig en met toestemming van de naaste, deze huisarts telefonisch geïnformeerd over het naderend overlijden van de patiënt.   

De naasten krijgen ruimte om op een bij hun passende manier afscheid van hun dierbare te nemen. Hen wordt gevraagd of zij de laatste zorg aan hun dierbare willen geven. Als dat nodig is, kunnen zorgprofessionals hierbij ondersteunen.   

De naasten krijgen de gelegenheid om levensbeschouwelijke of cultuurspecifieke rituelen uit te voeren. Als ze dat willen worden zij daarbij ondersteund.  

Erken de emotionele impact van de zorg rondom het levenseinde op de zorgverlener. Let hierbij op de persoonlijke balans en maak gebruik van een vorm van nabespreking (zoals CURA of evaluatie van overlijden in bijv. een MDO).  

Naar boven


Aan de slag! 

  • Twijfel je hoe je het sterven moet uitleggen aan een patiënt of naaste? Lees dan 'De uitleg die je patiënt geruststelt (en jou ook) 
  • Download het samenvattingskaartje met de belangrijkste punten uit de Richtlijn Zorg in de stervensfase.  
  • Gebruik het Zorgpad Stervensfase.  
  • Reik de patiëntenfolder De Stervensfase uit aan de patiënt in de stervensfase. Hierin leest patiënt en/of naasten hoe sterven gaat en wat vaak gebeurt in de laatste dagen van het leven.  
  • Gebruik de Informatiekaart of Animatie van Pharos over ‘Wat gebeurt er als iemand doodgaat?’  
  • Vertel de patiënt en naasten dat er voor hen informatie te vinden is op Overpalliatievezorg.  
  • Bespreek in een nabespreking, bijvoorbeeld met behulp van CURA, een stervensfase die je is bijgebleven: Wat ging goed en wat zou je een volgende keer anders doen? 

Naar boven


Meer weten over zorg in de stervensfase?


Naar boven

Recent afgeronde projecten, onderzoek en publicaties 

Benieuwd wat er al onderzocht is rond de stervensfase? Deze projecten geven een goed beeld. Het volledige overzicht vind je bij ZonMw. 

  • Oog voor Naasten en Nabestaanden (ON2)  
    ontwikkelde een handreiking en folder die zorgprofessionals ondersteunen bij het geven van passende aandacht aan naasten vóór en na het overlijden van een patiënt, en zorgde in een vervolgfase voor brede implementatie in de zorgpraktijk. 

  • Voorkomen en verminderen van reutelen  
    Toonde aan dat het preventief toedienen van scopolaminebutyl vanaf het ingaan van de stervensfase de kans op reutelen halveert, zonder extra bijwerkingen. Voorkomen en verminderen van reutelen 

Lopende projecten 

 
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 25 september 2026
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.