Opgeloste knelpunten

Opgeloste knelpunten

Inhoud

7.1 Ziekenhuis
7.2 Thuis
7.3 Wijkverpleging
7.4 Hospice
7.5 Verpleeghuis
7.6 Patiënten
7.7 Palliatieve zorg voor kinderen

Dit hoofdstuk geeft het overzicht van knelpunten voor het declareren van palliatieve zorg die in de afgelopen jaren zijn opgelost. 

7.1 Ziekenhuis

Declaratie zorgproducten 2017

Stand van zaken 2026

Parallelliteit (in geval van een andere zorgvraag bij eenzelfde specialisme)


Als een medisch specialist van het team Palliatieve Zorg voor een nieuwe zorgvraag een voor hetzelfde specialisme opgenomen patiënt adviseert of begeleidt (icc/medebehandeling), kunnen er geen zorgproducten Palliatieve zorg worden gedeclareerd.206

Nieuwe zorgactiviteit per 1 januari 2018: consult door een lid van het team Palliatieve Zorg (190067)207

Als er bij een opgenomen patiënt op verzoek van de beroepsbeoefenaar (die de poortfunctie uitvoert) verantwoordelijk voor de zorgvraag van de patiënt voor een nieuwe zorgvraag palliatieve zorg (icc/medebehandeling) wordt gegeven door een poortspecialist of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent en deel uitmaakt van het team Palliatieve Zorg, kan de zorgactiviteit Consult door een lid van het team palliatieve zorg worden geregistreerd. Dit consult kan ongeacht het specialisme van de beroepsbeoefenaar worden geregistreerd.

Declaratie consult door een verpleegkundig specialist van het team pz bij een klinische patiënt

Als een verpleegkundig specialist van het team palliatieve zorg een opgenomen patiënt adviseert of begeleidt (icc/medebehandeling), kan deze niet zelfstandig een zorgactiviteit palliatieve zorg registreren en declareren.208

Nieuwe zorgactiviteit per 1 januari 2018: consult door een lid van het team Palliatieve Zorg209


Als er bij een opgenomen patiënt advies of begeleiding wordt gegeven door één van de leden van het team Palliatieve Zorg, kan de zorgactiviteit Consult door een lid van het team palliatieve zorg worden geregistreerd door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent en deel uitmaakt van het team Palliatieve Zorg.

Technisch gezien is de verpleegkundig specialist een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert (voor een ander specialisme), wat betekent dat openen van een DBC Diagnose Palliatieve Zorg mogelijk is in naam van het medisch specialisme waarvoor de poortfunctie wordt uitgevoerd. (bijvoorbeeld interne geneeskunde of klinische geriatrie).210

Declaratie consult en openen DBC palliatieve zorg door specialist Ouderengeneeskunde


Het registreren en declareren van klinische en poliklinische consulten en het openen van de DBC Palliatieve zorg is niet mogelijk voor specialisten Ouderengeneeskunde.211

 

Nieuwe zorgactiviteit per 1 januari 2018:
190067 consult door een lid van het team Palliatieve Zorg212

Als er bij een patiënt advies of begeleiding wordt gegeven door één van de leden van het team Palliatieve Zorg, kan de zorgactiviteit Consult ten behoeve van palliatieve zorg worden geregistreerd door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent en deel uitmaakt van het team Palliatieve Zorg. Dit geldt zowel voor klinische als poliklinische consulten.

Technisch gezien is de specialist Ouderengeneeskunde geen medisch specialist, maar een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert (voor een ander specialisme), wat betekent dat openen van een DBC Diagnose Palliatieve Zorg mogelijk is in naam van het medisch specialisme waarvoor de poortfunctie wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld interne geneeskunde of klinische geriatrie, zie ook hoofdstuk 2)213

Overleg palliatieve zorg


Een bespreking van de palliatieve zorg van een patiënt door een team Palliatieve Zorg, bestaande uit minimaal twee poortspecialisten.214

Aanpassing regelgeving zorgactiviteit 190006 Overleg palliatieve zorg per 1 januari 2018

Een bespreking van de palliatieve zorg van een patiënt door een team Palliatieve Zorg. Het team Palliatieve Zorg bestaat uit ten minste twee poortspecialisten van verschillende specialismen, of één poortspecialist en één beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, betreft een ander specialisme dan het specialisme van de poortspecialist en heeft door opleiding aantoonbare expertise in P1105#y1pijn/palliatieve zorg.

Kind-(16).jpgVoor de kindergeneeskunde is per 1 januari 2019 de definitie van deze zorgactiviteit aangepast voor de minimale bezetting van een team Palliatieve Zorg, conform de Richtlijn Palliatieve Zorg voor Kinderen. Hierdoor kunnen kinderartsen via registratie van deze zorgactiviteit, zorgproducten Palliatieve zorg declareren.215

Intensief consult ten behoeve van zorgvuldige afweging behandelopties

De huidige definitie van deze zorgactiviteit wordt als te beperkt ervaren en de gestelde criteria als te stringent. Met als gevolg dat deze zorgactiviteit (welke onder andere kan worden gebruikt in het kader van proactieve zorg gesprekken) niet of nauwelijks wordt geregistreerd.216

Met ingang van 2025 staat de zorgactiviteit proactieve zorgplanning in de regels voor de medisch-specialistische zorg als overig zorgproduct (ozp) 190099. Uit het medisch dossier moet blijken welke gesprekken in het kader van proactieve zorgplanning zijn gevoerd. Daarnaast moet er proactief een zorgplan aan andere zorgverleners (in ieder geval de huisarts) worden overgedragen.

Per 2025 introduceert de NZa tevens voor Samen beslissen een aparte zorgactiviteit (Consult samen beslissen, 190098). Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd in plaats van ieder polikliniekbezoek, screen-to-screen consult of telefonisch consult dat wordt uitgevoerd in het kader van een samen beslisproces.

Telefonisch consult door team Palliatieve Zorg kan niet worden gedeclareerd

Voor palliatieve patiënten duurt een telefonisch consult vaak langer dan 15 minuten. Met het oog op de conditie van de patiënten vervangt een telefonisch consult voor palliatieve zorg regelmatig een regulier face-to-face contact.

 

Verdere verruiming van mogelijkheden voor registratie van zorg op afstand per 2021

De NZa heeft diverse bepalingen uit de regelgeving voor de medisch specialistische zorg, mede naar aanleiding van de corona-uitbraak, blijvend versoepeld. Een zorgactiviteit mag worden geregistreerd als zorg op afstand wordt geleverd of op een andere locatie dan in het ziekenhuis. Er zijn enkele nieuwe zorgactiviteiten voor eerste consulten op afstand bijgekomen en bij een aantal zorgactiviteiten is face-to-face contact niet langer vereist. Daarbij moet wel worden voldaan aan alle voorwaarden.217 Zie ook hoofdstuk 2.3.

Patiënt overleden/ontslagen vóór face-to-face contact met medisch specialist.

Wanneer een gespecialiseerd verpleegkundige of verpleegkundig specialist van het team Palliatieve Zorg een opgenomen patiënt adviseert of begeleidt (icc/medebehandeling), dient een medisch specialist van het team Palliatieve Zorg face-to-face contact gehad te hebben met de patiënt om zorgproducten palliatieve zorg te kunnen declareren.218
Als de patiënt overlijdt of ontslagen wordt voordat dit plaatsvindt, kunnen geen zorgproducten palliatieve zorg worden gedeclareerd.

Nieuwe zorgactiviteit per 1 januari 2018: consult door een lid van het team palliatieve zorg219

Als een gespecialiseerd verpleegkundige van het team Palliatieve Zorg een opgenomen patiënt adviseert of begeleidt, dient een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent en onderdeel uitmaakt van het team Palliatieve Zorg contact gehad te hebben met de patiënt om zorgproducten palliatieve zorg te kunnen declareren. Dit contact kan ook als zorg op afstand plaatsvinden. 
Als de patiënt overlijdt of ontslagen wordt voordat dit plaatsvindt, kunnen geen zorgproducten palliatieve zorg worden gedeclareerd.

 

7.2 Thuis

Knelpunten specialist
Ouderengeneeskunde 2017

Stand van zaken 2026

Inzet specialist Ouderengeneeskunde


De huidige bekostiging van de inzet van een in palliatieve zorg opgeleide specialist Ouderengeneeskunde in de eerstelijn leidt nog regelmatig tot problemen in de praktijk.

Vergoeding specialist Ouderengeneeskunde in de thuissituatie per 1 januari 2020 via de Zvw

De zorg door de specialist Ouderengeneeskunde in de thuissituatie voor patiënten zonder Wlz-indicatie wordt vanaf 2020 niet langer bekostigd via de tijdelijke subsidieregeling extramurale zorg, maar vanuit de Zvw (zie paragraaf 2.2.1).

 

 

Knelpunten wijkverpleging 2017

Stand van zaken 2026

Hoort een patiënt in de Wlz of de Zvw?

Als patiënten thuis willen sterven, kan het gebeuren dat de verzekeraar aanstuurt op een overgang naar bekostiging vanuit de Wlz als de zorgvraag oploopt.220

Bij PTZ-overgang niet mogelijk

Als een patiënt nog geen Wlz-indicatie heeft, zal het CIZ deze niet meer afgeven als er sprake is van een terminale situatie.221 In de PTZ kan een patiënt niet overgaan van de Zvw naar de Wlz. Voor aanvang van de PTZ, kiest de patiënt zelf of hij een indicatieaanvraag voor de Wlz indient of niet.222

24-uurs zorg (Zvw)

Zorgaanbieders geven aan dat zij soms nachtzorg willen inzetten, maar dat de zorgverzekeraar het daar niet altijd mee eens is.

Intensieve zorg

24-uurs zorg wordt voortaan ‘intensieve zorg’ genoemd.223 Zorginstituut Nederland heeft in een nadere duiding aangegeven op welke manier deze zorg onder de verzekerde zorg valt.224 V&VN heeft in het ‘Begrippenkader indicatieproces225 verheldert hoe de wijkverpleegkundige deze zorg kan indiceren. Zie verder paragraaf 2.1.2.

Indicatiestelling VV 10 door CIZ (Wlz)


PTZ dient vaak snel geregeld te worden. De indicatie door het CIZ voor het ZZP VV10 duurt uiterlijk zes weken en kan met een spoedprocedure uiterlijk binnen twee weken gebeuren.226 Als de zorginstelling de PTZ sneller levert dan het CIZ de indicatie stelt, loopt de instelling het risico dat de zorg niet wordt vergoed.

Per 1 januari 2018 afschaffing indicatiestelling VV 10 door CIZ (Wlz)

Vanaf 1 januari 2018 kan voor patiënten die reeds een indicatie voor de Wlz hebben VV 10 worden gedeclareerd. Dit kan als de behandelend arts inschat dat de levensverwachting korter dan drie maanden is. Het volstaat dat deze levensverwachting is opgenomen in het dossier van de patiënt, voor toetsing bij de materiële controle.227 Een indicatie door het CIZ is hiervoor niet (meer) nodig. Zie voor verdere toelichting paragraaf 2.1.2.228

Tarief Eerstelijnsverblijf (Zvw)

Eerstelijnsverblijf is een kort verblijf in een zorginstelling of een verpleeghuis. Het tarief is niet altijd toereikend voor de zorg in de instelling.

 

De NZa heeft een kostenonderzoek uitgevoerd en per 1 januari 2025 zijn de tarieven voor het eerstelijnsverblijf palliatieve zorg in de laatste levensfase fors verhoogd.

Tarieven en budgetplafond (Zvw)

De tarieven en het budgetplafond voor verpleging en verzorging worden als krap ervaren voor het leveren van zorg door hoger geschoold personeel of zorg aan bijzondere doelgroepen (zoals terminale patiënten).

Toelichting op knelpunt:
De hoogte van het integrale tarief van een
Individuele aanbieder is veelal afhankelijk van:
• de historische verhouding van verpleging en verzorging
• het tarief in 2016
• de doelmatigheidsscore bij de betreffende verzekeraar229

Uit een analyse van declaratiegegevens door de NZa bleek dat in 2016 de historische verhouding gemiddeld 80 procent persoonlijke verzorging en 20 procent verpleging was.
Daarnaast wordt er vaak in het contract een doorleverplicht vastgelegd. Zorgaanbieders moeten dan zorg leveren voor eigen rekening als het budgetplafond is bereikt.230

Contractering

Het is aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars samen om met elkaar passende afspraken te maken over de tarieven van de prestaties. 

In het AZWA is afgesproken dat terminale zorg en stervensbegeleiding ongehinderd kunnen worden geleverd (C7)
Mensen in de stervensfase ontvangen te allen tijde de palliatieve terminale zorg en ondersteuning die zij nodig hebben. Afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over omzetplafonds voor wijkverpleging kunnen hier in individuele gevallen op geen enkele wijze een belemmering in vormen. Ook doelmatigheidsafspraken – die in zijn algemeenheid nodig zijn - mogen nooit in de weg staan aan passende zorg in de laatste levensfase van een individuele patiënt. Om te voorkomen dat hierover onduidelijkheden bestaan tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars spreken zij een duidelijk proces af over wie wanneer wat moet doen om er voor te zorgen dat het omzetplafond en doelmatigheidsafspraken daadwerkelijk geen belemmering vormen. Verkend wordt of een leidraad daarbij nog ondersteunend kan zijn. Het is belangrijk dat mensen juist ook in de palliatief terminale fase de zorg krijgen die zij nodig hebben en zij die zorg zoveel mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving ontvangen.

Casemanager palliatieve zorg

Bekostiging van (de rol van) een casemanager palliatieve zorg is onderdeel van de prestaties verpleging en verzorging.231 Het is niet als zodanig geoormerkt. Als de tarieven voor de prestaties krap zijn, is er te weinig ruimte om zorgverleners als  casemanager in te kunnen zetten.

Casemanager palliatieve zorg

Er zijn in verschillende regio’s financieringsafspraken gemaakt over (de rol van) casemanager binnen de V&V. Zo wordt het in enkele regio’s bekostigd via de prestatie Advies, Instructie en Voorlichting (AIV), of via de Vektiscode ‘ziekenhuisverplaatste zorg’ (1121).

 

Knelpunten Geestelijke verzorging 2017

Stand van zaken 2026

Structurele bekostiging voor elke patiënt


Financiering van zorg door een geestelijk verzorger is in de thuissituatie niet voor elke patiënt in Nederland beschikbaar. Geestelijke verzorging zit niet in het basispakket, omdat op dit moment de resultaten van de interventie nog moeten worden aangetoond.232

Bekostiging via de subsidieregeling voor Netwerken Palliatieve Zorg

De subsidieregeling voor Netwerken Palliatieve Zorg die zou komen te vervallen per 2022, is met vijf jaar verlengd.. De inzet van geestelijk verzorgers in de eerstelijn op basis van deze regeling blijft daarmee in principe mogelijk tot 1 januari 2027, zie paragraaf 2.2.3.233

 

7.3 Wijkverpleging

Knelpunten wijkverpleging

Stand van zaken 2026

Declaraties na overlijden

Zorg die is verleend aan de patiënt voordat hij of zij overleed, mag na het overlijden worden geregistreerd en in rekening gebracht bij de zorgverzekeraar. Het komt voor dat declaraties voor zorg aan de patiënt die worden ingediend na het overlijden van de patiënt, door de verzekeraar worden geweigerd.234

Herinrichten proces

Zorg die voor het overllijden is verleend aan de patiënt, mag na het overlijden worden geregistreerd en in rekening gebracht bij de zorgverzekeraar. Het kan in de praktijk voorkomen dat dit niet lukt door de inrichting van controlesystemen. In die gevallen dienen aanbieder en verzekeraar samen naar een (handmatige) oplossing te zoeken. De NZa vraagt verzekeraars om het proces anders in te richten, zodat declaraties na het moment van overlijden niet automatisch worden aangemerkt als onrechtmatig.235,236

7.4 Hospice

Knelpunten hospicezorg 2017

Stand van zaken 2026

Vergoeding (dag)bijdrage hospice

Zorgverzekeraars vergoeden de eigen (dag)bijdrage op verschillende wijzen, en alleen als patiënten aanvullend verzekerd zijn. Sommigen gemeentes vergoeden ook deze eigen bijdrage. Dat verschilt echter per gemeente. Deze vorm van zorg is daarmee niet gelijk toegankelijk voor iedereen.

Bij HCH mag vanaf 2025 geen eigen bijdrage meer in rekening worden gebracht, bij BTH wel. Het is mogelijk dat dit leidt tot een verschuiving van aanmeldingen van BTH naar HCH/PU.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Hospices nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid waarmee de eigen bijdrage wordt kwijtgescholden als mensen deze niet kunnen betalen (en dat dit dan wordt betaald door particuliere donaties aan het hospice).

 

7.5 Verpleeghuis

Knelpunten Verpleeghuis/PU 2017

Stand van zaken 2026

 

7.6 Patiënten

Knelpunten en vragen in 2019

Stand van zaken 2026

Nachtzorg door de wijkverpleegkundige

Het is niet altijd duidelijk of wijkverpleging in de nacht wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Sommige zorgverzekeraars hanteren nog het uitgangspunt van gemiddeld 12,6 uur zorginzet en verlangen een terminaliteitsverklaring.

 

Als in de nacht zorg wordt geleverd, valt dit onder de reguliere wijkverpleging die wordt geïndiceerd door de wijkverpleegkundige. Die betrekt hierbij waar mogelijk het netwerk van de patiënt en ook vrijwilligers. Vanuit de Zvw is er geen maximum aan het aantal ingezette uren.237 In 2019 hebben betrokken partijen afgesproken dat een terminaliteitsverklaring niet meer nodig is, vooralsnog met uitzondering van aanvragen van een pgb voor zorg in de palliatief terminale fase. Het enkel ‘aanwezig zijn’ bij de cliënt wordt niet vergoed vanuit de Zvw. Er moet sprake zijn van een geneeskundige context, bijvoorbeeld voor het monitoren van vitale lichaamsfuncties bij gevaar voor verstikking of bloeding of bij onrust, wanen, hallucinaties, delirant gedrag, verzekerden die veel pijn hebben en gedraaid moeten worden. Enkel de momenten waarop de monitoring (of een andere interventie) door de zorgverlener plaatsvindt kunnen worden geïndiceerd en vergoed. De momenten waarop de cliënt rust of slaapt en de zorgverleners enkel aanwezig zijn kunnen niet worden geïndiceerd.238

Maaltijdondersteuning (Wmo/Zvw)

Soms is het onduidelijk of maaltijdondersteuning via de Wmo of de Zvw wordt vergoed.

 

Maaltijdondersteuning wordt vergoed vanuit de:

  1. Zvw: als er sprake is van een ‘geneeskundige context of een hoog risico daarop’.
  2. Wlz: Als de patiënt een Wlz-indicatie heeft.

In andere gevallen kan maaltijdondersteuning worden vergoed vanuit de Wmo.

Personenalarmering (Wmo/Zvw)

Soms is onduidelijk of personenalarmering via de Wmo of de Zvw wordt vergoed.

 

 

Personenalarmering wordt (soms) deels vanuit de aanvullende verzekering vergoed, als er sprake is van een medische indicatie. Is deze er niet, en is er sprake van een sociale indicatie, dan kan het in aanmerking komen voor vergoeding vanuit de Wmo.239

Vergoeding voor mantelzorg is onduidelijk

Welke vergoedingen of voorzieningen er zijn voor mantelzorgers is onduidelijk.

 

 

 

De ondersteuning van mantelzorgers is geregeld in de Wmo en verschilt daarom per gemeente.240

Respijtzorg kan in sommige gevallen ook vanuit de Wlz worden ingevuld, als de patiënt een Wlz indicatie heeft.

Er zijn zorgverzekeraars die vervangende mantelzorg vergoeden vanuit de aanvullende pakketten.241

Snelle levering van hulpmiddelen is lastig

Een snelle levering van hulpmiddelen is in de praktijk lastig.

 

Het is mogelijk om voor hulpmiddelen die vanuit de Wmo worden vergoed, een spoedaanvraag te doen bij de gemeente. De gemeente kan dan binnen drie dagen een definitieve of tussentijdse oplossing bieden.242

Eigen bijdrage bij overgang hospice

Het is niet altijd duidelijk of een patiënt een hoge of een lage eigen bijdrage betaalt, als hij langer dan 4 maanden in een Wlz-instelling verblijft en daarna naar een hospice gaat.

 

Een patiënt in een Wlz-instelling betaalt de eerste 4 maanden de lage, en daarna de hoge eigen bijdrage. De patiënt blijft de lage eigen bijdrage ook na vier maanden betalen als: de patiënt een thuiswonende partner heeft, in het levensonderhoud van thuiswonende of uit huis studerende kinderen voorziet of van een Wlz-instelling naar een niet WTZa-toegelaten hospice gaat.243

 

Kind-(15).jpg7.7 Palliatieve zorg voor kinderen

Knelpunten ziekenhuis

Stand van zaken 2026

Inzet van Kinder Comfort Teams (KCT) en kinderartsen bij perinatale palliatieve zorg is niet declarabel

De inzet van KCT’s en kinderartsen bij de begeleiding van ouderen waar hun kind nog niet geboren is maar waarvan wel bekend is dat het kind na geboorte snel zal sterven, is niet declarabel. De inzet van kindergeneeskunde is namelijk enkel mogelijk voor kinderen die nog leven. In het geval van perinatale begeleiding is de inzet van de KCT vergelijkbaar als bij een kind dat na geboorte palliatief is geworden.

 

 

Omdat er sprake is van een nieuwe zorgvraag, heeft de NZa aangegeven dat er een apart traject geopend mag worden met diagnose 316.9950 en zorgvraag kind. Dit traject wordt bij de moeder vastgelegd. De foetus is (nog) geen juridisch persoon, daarom wordt in dit geval een zorgtraject bij de moeder geopend. Het is dus mogelijk om een eigen ZT11 te openen in het kader van palliatieve zorg.

Inzet van de KCT’s is nog niet structureel geborgd

Op dit moment worden de KCT gefinancierd vanuit interne middelen van de academische ziekenhuizen die beschikbaar zijn voor projecten, gecombineerd met gerichte fundraising. De beschikbare middelen verschillen per academisch ziekenhuis wat maakt dat niet alle KCT de zorg kunnen leveren die kind en gezin nodig hebben.

 


Per 1 januari 2023 zijn nieuwe zorgproducten voor de kinderpalliatieve zorg geïntroduceerd in de NZa productstructuur.

Inzet professionals uit de eerstelijn bij opname van een kind in het ziekenhuis

Als de eigen zorgverlener uit de eerstelijn ook wordt ingezet bij een opname in het ziekenhuis, loopt de financiering vaak niet door.

  • Bij zorg uit de Zvw stopt de (bekostiging van de) zorg tijdelijk tijdens de opname in het ziekenhuis.
  • Bij zorg uit de Wlz loopt de indicatie tijdelijk door, maar kan de wijze waarop deze inzet in de praktijk wordt ingericht variëren per zorgaanbieder. In geval van PGB bestaat er onder zorgverleners veel onduidelijkheid over de wijze waarop het PGB doorloopt, omdat de vergoeding afhangt van de daadwerkelijk geleverde zorg, van de overeenkomst met de zorgaanbieder en van (uitsluiten van) dubbele bekostiging.244

 


De NZa adviseert twee mogelijke wijzen van bekostiging:

  • Er kunnen afspraken worden gemaakt over onderlinge dienstverlening tussen het ziekenhuis en de eerstelijns zorgaanbieder.
  • Er kan zorg worden gedeclareerd door de wijkverpleegkundige, zolang er sprake is van directe zorgverlening gericht op cliëntgebonden afstemming, indicatiestelling en (warme) overdracht bij ontslag en opname van de cliënt terwijl de cliënt nog elders verblijft.245

Het komen tot oplossingsrichtingen voor dit knelpunt is opgenomen als een van de actiepunten van het landelijke project ‘Wij zien je Wel’ waar het gaat om Wlz-pgb.

 

Knelpunten thuis

Stand van zaken 2026

Geestelijk verzorging in het KCT buiten het ziekenhuis

Als de geestelijk verzorger vanuit het ziekenhuis betrokken is bij het KCT en wordt ingezet in een poliklinische setting of in de thuissituatie, staat daar geen structurele bekostiging tegenover. De zorgverlener kan wel aanspraak maken op de regeling Palliatief terminale zorg, maar omdat de regeling vaak als complex wordt ervaren en de vergoeding vaak niet kostendekkend is, gaan zorgverleners en ziekenhuizen hier verschillend mee om. In de praktijk zijn er verschillen in de mate waarin de geestelijk verzorger buiten het ziekenhuis wordt ingezet.

 


Met de introductie van de nieuwe zorgproducten is er een mogelijkheid gekomen voor alle paramedisch ondersteuners van een KCT om te registreren en in combinatie met het Overleg Palliatief (190006) af te leiden naar zorgproduct ‘1 tot maximaal 4 consulten door (para)medisch ondersteuner i.v.m. palliatieve zorg (zorg voor mensen die niet meer beter worden) bij kind’ (990040 015). Voor het huisbezoek is nog geen structurele vergoeding. Maar dit geldt ook voor de artsen en verpleegkundigen.

Geestelijk verzorgers kunnen voor huisbezoeken gebruik maken van de regeling Geestelijke verzorging thuis. Dit geldt ook voor geestelijk verzorgers die zowel in 1e als ook 3e lijns medische kindzorg werkzaam zijn.

 

Knelpunten respijtzorg (verpleegkundig kinderdagverblijf)

Gemeenten vergoeden respijtzorg voor kinderen over het algemeen niet als zij vinden dat er een ‘medische’ grondslag is. Soms betreft het in die gevallen echter geen medische, maar een sociale grondslag. Respijtzorg op basis van die sociale grondslag wordt niet altijd geïndiceerd. Soms leidt dit tot een sociale opname-indicatie in het ziekenhuis om ouders te ontlasten.

Stand van zaken 2026


Afgifte van een SMI (sociaal medische indicatie) is mogelijk, met uitzondering van de ouders die tevens vanuit een Zvw-pgb zorg inzetten voor hun eigen kind, aangezien dat als inkomen wordt gezien.

Respijtzorg vanuit de Zvw is wel mogelijk en wordt veelal ook ingezet. Bij alle palliatieve kinderen is de medische grondslag voorliggend.

 

Knelpunten overige kosten

Stand van zaken 2026

- Logeervergoeding voor ouders

Er is geen logeervergoeding voor ouders, als zij gedurende de opname van een kind in bijvoorbeeld een Ronald McDonald huis verblijven.

- Aanvragen huishoudelijke hulp als de zorgvrager een kind is

Huishoudelijke hulp vanuit de WMO kan in principe niet worden aangevraagd als de zorgvrager een kind is. Als oplossing hiervoor kan huishoudelijke hulp via de ouders worden aangevraagd, als zij mantelzorger zijn. In de praktijk wordt dit vaak niet toegekend.

 

- Inzet persoonlijke verzorging op diverse punten opgelost

 

De eigen bijdrage van € 15 per nacht als ouder in een Ronald McDonald-huis wordt deels of zelfs geheel vergoed vanuit de aanvullende verzekering die veel ouders hebben afgesloten.

 


Ouders worden getraind door de Ouder-Kind-Educatie (OKE-training) die is ontwikkeld. Ze zijn naar succesvol doorlopen bevoegd en bekwaam om handelingen uit te voeren.246

Soms ook wordt een deel van de persoonlijke verzorging vanuit de Zvw geïndiceerd en een deel vanuit de Jeugdwet. In de praktijk wordt dan gekeken of de persoon die de persoonlijke verzorging biedt, bekwaam kan worden gemaakt om de verpleegkundige handelingen uit te voeren.

Medisch verpleegkundig handelen is niet altijd even scherp af te bakenen.

Opgelost door handreiking Indicatieproces Kindzorg (HIK).

 
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 7 januari 2026
Was deze informatie nuttig voor je?
Bedankt voor je hulp, we hebben je feedback ontvangen.
Was deze informatie nuttig voor je?
Wil je kort toelichten wat je waardevol vond?
Wat miste je?
This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.