Proactieve zorgplanning op de longafdeling van het ZGT-Hengelo is pure winst voor de patiënten
Publicatie

Proactieve zorgplanning op de longafdeling van het ZGT-Hengelo is pure winst voor de patiënten

  • Setting Ziekenhuis
Laatst geactualiseerd: 18 augustus 2026

Longartsen en verpleegkundig specialisten van de longafdeling van de Ziekenhuisgroep Twente (Hengelo en Almelo) zijn voortvarend gestart met proactieve zorgplanning op hun afdeling. “Wij zetten de deur om over de toekomst te praten nadrukkelijk open”, zegt longarts Jeske Staal. “Dat wordt door een overgrote meerderheid van de patiënten enorm gewaardeerd,” voegt verpleegkundig specialist Wendy Bokxem toe.

Longarts Staal is samen met verpleegkundig specialist Bokxem de kartrekker van de introductie van de proactieve zorgplanningsgesprekken in Hengelo. “Wij werken op de afdeling met twee verpleegkundig specialisten”, zegt Bokxem. “Ik spreek vooral de patiënten met COPD, mijn collega ziet de meeste patiënten met longkanker. Veel patiënten met COPD hebben een grote angst om te stikken. In de gesprekken die ik in het kader van proactieve zorgplanning met hen voer, komt dit onderwerp bijna altijd aan de orde. Ik kan hen uitleggen dat COPD-patiënten zelden stikken. Ze vinden het fijn dat we daarover in alle openheid kunnen spreken. Vaak geven ze expliciet aan dat het hen rust en duidelijkheid geeft.”

‘Fijn dat het nu even stabiel is, maar…’

 
  Jeske Staal en Wendy Bokxem

Bokxem heeft inmiddels de nodige handigheid gekregen om in diverse situaties met patiënten in gesprek te gaan over de onvermijdelijke toekomst. “Hoe je het ook wendt of keert, de conditie van COPD-patiënten gaat achteruit. COPD is een progressieve ziekte, die kan leiden tot recidiverende longaanvallen en of opnames. Dat proces kan langzaam en snel gaan, maar het gaat maar één kant op. Als mensen in een stabiele fase zitten, grijp ik dat gegeven vaak aan als ik ze op de longpoli spreek. Dan wijs ik erop dat het heel fijn is dat het nu even stabiel is, maar dat ik ook graag even wil praten over periodes waarin het niet zo goed met hen zal gaan, en wat dan hun wensen en verwachtingen zijn over de zorg. Menig COPD-patiënt zal bijvoorbeeld thuiszorg nodig gaan hebben. Kennen zij de diverse vormen van hulp die zij kunnen inschakelen? De meesten bereiden zich daar niet op voor. Dan is het goed om de mogelijkheden met hen door te nemen. Weten zij wat een ergotherapeut of fysiotherapeut voor hen kan betekenen? Wat de thuiszorg kan doen als het om ADL-zorg gaat? Ook dit soort gesprekken geeft mijn patiënten rust en duidelijkheid.”

Beter voorbereiden

Voor Staal, die PZP-gesprekken voert met zowel kanker-, COPD- als longfibrosepatiënten, zijn de voordelen van PZP-gesprekken evident: “Dankzij de informatie die wij aan patiënten geven, kunnen ze zich beter voorbereiden op het vervolg van het ziektetraject. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Want zoals we over stikangst of thuiszorg praten, zo praten we ook over allerlei behandelingen die in de laatste levensfase aan de orde kunnen komen. Onderwerpen als reanimatie, beademing of palliatieve sedatie bijvoorbeeld. Ook de voor- en nadelen van ziekenhuisopnames bespreken we: wat willen ze nog wel, en wat niet? Omdat we die wensen nu ook gestructureerd vastleggen is voor alle betrokken zorgverleners duidelijk wat hun wensen zijn. De meest mooie spin-off van PZP-gesprekken is dan ook dat we als zorgverleners daardoor de best passende zorg kunnen verlenen. Niet-passende zorg, in de vorm van ongewenste spoedopnames of IC-bezoeken bijvoorbeeld, komt dus steeds minder voor. Dat is ook pure winst voor onze patiënten.”

En al even zo belangrijke spin-off van PZP-gesprekken met patiënten, is dat deze vaak een gespreksstarter zijn voor gesprekken die patiënten met – bijvoorbeeld – hun kinderen voeren, geeft Staal aan. “Vaak gaat de partner mee met de gesprekken die op de poli worden gevoerd”, zegt Staal. “Hij of zij is dus al wel op de hoogte van de thema’s die ertoe doen. Maar ik hoor regelmatig dat ze het lastig vinden om met hun kinderen in gesprek te gaan over de toekomst. Daarvoor gebruiken ze dan het PZP-gesprek: ‘We zijn bij het ziekenhuis geweest en we hebben hier- en daarover gesproken’. Zo kunnen patiënten hun wensen ook bij kinderen onder de aandacht brengen.”

‘Bij COPD ligt het startpunt van PZP wat ingewikkelder’

Idealiter starten zorgprofessionals met hun proactieve zorgplanning ‘tijdig’ in het ziektetraject, zo schrijft het Kwaliteitskader Palliatieve zorg voor. Maar wat is tijdig? Op de longafdeling merken ze duidelijk dat dat bij de ene patiëntengroep (longkanker) makkelijker te bepalen is dan bij de andere (COPD). “Bij kanker is het startpunt voor PZP vaak gekoppeld aan het perspectief van de behandeling”, legt Staal uit. “Als duidelijk wordt dat we iemand niet meer beter kunnen maken, is het tijd voor PZP. Bij COPD ligt dat wat ingewikkelder. Want COPD is vanaf het begin al direct ongeneeslijk. Toch beginnen we niet direct met PZP. Meestal gebeurt dat nadat patiënten een longaanval hebben gekregen en in het ziekenhuis terechtkomen. Als de opname achter de rug is, plannen we een poli-afspraak in voor een eerste PZP-gesprek. De focus gaat dan naar de nabije toekomst. Heel concreet: wat kunnen we doen om een volgende longaanval te voorkomen? Maar ook door alvast een aantal PZP-thema’s op tafel te leggen. Of folders mee te geven zoals ‘In gesprek over wensen en zorgen bij ernstige COPD’, zodat ze alvast over een aantal thema’s kunnen nadenken.”

Dat voor die PZP-gesprekken sinds januari 2025 een betaaltitel is geïntroduceerd, heeft het enthousiasme voor PZP-gesprekken onder medisch-specialisten absoluut vergroot, schat Staal in. Op haar afdeling werken tien longartsen. Is het voeren van PZP-gesprekken bij hen allen al goed geïntegreerd in het reguliere werk? “Nee,” geeft Staal eerlijk toe. “Er bestaat de nodige variatie in de mate waarin zij de betaaltitel openen, hoor ik van mijn DBC-coördinator. Maar dat lijkt me ook logisch. Het moet je ook een beetje liggen. En de één heeft er nou eenmaal meer affiniteit mee dan de ander.”

Registratie van de gesprekken

De gesprekken voeren is stap één, de registratie van die gesprekken is een volgende stap. “Je bent er per gesprek toch al snel een uur mee bezig”, schat Staal in. “Je hebt de voorbereiding van het gesprek, het gesprek zelf en dan het verslag.” In het ZGT werken zorgverleners met het elektronisch patiëntendossier HiX. Daarin zit een standaard PZP-formulier. Huisartsen hebben toegang tot dat dossier, maar omgekeerd is dat nog niet het geval. “Wij kunnen dus nog niet in het dossier van de huisarts zien welke gesprekken zij hebben gevoerd en welke afspraken zij met hun patiënten over het beleid hebben gemaakt. Dat is nog wel een gemis.”

Overgrote meerderheid van patiënten is direct blij met PZP

Volgens Bokxem is de overgrote meerderheid van haar patiënten erg goed te spreken over de PZP-gesprekken. “Ik schat in dat zo’n 80% van de patiënten er direct blij mee is. Omdat het hen duidelijkheid en rust geeft. Die resterende 20% voelt zich er in het begin wat ongemakkelijk bij. Maar dat trekt bij de helft wel wat bij. Zij hebben iets meer tijd nodig om zich tot die PZP-gespreksonderwerpen te verhouden, en ook de voordelen van die gesprekken te ervaren. Dan blijft er 10% over die er niet aan wil. Dat respecteren we uiteraard.”

Wat haar opvalt in veel PZP-gesprekken is dat een deel van de patiënten ook relatief weinig over COPD weet. “Ze schatten vaak de ernst ervan te licht in. Dan zijn ze verbaasd als ik zeg dat COPD ‘een ernstige longziekte’ is.” Staal vult aan: “Ik hoor menig patiënt bij de diagnose COPD verzuchten: ‘Ah, gelukkig geen longkanker’. Terwijl de prognose bij COPD niet per definitie beter is dan bij longkanker.” PZP-gesprekken zijn daardoor ook goede aanleidingen om opnieuw voorlichting over COPD te geven, geven beide zorgprofessionals aan.

Laatst geactualiseerd: 18 augustus 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.