Kerncijfers PaTz-groepen

Kerncijfers PaTz-groepen

 

Veel ongeneeslijk zieke patiënten brengen de meeste tijd van hun ziekte thuis door, waar zij veelvuldig contact hebben met hun eigen huisarts en/of (wijk)verpleegkundige. De begeleiding van deze patiënten en hun naasten kan complex zijn vanwege ingewikkelde medische klachten, psychosociale problemen van patiënten, het organiseren van de zorg en het omgaan met/een plek geven aan eigen emoties. PaTz groepen zijn opgericht om de samenwerking tussen huisartsen en (wijk)verpleegkundigen te versterken en hun deskundigheid te vergroten. Samen met een inhoudelijk consulent palliatieve zorg brengen ze vroegtijdig patiënten in beeld en anticiperen ze op de zorgbehoefte van de patiënt. Met deze gezamenlijke aanpak neemt de kwaliteit en deskundigheid in de palliatieve zorg thuis toe (Stichting PaTz).

Samenstelling PaTz team

De respons op de PaTz Monitor 2024 was opnieuw hoog: 216 van de 256 PaTz groepen (84%) namen deel. De samenstelling van de groepen is grotendeels vast (96%). Naast huisartsen en (wijk)verpleegkundigen nemen steeds vaker andere disciplines deel, zoals geestelijk verzorgers (58%), apothekers (29%), en praktijkondersteuners (25%), coördinatoren vrijwilligers (19%) en specialisten ouderengeneeskunde (15%). Zij dragen vooral bij door het signaleren van zorgbehoeften, het geven van informatie over hun rol en advies bij specifieke casussen.   Het voorzitterschap wordt steeds vaker door andere disciplines dan huisartsen ingevuld (64% huisarts in 2024, 70% in 2023, 83% in 2019), wat de multidisciplinaire samenwerking verder versterkt. De meerwaarde van deze disciplines als voorzitters wordt steeds vaker als groot ervaren. 

 

Waardering PaTz groepen

De waardering voor deelname aan de PaTz groepen blijft hoog. In 2021 gaf merendeel van de huisartsen (76%) en verpleegkundigen (74%) aan dat de zorg voor palliatieve patiënten is verbeterd dankzij deelname aan de PaTz groep. Ook gaf een ruime meerderheid van de huisartsen (96%) en verpleegkundigen (94%) aan meer te leren over palliatieve zorg. In 2024 ervaren vrijwel alle deelnemers de themabesprekingen en casuïstiek als (heel) nuttig (huisartsen: 88%-97%, verpleegkundigen: 91%-99%), wat het blijvende leereffect en de kwaliteitsverbetering onderstreept.  

Tijdige identificatie en signalering van zorgbehoeften

Sinds 2021 is de aandacht voor het tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften toegenomen: in 2024 vindt 83% van de huisartsen en 66% van de verpleegkundigen dat hier voldoende aandacht voor is (2021: 76% resp. 61%). Voor het tijdig identificeren van patiënten met palliatieve zorgbehoeften is het beeld anders: bij huisartsen bleef dit lang stabiel hoog en daalde in 2024 licht naar 73% (2021–2023: 76%), terwijl bij verpleegkundigen dit steeg naar 61% (2021/2022: 56%) en in 2024 gelijk bleef. Het 2024‑rapport onderstreept dat bij huisartsen voor zowel identificatie van zorgbehoeften (73%) als signalering van patiënten (83%) een grote meerderheid voldoende aandacht ervaart. Bij verpleegkundigen is dat een kleine meerderheid (61% en 66%), met tegelijk een aanzienlijke minderheid die meer aandacht wenst (31% voor identificatie; 36% voor signalering).
 

Onderwerpen besproken

Tijdens patiëntbesprekingen komen lichamelijke, sociale en psychologische aspecten het vaakst aan bod. Tegelijkertijd blijft aandacht voor onderwerpen als het individueel zorgplan, verlies, rouw en nazorg een belangrijk verbeterpunt. In 2024 vindt slechts 32% van de huisartsen en 48% van de verpleegkundigen dat er voldoende aandacht is voor het individueel zorgplan; voor verlies, rouw en nazorg is dat respectievelijk 35% en 55%. Ook palliatieve zorg voor patiënten met een psychiatrische of migratieachtergrond krijgt nog niet altijd voldoende aandacht.

Ontwikkelingen na de COVID-19 periode

Na de daling in 2020, toen door de coronapandemie veel bijeenkomsten wegvielen, is de aandacht voor psychosociale en spirituele thema’s wel teruggekeerd, maar niet structureel bij alle patiënten. In 2024 blijkt dat deze onderwerpen vooral incidenteel aan bod komen: zingeving wordt bij alle patiënten slechts in 1% van de gevallen besproken en bij veel patiënten in 15%, terwijl verlies en rouw bij alle patiënten 4% en bij veel patiënten 22% bedraagt. Daarmee is er herstel ten opzichte van 2020, maar het niveau van vóór de pandemie is niet bereikt.

Proactieve zorgplanning

Proactieve zorgplanning krijgt ook steeds meer aandacht binnen PaTz groepen. In 2024 vond bijna vier op de vijf huisartsen en ruim twee derde van de verpleegkundigen dat proactieve zorgplanning voldoende aan bod komt, al is er ook hier nog behoefte aan verdere verdieping en structurele aandacht. Voorzitters beoordelen in 2024 dat proactieve zorgplanning in 60% van de groepen goed en in 10% zeer goed tot zijn recht komt; 25% is neutraal. Consulenten signaleren vooral bij huisartsen een duidelijke verbetering in kennis en aandacht voor het onderwerp ten opzichte van voorgaande jaren; bij verpleegkundigen blijft dit stabiel.

Conclusie

Samenvattend laten de monitors van de afgelopen jaren zien dat PaTz groepen breed worden gewaardeerd, zowel voor het verbeteren van de kwaliteit van palliatieve zorg als voor het vergroten van deskundigheid en samenwerking. De aandacht voor tijdige signalering en proactieve zorgplanning blijft groeien, waarmee PaTz groepen een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere professionalisering van palliatieve zorg in de eerste lijn.

Wil je meer weten over PaTz-groepen? Bekijk dan deze pagina over PaTz-groepen of de website van de Stichting PaTz.

Voor het opstellen van deze pagina is informatie gebruikt van de PaTz Monitor 2020 tot 2024 en het overzicht van de PaTz groepen.

Voor vragen, neem contact op met:
Heidi Fransen IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland)
Laatst geactualiseerd: 13 januari 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Was deze informatie nuttig voor je?
Bedankt voor je hulp, we hebben je feedback ontvangen.
Was deze informatie nuttig voor je?
Wil je kort toelichten wat je waardevol vond?
Wat miste je?
This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.