Zelfevaluatie palliatieve zorg in het ziekenhuis: 'Dankzij kleine stapjes kunnen we een groot resultaat behalen'
Publicatie

Zelfevaluatie palliatieve zorg in het ziekenhuis: 'Dankzij kleine stapjes kunnen we een groot resultaat behalen'

  • Datum publicatie 12 mei 2026
  • Auteur Rob Bruntink
  • Setting Ziekenhuis
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 12 mei 2026

Evert van den Berken is verpleegkundig consulent van het TOPAT, het palliatieteam van Zuyderland. Samen met Kylie Kmita, beleidsadviseur Kwaliteit & Veiligheid, coördineerde hij in 2025 de uitvoering van de zelfevaluatie palliatieve zorg. Van den Berken was ook bij de eerste zelfevaluatie, in 2020, betrokken. 'Daarmee laten we zien dat we de kwaliteit van onze palliatieve zorg serieus nemen', zegt hij. 'Door de zelfevaluatie te doen, licht je je eigen organisatie in feite door op tal van cruciale onderdelen van palliatieve zorg. De zelfevaluatie is immers gebaseerd op het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland, en daardoor kom je als vanzelf relevante thema’s tegen als proactieve zorgplanning, deskundigheid en de mate waarin je gebruik maakt van het individuele zorgplan.' 

 
Kylie Kmita Evert van Berken  


Scholingsprogramma 

Met de zelfevaluatie is ‘redelijk wat werk’ gemoeid, geven beiden aan, 'maar het is te doen. Een strakke organisatie, waaronder het efficiënt omgaan met de beschikbare tijd van alle betrokkenen, helpt,'laat Kmita weten. En, tweede belangrijke tip: hou het vooral klein. 

Tegelijkertijd, stellen ze enthousiast, is het het werk meer dan waard. 'De zelfevaluatie nodigt uit om vanuit je organisatie vragen te beantwoorden over die belangrijke thema’s uit het kwaliteitskader', zegt Kmita. 'Ook vraagt het om een blik op je dossiers van je patiënten. Al die informatie bij elkaar opgeteld, maakt duidelijk wat je goed doet, maar ook waar nog verbetering in zit. We zagen bijvoorbeeld in 2020 dat diverse verpleegafdelingen nog niet actief genoeg waren met proactieve zorgplanning. Ook was er noodzakelijke verbetering aan te wijzen in de deskundigheidsbevordering op het gebied van palliatieve zorg. In de zelfevaluatie van 2025 zagen we vooral op het gebied van scholing dat we inmiddels goede stappen hadden gezet. Er was bijvoorbeeld een scholingsprogramma voor alle artsen, verpleegkundig specialisten, physician assistents en (gespecialiseerd) verpleegkundigen ontwikkeld. De zelfevaluatie van 2025 liet echter ook zien dat we die scholingsmogelijkheden voortdurend onder de aandacht moeten blijven brengen. Anders is het risico aanwezig dat kennis over en aandacht voor de benodigde zorg tijdens de laatste levensfase weer afneemt.' 

Blauwdruk voor proactieve zorgplanning 

Voor de integratie van proactieve zorgplanning (PZP) op een verpleegafdeling, ook een verbeterpunt uit de evaluatie, wordt een blauwdruk gemaakt. Deze blauwdruk beschrijft het plan om PZP, geïntegreerd in specialistische zorgpaden, vanuit een poliklinische setting uit te breiden naar een klinische setting/verpleegafdeling. Met als doel om klinische patiënten voor PZP te identificeren, met de patiënt en diens naaste(n) het bestaan van PZP te bespreken en (indien haalbaar) het PZP-gesprek op de verpleegafdeling te voeren. Lukt dat niet, dat vinden de gesprekken plaats vanuit de aan de verpleegafdeling gelieerde polikliniek. 

‘Door PZP systematisch te integreren in de klinische visites of MDO’s op een verpleegafdeling, kan de kwaliteit van palliatieve zorg worden verbeterd, kunnen onnodige ziekenhuisopnames worden voorkomen en kan zorg beter worden afgestemd op wat voor de patiënt werkelijk belangrijk is', betoogt Van den Berken. 

Bindende waarde 

Alle verbeterpunten die uit de zelfevaluatie werden vastgesteld, verwerkte Zuyderland – conform de instructies rondom de uitvoering van de zelfevaluatie – in een verbeterplan. Van den Berken en Kmita stellen zo’n plan op in samenwerking met de zorgverleners die bij de evaluatie betrokken waren. 'Een zelfevaluatie heeft daardoor ook bindende waarde', stelt Van den Berken. Enerzijds bestaan de betrokken zorgverleners uit zijn collega’s uit het palliatieteam, anderzijds worden collega’s van verpleegafdelingen erbij gehaald, die – heel concreet – de verbeteringen kunnen doorvoeren in hun dagelijkse praktijk.  

Bij de zelfevaluatie van 2020 waren de verpleegafdelingen interne oncologie, chirurgie en cardiologie betrokken en in 2025 de afdelingen ouderengeneeskunde, longgeneeskunde en neurologie. 'Een bewuste keuze, omdat deze afdelingen een relatief groot aanbod hebben van palliatieve patiënten', zegt Van den Berken.  

In de toekomst hoopt Van den Berken dat de zelfevaluatie zich richt op afdelingen die minder ervaring hebben met palliatieve zorg. De te behalen winst ligt dan vooral op het vergroten van kennis over palliatieve zorg en PZP onder de zorgprofessionals van die afdelingen.  


Korte doorlooptijd 

De zelfevaluatie van 2025 kende bij Zuyderland een korte doorlooptijd: slechts twee maanden. In die periode werd de gehele zelfevaluatie uitgevoerd, daarna volgde het schrijven van het plan van aanpak. 'We kozen bewust voor zo’n korte doorlooptijd om de werklast bij zorgverleners zo laag mogelijk te laten zijn', zegt Kmita. In die twee maanden tijd kwamen alle leden van de samengestelde projectgroep vier keer samen, telkens in een bijeenkomst van zo’n twee uur.  

De Netwerken Palliatieve Zorg in de Zuid-Limburgse regio – Oostelijk Zuid-Limburg en Westelijke Mijnstreek – werden niet alleen nauw betrokken, maar waren ook initiator van de beide zelfevaluaties. 'Ze lezen bijvoorbeeld mee bij het opstellen van het plan van aanpak, en krijgen van tijd tot tijd updates over de voortgang van de plannen', zegt Van den Berken. 

Rol voor verpleegkundige stafbestuur 

Belangrijk doel uit het meest recente plan van aanpak was ook om verpleegkundigen meer te betrekken bij PZP. Tot voor kort was dit vooral een taak die bij artsen werd neergelegd. In het kwaliteitskader komt die exclusiviteit niet voor, vandaar de wens verpleegkundigen een grotere rol te geven.  

'Een belangrijke winst binnen dit thema is de betrokkenheid van het verpleegkundig stafbestuur (VSB) van Zuyderland. In de Visie op Verpleegkunde 2025–2028, die in samenwerking met medewerkers is opgesteld, wordt als doel gesteld dat verpleegkundigen betrokken zijn bij alle aspecten van PZP en een centrale rol vervullen in het zorgtraject', zegt Kmita. De leden van TOPAT spelen hierin een cruciale rol. Er vindt nu een regulier overleg plaats met het stafbestuur en samen wordt gekeken hoe verpleegkundigen hier een sterke rol in kunnen innemen. Ze gaan ook actief de boer op richting verpleegkundigen om de waarde van PZP onder de aandacht te brengen. 

Eigenaarschap 

Al deze bewegingen waren niet tot stand gekomen zonder de zelfevaluaties, geven Kmita en Van den Berken aan. Toch is het niet alleen maar rozengeur en maneschijn, stellen zij eerlijk. 'Het eigenaarschap van de zelfevaluatie was in 2020 een ingewikkelde kwestie', blikt Kmita terug. 'Eigenlijk zou de werkgroep ook de uitvoering van het verbeterplan coördineren, maar omdat het eigenaarschap niet helder belegd was, leek het voor sommigen alsof TOPAT de eigenaar van die uitvoering was. Dus we hebben tijdens de tweede zelfevaluatie expliciet stil moeten staan bij de vraag: wie doet nou wat?  

Een tweede les betrof de grootte van het verbeterplan. 'Eigenlijk wilden we te veel tegelijkertijd', vervolgt Kmita. 'We hebben nu een duidelijke prioritering aangebracht. Dat maakt het mogelijk om kleinere stapjes te zetten. En juist met die kleinere stapjes kunnen we nu een groot resultaat behalen.' 

 

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 12 mei 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.