Zelfevaluatie Palliatieve Zorg zorgorganisaties
Hulpmiddel

Zelfevaluatie Palliatieve Zorg zorgorganisaties

  • Ontwikkelaar Stichting PZNL
  • Versie 2026
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 23 juli 2026

De zelfevaluatie palliatieve zorg is een hulpmiddel waarmee een zorgorganisatie in beeld brengt hoe goed de palliatieve zorg is geregeld en wat beter kan. De zelfevaluatie is bruikbaar in alle zorgsettings; verpleeghuiszorg, thuiszorg, hospicezorg, ziekenhuiszorg, verstandelijk gehandicaptenzorg (VG) en/of geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Het doel is het versterken en borgen van goede palliatieve zorg. De basis van de zelfevaluatie is het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland

Uit de praktijk van Bravis ziekenhuis: De zelfevaluatie geeft organisaties “een kijkje in de eigen keuken” en maakt verbeterpunten zichtbaar. 

 

Op deze pagina

Wat komt er kijken bij de voorbereiding van de zelfevaluatie? 

Wat komt er kijken bij de uitvoering van de zelfevaluatie?

Wat levert de zelfevaluatie jouw organisatie op? 

Doe je mee aan een online inspiratiebijeenkomst? 

Vragen? 

Veel gestelde vragen en antwoorden  

 

Download deze afbeelding als PDF.


Wat komt er kijken bij de voorbereiding van de zelfevaluatie? 

Bepaal je doel. Bepaal waarom je de zelfevaluatie uitvoert en wat je wilt bereiken. Denk bijvoorbeeld aan meer inzicht in de kwaliteit van zorg, het signaleren van verbeterpunten of het versterken van samenwerking en bewustwording binnen het team. 

Voorbeeld uit de praktijk: Bravis ziekenhuis gebruikte de zelfevaluatie als nulmeting: waar staan we nu, wat gaat goed, waar lopen we tegenaan en hoe kunnen we verder verbeteren? 

Kies je aanpak. Bepaal hoe je de zelfevaluatie wilt uitvoeren: met de hele organisatie of met specifieke zorgsettings, teams of locaties. De resultaten worden altijd vergeleken met die van andere zorgorganisaties (landelijke benchmark). Daarnaast kun je er ook voor kiezen om binnen je eigen organisatie te vergelijken. Je kunt maximaal vier zorgsettings óf vier afdelingen, teams of andere organisatie-eenheden naast elkaar zetten. 

Voorbeeld uit de praktijk: Zorgbalans zette de zelfevaluatie in om binnen een grote organisatie met meerdere woonzorglocaties, thuiszorg en ontmoetingscentra meer focus en structuur aan te brengen in palliatieve zorg. Zorgbalans zette de zelfevaluatie in om binnen een grote organisatie met meerdere woonzorglocaties, thuiszorg en ontmoetingscentra meer focus en structuur aan te brengen in palliatieve zorg. 

Regel je deelname. Bespreek je deelname (desgewenst) met de coördinator van jouw regionale netwerk palliatieve zorg. Meld je aan via het aanmeldformulier en krijg gratis toegang tot de evaluatieapplicatie. Daarna ontvang je een overeenkomst. Na ondertekening ontvangen alle opgegeven collega’s binnen een week de inloggegevens en kunnen jullie starten. 

Wat komt er kijken bij de uitvoering van de zelfevaluatie? 

Zelf aan de slag. De zelfevaluatie voer je uit binnen je eigen organisatie, met een projectleider, projectgroep en werkgroep. Betrek bij voorkeur ook een kwaliteitsfunctionaris voor de verbinding met beleid. Zorg daarnaast dat het patiëntenperspectief goed wordt meegenomen, bijvoorbeeld via een cliënten- of patiëntenraad of door ervaringen van patiënten en naasten te betrekken. 

Tip uit de praktijk van Zorgbalans: “Een groot draagvlak van de zelfevaluatie binnen de organisatie is van belang, want het vraagt tijd en energie van mensen.”  

Tijdsinvestering. Doorloop de zelfevaluatie in ongeveer 3–4 maanden. De totale tijdsinvestering ligt meestal tussen de 15 en 75 uur, afhankelijk van de organisatie en aanpak. 

Uitvoering in vier fasen. De zelfevaluatie bestaat uit vier fasen: visie, praktijk, dossieronderzoek en analyse. In de eerste drie fasen verzamel en bespreek je informatie en kom je tot gezamenlijk inzicht in de kwaliteit van palliatieve zorg. De informatie en inzichten leg je vast in de evaluatieapplicatie. Dit leidt tot een rapportage met een overzicht van de kwaliteit van palliatieve zorg, inclusief vergelijking met het landelijk beeld. In de vierde fase vertaal je deze inzichten naar een concreet verbeterplan. 

Voorbeeld uit de praktijk: Bij Bravis bracht de zelfevaluatie goed in kaart hoe het ziekenhuis ervoor staat op het gebied van palliatieve zorg, vanuit alle dimensies. 

Ondersteuning. De coördinator van jouw regionale netwerk palliatieve zorg is het eerste aanspreekpunt. Ook bij team zelfevaluatie kun je terecht voor vragen en advies. In de zelfevaluatietoolkit vind je aanvullende hulpmiddelen en ondersteuning, zoals een sjabloon voor een Plan van Aanpak en tips voor het opstellen van het verbeterplan. 

Wat levert de zelfevaluatie jouw organisatie op? 

Inzicht en rapport. Je ontvangt een rapport met inzicht in de kwaliteit van palliatieve zorg, de toepassing van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland en kansen voor verbetering, inclusief benchmark. 

Feit uit de factsheet Toepassing Kwaliteitskader in de praktijk: In de resultaten over 2024–2025 is te zien dat 79% van de organisaties keuzes voor zorg samen met patiënt en/of naaste maakt. In 80% van de onderzochte zorgdossiers staat dit ook gerapporteerd. Tegelijkertijd wordt het vastleggen van wensen, waarden en behoeften op de vier dimensies nog beperkt gedaan: in 26% van de dossiers. 

Nul- of herhaalmeting. Gebruik de resultaten als nulmeting of om ontwikkeling in de tijd te volgen. 

Verbeterplan. Je vertaalt de uitkomsten samen naar een praktisch verbeterplan. 
Feit uit de factsheet Proactieve zorgplanning in de praktijk: 68% van de organisaties heeft proactieve zorgplanning opgenomen in beleid. De uitvoering in de dagelijkse praktijk, vastlegging in zorgdossiers en overdracht zijn nog niet overal voldoende geborgd. 

Uitwisseling. Desgewenst wissel je ervaringen uit binnen jouw regionale Netwerk Palliatieve Zorg. 

Doe je mee aan een online inspiratiebijeenkomst? 

Meer weten en ervaringen uitwisselen met een zorgorganisatie die de zelfevaluatie al heeft uitgevoerd? Meld je aan voor een online inspiratiesessie. De eerstvolgende is/zijn op: 

Laat je inspireren: Lees hoe organisaties als Bravis ziekenhuisZorgbalans en Zorggroep Manna de zelfevaluatie gebruikten als startpunt voor leren, verbeteren en het versterken van palliatieve zorg in de praktijk. 

  • Donderdag 17 september, 12.00–13.00 uur (meld je hier aan en ontvang vooraf een Teamslink) 

Bekijk de video voor een korte toelichting van wat er in een inspiratiesessie aan bod komt:


Vragen? 

Neem contact op met team zelfevaluatie of de coördinator van jouw regionale netwerk palliatieve zorg. Via het netwerk kom je ook in contact met organisaties die ervaring hebben met de zelfevaluatie. 

Veel gestelde vragen en antwoorden  

De zelfevaluatie kan ingezet worden binnen verpleeghuiszorg, thuiszorg, hospicezorg, ziekenhuis, verstandelijk gehandicapten zorg en GGZ inclusief verslavingszorg.  

Afhankelijk van het soort organisatie en het doel van het doen van een zelfevaluatie kun je kijken welke evaluatie het beste past. De zelfevaluatie VPTZ is specifiek ontwikkeld voor VPTZ-organisaties en richt zich op de terminale fase. De zelfevaluatie palliatieve zorg van PZNL kijkt naar de gehele palliatieve fase en is vooral bedoeld voor zorgorganisaties die palliatieve zorg in de breedte verlenen. Meer weten? Ga naar vergelijking zelfevaluatie VPTZ en zelfevaluatie PZNL

Jazeker, de ‘Tips voor uitvoering van de zelfevaluatie in de VG-zorg', te vinden in de zelfevaluatietoolkit, helpen om de zelfevaluatie passend en uitvoerbaar te maken binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.   

Er zijn drie opties voor het uitvoeren van de zelfevaluatie:  

  • Optie A geeft een organisatie een breed beeld van de kwaliteit van palliatieve zorg binnen de hele organisatie en is geschikt als eerste verkenning, voor een kleinere organisatie of bij beperkte tijd. 
  • Optie B maakt overeenkomsten en verschillen tussen maximaal vier zorgsetting binnen één organisatie zichtbaar: verpleeghuiszorg, thuiszorg, hospicezorg, ziekenhuiszorg, verstandelijk gehandicaptenzorg (VG) en/of geestelijke gezondheidszorg (GGZ). 
  • Optie C geeft inzicht in overeenkomsten en verschillen tussen maximaal vier afdelingen, teams of andere organisatie-eenheden binnen één zorgsetting. 

Als je twijfelt over het wel of niet vergelijken van zorgsettings, locaties of afdelingen, kijk dan naar wat je met de zelfevaluatie wilt bereiken. Wil je vooral een algemeen beeld van de palliatieve zorg binnen de organisatie, ben je een kleine organisatie of heb je beperkt de tijd, dan is optie A vaak voldoende.  

Wil je inzicht krijgen in overeenkomsten en verschillen tussen zorgsettings of organisatieonderdelen en gericht leren van elkaar, kies dan voor optie B of C. De rapportage laat dan niet alleen zien hoe de organisatie als geheel scoort, maar maakt ook onderlinge overeenkomsten en verschillen zichtbaar. 

In fase 1 start je met het in kaart brengen van de feiten en cijfers zoals het palliatieve zorgbeleid, deskundigheid van medewerkers en deelname aan het regionale Netwerk Palliatieve Zorg. In fase 2 wissel je in een brede werkgroep met verschillende collega's over wat wordt verstaan onder palliatieve zorg en hoe deze in de praktijk wordt geleverd. Dit doe je voor de gehele organisatie of per zorgsetting of organisatie-eenheid. In fase 3 voer je dossieronderzoek uit. Door patiëntendossiers van recent niet onverwacht overleden patiënten te analyseren (minimaal vijf dossiers per organisatie, zorgsetting of organisatie-eenheid) ontstaat een verdiepend beeld van hoe palliatieve zorg in de praktijk wordt toegepast en vastgelegd. In fase 4 ga je aan de slag met de analyse van de resultaten van fase 1-3 en het vaststellen van het verbeterplan.  

Een zelfevaluatie verloopt overal anders en moet passen bij de organisatie, waarbij belangrijk is dat gestart wordt met fase 1 en fase 4 helemaal aan het einde gebeurt. Het is mogelijk om de volgorde van fase 2 (palliatieve zorg in de praktijk) en fase 3 (dossieronderzoek) te wijzigen: zo kan het in sommige situaties handig zijn om te starten met het dossieronderzoek en daarna fase 2 uit te voeren. Ook is het een mogelijkheid om fase 2 en 3 parallel aan elkaar uit te voeren. 

Voor de zelfevaluatie worden dossiers van overleden patiënten geraadpleegd. De AVG is niet van toepassing op gegevens van overleden personen. Wel blijven andere regels gelden, zoals het medisch beroepsgeheim en de verplichting tot zorgvuldige omgang met gegevens. In de zelfevaluatie zijn uitsluitend beperkte persoonsgegevens opgenomen (namelijk: geslacht, geboortejaar, land van herkomst en hoofddiagnose). Deze gegevens worden alleen geaggregeerd gebruikt, zodat ze niet herleidbaar zijn tot individuele personen. 

Jazeker, in de zelfevaluatietoolkit vind je het document ‘vragen zelfevaluatie'. Zo kun je je een goed beeld vormen.   

Met deze overeenkomst krijgt de organisatie toegang tot de evaluatieapplicatie voor de zelfevaluatie palliatieve zorg. Daarnaast spreken Stichting PZNL en de organisatie af zorgvuldig om te gaan met de gegevens die worden verwerkt in het kader van de zelfevaluatie. De organisatie draagt zorg voor een zorgvuldige invoer van gegevens, terwijl Stichting PZNL de gegevens vertrouwelijk behandelt en uitsluitend gebruikt voor de in de overeenkomst beschreven kwaliteits-, onderzoeks- en benchmarkdoeleinden. 

De zelfevaluatie wordt doorgaans uitgevoerd door organisaties die deelnemen aan een regionaal Netwerk Palliatieve Zorg. Daarom neemt de deelnemende organisatie deel aan een regionaal netwerk of is zij aspirant-lid, en is een netwerkcoördinator betrokken als contactpersoon en mogelijke ondersteuner bij het proces. 

De netwerkcoördinator is het eerste aanspreekpunt voor zorgorganisaties die de zelfevaluatie palliatieve zorg uitvoeren of willen uitvoeren. De rol varieert van het stimuleren en informeren van organisaties tot het – indien gewenst en zo overeengekomen – begeleiden van de voorbereiding, uitvoering en opvolging van de zelfevaluatie. De mate van ondersteuning verschilt per netwerk en organisatie. Sommige netwerkcoördinatoren beperken zich tot informeren en doorverwijzen, terwijl anderen een meer actieve begeleidende rol vervullen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de zelfevaluatie ligt altijd bij de zorgorganisatie zelf. 

Jazeker, in de zelfevaluatiehandleiding staat informatie over onder andere tijdsinvestering, het vormen van een projectgroep en werkgroep, de fases van de zelfevaluatie en het betrekken van het patiëntenperspectief. Je vindt de handleiding in de zelfevaluatietoolkit.

Het kan nuttig zijn om de zelfevaluatie na ongeveer twee à drie jaar te herhalen. Je kunt dan zien welke vooruitgang is geboekt ten opzichte van de vorige keer en waar nog verbetermogelijkheden liggen.  

Wanneer je de zelfevaluatie al eens hebt uitgevoerd en je wilt de evaluatie na een aantal jaren herhalen, kun je een mail sturen naar team zelfevaluatie voor een nieuwe uitnodigingsmail. Er is geen nieuwe overeenkomst voor gebruik van de evaluatieapplicatie nodig.  

Vanaf februari 2026, met de komst van de nieuwe evaluatieapplicatie, worden de benchmarkgegevens binnen de zelfevaluatie stapsgewijs opnieuw opgebouwd. Naarmate meer organisaties de zelfevaluatie uitvoeren, ontstaat een steeds betrouwbaarder landelijk beeld van de kwaliteit van palliatieve zorg in Nederland. In de rapportage kun je jouw resultaten vergelijken met het op dat moment beschikbare landelijke gemiddelde. 

In de tussenliggende periode bieden de landelijke factsheets over 2024–2025 alvast inzicht in de uitkomsten van organisaties die de zelfevaluatie hebben uitgevoerd: toepassing van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland en Proactieve zorgplanning in de praktijk. Deze factsheets laten zien op welke onderwerpen organisaties relatief goed scoren en waar nog verbeterkansen liggen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat gezamenlijke besluitvorming vaak wordt toegepast en vastgelegd, terwijl het structureel vastleggen van wensen, waarden en behoeften op de vier dimensies van palliatieve zorg en de borging van proactieve zorgplanning vaker aandacht vragen. 

Tussen 2018 en heden (medio 2026) hebben zo’n 250 zorgorganisaties de zelfevaluatie eenmalig of herhaaldelijk uitgevoerd. Ruim de helft van de deelnemende organisaties vertegenwoordigt verpleeghuiszorg. 

Team zelfevaluatie bestaat uit Linette Belo (adviseur), Eveline van Drielen (senior adviseur), Wieneke Vegter-Huizinga (secretaresse) en Deidre Theysen (ondersteuner). Het team informeert aspirant deelnemers, adviseert deelnemers bij de opstart en uitvoering van de zelfevaluatie, ontwikkelt de zelfevaluatie verder door en zorgt voor handleidingen en andere ondersteunende materialen. 

 

 

 

 

 

 

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 23 juli 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.