Uit de praktijk van een geestelijk verzorger: Het verhaal van Joep
Publicatie

Uit de praktijk van een geestelijk verzorger: Het verhaal van Joep

  • Datum publicatie 18 december 2019
  • Auteur Charlotte Molenaar
  • Organisatie e-pal
Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 9 juli 2021

Het verhaal van Joep

Joep is een geboren en getogen Amsterdammer. Hij heeft een kale kop en is fors gebouwd. Hij is in de 70, heeft veel pijn in zijn lijf, en hij heeft tegen zijn huisarts gezegd ‘zo niet verder te willen’. Voor de zoveelste keer. Joep is wisselend in zijn doodswens, dan wél dan niet. De huisarts had mij gevraagd eens te gaan praten omdat hij dacht dat Joep weinig contacten had met wie hij daar echt vrij over kon spreken.

De eerste keer dat ik bij Joep kom, zit hij voor zijn huis op het bankje in de zon. Ik kom op mijn fiets aan. Joep kijkt me wat wantrouwend aan. Ik zet mijn fiets op slot, loop op hem toe en schud hem stevig de hand. Ik ga naast hem op het bankje zitten. Zo, zegt Joep. Zo, herhaal ik.

Ik weet nog heel goed wat Joep toen zei: 'Ik vind het heel aardig van je dat je langs komt, maar je kan toch niets voor me betekenen'. Hij had een glimlach op zijn gezicht, maar keek toch ook ernstig. Ik bleef stil en keek hem vragend aan. 'Ja, je kunt me pijn niet van me wegnemen en je hoeft me ook niet om te praten'.

'Joep', zei ik, 'je zegt me twee dingen: je hebt veel pijn en je hebt de indruk dat ik je kom ompraten en dat hoeft niet'. Ik stelde hem voor dat ik eerst eens zou vertellen wat ik als geestelijk verzorger doe. Vaak vertel ik dan dat er niets hoeft te veranderen aan de situatie. Ik kom wél om te luisteren en niet zomaar luisteren, ik kom om te luisteren naar wat echt belangrijk is, naar wie Joep is als mens, wat hem Joep maakt. En naar wat er op het spel staat in zijn leven. Hij had al van zijn huisarts gehoord dat ik niet gelovig ben, vaak een beeld als men aan ‘geestelijk verzorger’ denkt. Joep reageerde heel mooi: 'En wat heb ik daar dan aan? Je gaat niks veranderen, je kan de euthanasie niet uitvoeren, je kan mijn pijn niet wegnemen'.

Ik zei hem dat ik ook niet wist wat hij eraan ging hebben, dat ik niet wist waar onze gesprekken over zouden gaan, dat dat aan hem was om uit te maken. Maar dat ik hoopte dat hij voor zichzelf in zijn situatie een eigen antwoord kon geven op zijn leven, of dat nu betekende dat hij stopte met leven of door zou gaan of iets anders. Hij keek me weer met die ernstige glimlach aan, bood me een kop thee aan en we gingen naar binnen.

En zo volgden een reeks gesprekken waardoor ik Joep leerde kennen. Tijdens die gesprekken zag ik zijn gezicht regelmatig vertrekken van de pijn die door zijn lichaam schoot. Of stopten we even met praten. En een van onze gesprekken, ik denk het belangrijkste gesprek voor Joep, ging over zijn zoon. Hij had een zoon gekregen die hij niet had willen erkennen. Hij vertelde me dat het een mongooltje was en dat hij het had willen laten weghalen. Hij had het willen vermoorden. Hij kon er niet voor zorgen, wilde niet dat het zijn kind was. Zijn precieze woorden: 'Dat ik ‘dat’ op de wereld heb gezet'.

Ik werd er stil van.

Veel mensen zullen met onbegrip reageren. En daar vertelde Joep ook over, dat mensen hem niet begrepen. Dat zijn vrouw hem niet begreep en hoe ze uit elkaar waren gegaan, de ruzies. Joep werd teruggeworpen op zichzelf, kon geen verbinding maken met anderen. Kon ook geen verbinding maken met wat het leven hem had gebracht. Joep moest antwoorden op het leven met een zoon die lichamelijke en verstandelijke beperkingen heeft. En hij koos het antwoord: zijn zoon niet te willen zien, niet te willen erkennen. Dat is geen leven.

Ik gaf hem aan dat ik even tijd nodig had om het te laten bezinken en tot enig ongemak van Joep was het een ogenblik stil.

In een van onze eerdere gesprekken had Joep verteld over zijn leven. Wat voor hem een goed leven was. Joep leefde een ruig leven, een vrij leven, hij dronk veel en had goede gesprekken achter en voor de bar. Hij kon doen en laten wat hij wilde. Had dat als kind ook al jong geleerd. Hij had zijn eigen boontjes moeten doppen, op jonge leeftijd het huis uit. Voor Joep was een vrij leven een goed leven. Hij had het zijn kind niet kunnen bieden, die was beperkt. Dan kon je geen goed leven hebben.

En nu was Joep zelf beperkt. Beperkt door de pijn in zijn lijf. Die zorgde ervoor dat hij niet meer veel naar buiten kon. Beperkingen zorgen ervoor dat je geen vrij leven hebt, dus moet je maar dood? Kan dat kloppen?, vroeg ik Joep op de man af. Hij zat naar me te luisteren, zijn ogen gingen wat wijder staan en toen ik stopte met praten was het stil.

Hij had er nog niet zo over nagedacht, maar ja, het zou wel eens kunnen kloppen.

We spraken er verder over. Stel dat het zo is, dat een leven met beperking niet vrij is, geen leven is. Terwijl zijn zoon hem liet zien dat leven met beperking wel mogelijk was. Kon het naast elkaar bestaan? Kon Joep iets van zijn zoon leren? Hij vertelde dat zijn zoon vrolijk was en dingen deed ondanks zijn beperking.

Wat we deden was samen hardop denken zonder echt al antwoorden te vinden. We plaatsten vraagtekens bij wat voor Joep altijd zijn houvast was geweest.

Toen ik na dit gesprek wegging zei Joep: je bent de eerste die me echt probeert te begrijpen en die me misschien wel beter begrijpt dat ik mezelf. Ik gaf hem een glimlach en zei dat ik aan het laatste ernstig twijfelde, maar dat ook ik het gevoel had dat er iets bijzonders was gebeurd. En na deze gesprekken heeft Joep wat hij zijn leven lang had vermeden toch gedaan, hij heeft zijn zoon nog eens bezocht.

Ik vertel u het verhaal van Joep, omdat het houvast van Joep wankel was. 'Leven betekent vrij zijn, alles kunnen doen' – zijn houvast gold niet meer door zijn beperkingen. Door vraagtekens te plaatsen bij zijn levensvisie en ruimte te maken voor iets daarnaast, kreeg Joep de mogelijkheid om zijn zo vaststaande antwoord te herzien. Een nieuw persoonlijk antwoord te formuleren, passend bij de omstandigheden zoals die waren.

Niet vóór de ander antwoorden, maar de ander helpen zijn of haar eigen antwoord te geven op wat zich in zijn of haar leven voordoet. Dat is wat geestelijk verzorgers doen.


Deze bijdrage is onderdeel van e-pal - editie maand jaartal. Alle e-pal-artikelen staan hier. 

Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 9 juli 2021
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens. Maar ook suggesties of klachten over de vindbaarheid van informatie zijn zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.