Ziekenhuizen Midden-Nederland druk in de weer met implementatie proactieve zorgplanning
- Datum publicatie 23 september 2026
- Auteur Selina van Loon
De implementatie van proactieve zorgplanning in Midden-Nederland, als onderdeel van het IZA-transformatieplan, vraagt van ziekenhuizen de nodige aanpassingen in de reguliere werkprocessen. Internist-oncoloog Filip de Vos van het UMC Utrecht zit er als lid van het lokale transformatieteam bovenop. “Iedere patiënt verdient het aanbod van een reeks goede gesprekken over zijn of haar behandelwensen en –grenzen.”
“Proactieve zorgplanning (PZP) is voor ziekenhuizen in onze regio uiteraard niet helemaal nieuw”, zegt De Vos, daarbij verwijzend naar Regionale Transmurale Afspraken die al bestonden voordat in september 2025 het Transformatieplan palliatieve zorg Midden-Nederland door de besturen van meer dan tachtig organisaties werd ondertekend. “Toch zijn er wel enkele hiaten aan te wijzen, die ervoor zorgen dat er op het punt van PZP nog werk aan de winkel is voor de vier ziekenhuizen in onze regio.”
Reeks goede gesprekken
De uitdagingen staan ook in het Transformatieplan. Zoals: lang niet alle zorgverleners zijn gewend PZP-gesprekken te starten en te voeren, of: uitkomsten van de wel gehouden gesprekken zijn niet altijd inzichtelijk voor collega’s. En ook: het implementeren van afspraken over PZP lijkt vooral een thema te zijn dat bij zorgverleners met een specialisatie in palliatieve zorg leeft, en niet bij de generalistische zorgverleners. “Deze hindernissen willen we in de komende jaren wegwerken”, zegt De Vos. “Want iedere patiënt verdient het aanbod van een reeks goede gesprekken over zijn of haar behandelwensen en –grenzen.”
Om iedere patiënt dit aanbod te kunnen doen, zijn vooral aanpassingen in de randvoorwaarden van belang: er liggen onder meer een aantal organisatorische, financiële en ict-technische drempels die de volledige implementatie van proactieve zorgplanning momenteel bemoeilijken. Het transformatieteam inventariseert de uitdagingen, en verwerkt die in een gezamenlijk plan van aanpak. Dit plan moet in juni van dit jaar gereed zijn. Vanaf dan – of mogelijk kort na de zomervakantie – gaan de ziekenhuizen écht van start met de implementatie van PZP.
Organisatorische uitdagingen
Een organisatorische hobbel die ziekenhuizen bijvoorbeeld moeten nemen is: hoe start je op? Begin je de PZP-gesprekken structureel in te voeren met patiënten die je vanaf nu als ‘palliatief’ markeert? Of ga je een inhaalactie starten, zodat ook patiënten die al geruime tijd palliatief in behandeling zijn geïncludeerd worden in de PZP-methodiek? En wie starten er allemaal op? Starten alle ziekenhuisafdelingen die mensen met een ongeneeslijke ziekte of kwetsbaarheid behandelen en begeleiden? Of ligt het voor de hand om een paar voorlopers aan te wijzen, zoals afdelingen oncologie, geriatrie, cardiologie en long? “Ieder ziekenhuis in de regio krijgt de uitdaging om over dergelijke vragen na te denken en keuzes te maken”, zegt De Vos.
Betaaltitel helpt écht
Wat voor de vier betrokken ziekenhuizen – naast UMC Utrecht ook het Diakonessenhuis, Sint Anthonius en Meander – al erg heeft geholpen om de financiële drempel voor de implementatie van PZP-gesprekken weg te nemen, geeft De Vos aan, was de komst van de betaaltitel proactieve zorgplanning voor medisch specialisten, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) die begin 2025 introduceerde. “Mede daardoor heb ik afgelopen jaar een flink aantal financiële medewerkers van organisaties uit onze regio leren kennen. Het helpt écht dat PZP-gesprekken vergoed worden, en het daarmee officieel een gewogen en gedragen taak in het reguliere werkproces is geworden. Het brengt die PZP hogerop de agenda. In vervolg daarop moeten we binnen de ziekenhuizen nog wel wat zaken uitzoeken. Er zijn bijvoorbeeld best veel patiënten die verschillende medisch specialisten zien, vanwege hun multimorbiditeit. Zij hebben bijvoorbeeld kanker, hartfalen en diabetes. Welke medisch specialist gaat dan zo’n betaaltitel aantekenen? Welke afdeling krijgt de beschikbare vergoeding, als drie verschillende afdelingen delen van die reeks PZP-gesprekken uitvoeren? Ook ziekenhuisbreed buigen we ons over zo’n betaaltitel: hoeveel tijd gaat er in zo’n reeks PZP-gesprekken zitten, hoe organiseren we dit over de verschillende zorglijnen heen? Op dergelijke vragen moeten antwoorden komen.”
‘Bewust bekwaam’
Een ander thema waarover De Vos zich buigt is de deskundigheidsbevordering rondom PZP. Niet alle zorgverleners in het ziekenhuis voelen zich ‘bewust bekwaam’ genoeg om de gesprekken met hun patiënten te voeren. “Het is immers wel iets anders dan een slechtnieuwsgesprek of een gesprek over een behandelkeuze”, zegt De Vos. Voor zorgverleners die zich graag willen bijscholen op gebied van PZP-gesprekken komt een breed aanbod van scholingsmateriaal beschikbaar. “We willen hen een pakket aan materialen aanbieden, waarmee zij zichzelf kunnen scholen. In dat pakket kan een e-learning zitten, maar evengoed achtergrondinformatie of uitwerkingen van voorbeeldgesprekken.”
Daarnaast buigt men zich in de regio Midden-Nederland over de vraag welke rol consultatieteams palliatieve zorg op dit punt kunnen spelen. Zij kunnen een ondersteunende rol uitvoeren, maar hoe ziet dat er concreet uit? Zijn de teamleden aanwezig bij de PZP-gesprekken en doen zij aan ‘teaching on the job’? Of bespreken zij achteraf de PZP-gesprekken met de zorgverlener door, en geven zij dan hun tips?
Twijfel over bekwaamheid
De Vos merkt dat de twijfel over de bekwaamheid vooral ontstaat door het multidimensionale karakter van de PZP-gesprekken. “De meeste zorgverleners achten zichzelf prima in staat om in de gesprekken – naast de fysieke zorgbehoeften – ook aandacht te geven aan de psychische en sociale zorgbehoeften. Het is vooral de kant van de zingeving die vragen oproept: ‘Kan ik dat wel? Waar begin ik aan als ik daarnaar vraag?’ Ook vraagt men zich soms af wat die zingevingskant te maken heeft met beslissingen over behandelwensen. Er is waarschijnlijk wel enige ervaring voor nodig, voordat je je als zorgverlener realiseert hoe waardevol en belangrijk het is om daarbij stil te staan. Als ik althans naar mijn eigen ervaring kijk, dan zie ik nu beter dan vroeger dat die zingevingskant vaak doorslaggevend is in de keuzes die mensen maken.”
In Midden-Nederland koppelt men geen specifieke functie aan de PZP-gesprekken. “Voor een declaratie heb je natuurlijk de hoofdbehandelaar nodig”, zegt De Vos. “In het ziekenhuis is dat een medisch specialist. Maar de feitelijke gesprekken kunnen in het ziekenhuis natuurlijk ook – deels of volledig – door verpleegkundig specialisten worden gevoerd. Gezien vanuit de ketenzorg spelen huisartsen en verpleegkundigen van de thuiszorg hierin ook een grote rol. Met andere woorden: bij een reeks PZP-gesprekken met één patiënt zijn vaak meerdere zorgverleners betrokken.”
Speciale werkafspraken nodig
De grote (ict-)uitdaging hierbij is dat iedereen elkaar op de hoogte moet brengen van de inhoud van de gevoerde gesprekken. “Palliatieve zorg is immers per definitie ketenzorg”, zegt De Vos. “Vastleggen van wat er in de gesprekken is besproken is stap één, maar het zorgdossier met de PZP-informatie delen met andere betrokken is een tweede belangrijke stap. Moeilijkheid daarbij is dat ziekenhuizen vaak met andere informatiesystemen werken dan de huisarts of de thuiszorg. We zullen speciale werkafspraken met elkaar moeten maken om de overdracht van informatie vloeiend te laten verlopen.”
Communicatie met collega’s over PZP-gesprekken binnen ziekenhuizen is minder complex, geeft De Vos aan. “In de twee informatiesystemen die ziekenhuizen het meest gebruiken – HiX en EPIC – zijn vaste plekken voor het noteren van informatie over de PZP-gesprekken. Daarin kun je de zaken vastleggen die ook in het formulier ‘Uniform vastleggen proactieve zorgplanning’ zitten.” Dit betekent echter niet dat hier geen uitdagingen in zitten, weet De Vos inmiddels. “Als bepaalde gedachten van de patiënt wijzigen, raakt de historie van eerdere keuzes snel verloren in het elektronisch patiëntendossier dat wijzelf hanteren, met name HiX. Stel iemand wil niet in aanmerking komen voor een bloedtransfusie, maar komt daar later op terug, dan overschrijf je als het ware die eerdere beslissing. Je kunt niet meer terughalen waarom de patiënt er eerst anders over dacht. Dat staat natuurlijk nog wel in documenten over die keuze die bijvoorbeeld vanuit het ziekenhuis naar de huisarts zijn verstuurd, maar die zitten dieper verstopt in het systeem. Het zou mooi zijn als de evolutie van het denken van de patiënt eenvoudiger terug te halen valt.”
Evaluatie
Geen implementatie zonder evaluatie, is de gedachte in Midden-Nederland. “Terecht ook”, zegt De Vos. “We willen PZP in de ziekenhuizen implementeren, omdat we daarmee bepaalde winst willen behalen voor de kwaliteit van leven van de patiënt én de kwaliteit van zorg die we bieden. De zorg moet persoonlijker. Méér op de individuele wensen van de patiënt gericht. De implementatie van PZP zal ertoe leiden, zo is de verwachting, dat de groep mensen met een ongeneeslijke ziekte minder vaak naar een Spoedeisende Hulp- of IC-afdeling wordt gestuurd. Daar komen ze nog best vaak terecht, en dat gebeurt in feite tegen hun zin. We willen natuurlijk wel weten of die verwachtingen over de implementatie uitkomen. En of de tevredenheid over de zorg daardoor toeneemt. Daarvoor dient de evaluatie.”
De Vos ziet ook een bijkomend, positief effect opdoemen als de ziekenhuizen de verwachtingen realiseren. “PZP implementeren kun je ook zien als investering in je personeel. Want iedere zorgprofessional verleent het liefst de zorg die precies bij de patiënt past. De implementatie van PZP vergroot de kans daarop.”
Publicatieplan:
- Publicatie eigen media: eind maart op NPPZ.org en Palliaweb, naar doorverwijzen in Partnerupdate april, artikel in nog op te zetten mailing naar MSZ in april (afstemmen met andere strategische thema’s wie MSZ nog gaat mailen)
- Publicatie externe media: via NIV en FMS (social media?)
- Social media – LinkedIn NPPZ en Palliaweb – carrousel met goede quotes en beeld (Renate)
- Timing: Publiceren wanneer handreiking online staat en toolkit gevuld is (eind maart)
Quotes:
Over het belang van PZP-gesprekken: “Iedere patiënt verdient het aanbod van een reeks goede gesprekken over zijn of haar behandelwensen en –grenzen.”
Over de betaaltitel: “Het helpt écht dat PZP-gesprekken vergoed worden, en het daarmee officieel een gewogen en gedragen taak in het reguliere werkproces is geworden. Het brengt PZP hogerop de agenda.”
Over je ‘bewust bekwaam’ voelen tijdens PZP-gesprekken: “De meeste zorgverleners achten zichzelf prima in staat om in de gesprekken ook aandacht te geven aan de psychische en sociale zorgbehoeften. Het is vooral de kant van de zingeving die vragen oproept: ‘Kan ik dat wel? Waar begin ik aan als ik daarnaar vraag?’”
Over PZP en de rol van zingeving: “Als ik naar mijn eigen ervaring kijk, dan zie ik nu beter dan vroeger dat de zingevingskant in PZP-gesprekken vaak doorslaggevend is in de keuzes die mensen maken.”
Over ict-uitdagingen: “Als bepaalde gedachten van de patiënt wijzigen, raakt de historie van eerdere keuzes snel verloren in het elektronisch patiëntendossier. Het zou mooi zijn als de evolutie van het denken van de patiënt eenvoudiger terug te halen valt.”
“PZP implementeren kun je ook zien als investering in je personeel. Want iedere zorgprofessional verleent het liefst de zorg die precies bij de patiënt past. De implementatie van PZP vergroot de kans daarop.”