Voeden en hydrateren of loslaten? Dilemma’s rond kunstmatige voeding en hydratie in de laatste levensfase
Publicatie

Voeden en hydrateren of loslaten? Dilemma’s rond kunstmatige voeding en hydratie in de laatste levensfase

  • Datum publicatie 26 juli 2026
  • Auteur Allen A , Nwogu-Onyemka E et al.
  • Soort publicatie artikel
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 22 september 2025

Kunstmatige voeding en hydratatie (ANH) via de maag (enteraal) of bloedbaan (parenteraal) kunnen essentieel zijn bij onvoldoende orale inname om ondervoeding te behandelen en complicaties te verminderen. Aan het levenseinde wordt ANH echter complex. Beslissingen over het starten, doorgaan of stoppen hiervan hangen dan niet meer alleen af van medische factoren, maar ook van ethiek, cultuur en maatschappelijke opvattingen. 

Internationale richtlijnen definiëren ANH als een medische interventie, niet als basiszorg. ANH vereist een strikte indicatie en een continue baten-lastenafweging. Omdat voeding symbool staat voor zorg en liefde, roept het staken ervan emotionele weerstand op bij naasten. Dit zorgt voor spanning tussen de medische afweging en de maatschappelijke plicht om te voeden. Communicatie en gezamenlijke besluitvorming over het levenseinde verlopen hierdoor moeizaam, mede door emotionele stress, onduidelijke prognoses en een verschillend begrip van levensverlengende zorg. 

Er is weinig vergelijkend onderzoek gedaan naar hoe zorgprofessionals, geneeskundestudenten en burgers hierover denken. Inzicht hierin is nodig ter voorkoming van communicatieproblemen en voor het inventariseren van onderwijsbehoeften. In deze studie worden de opvattingen, houdingen en ervaren bekwaamheid omtrent ANH aan het levenseinde tussen zorgprofessionals, geneeskundestudenten en burgers vergeleken.

Resultaten

ANH is gedefinieerd als medische interventie (enteraal, parenteraal en subcutaan vocht), terwijl orale voeding (comfort feeding) is geclassificeerd als basiszorg en om die reden niet werd meegenomen in de studie. 

  • Percepties ANH aan het levenseinde
    Er was brede consensus tussen de groepen over basisaspecten zoals levensverlenging, kwaliteit van zorg, complicatiepreventie, ANH als standaardzorg, morele dilemma’s rond euthanasie en handelen in spoedsituaties. Bij de vraag of je mag stoppen met ANH als een patiënt buiten bewustzijn is en de familie hierom vraagt, gaven burgers het vaakst groen licht. Studenten waren gereserveerder en zorgprofessionals stemden hier het minst mee in. Oudere en meer ervaren respondenten stonden statistisch gezien iets kritischer tegenover het nut van ANH in de stervensfase, al was dit verband zeer zwak.
  • Beïnvloedende factoren bij ANH bij de besluitvorming
    De groepen gaven een gelijk belang aan patiëntenwensen, levenskwaliteit en klinische factoren. Studenten vonden de levensverwachting erg belangrijk. Respondenten zonder ervaring met ANH hechtten meer waarde aan de levensverwachting. Burgers en studenten kampten vooral met kennishiaten. Zorgprofessionals waren matig positief over de richtlijnen, maar vonden de wetgeving vaak onduidelijk of aan verbetering toe.
  • Secundaire subgroepanalyse
    Artsen bleken significant positiever over klinische richtlijnen dan verpleegkundigen, die vaker negatief reageerden. Het gebrek aan kennis over deze richtlijnen was in beide groepen even groot.

Conclusie

Deze studie bevestigt dat besluitvorming over ANH aan het levenseinde een complex, multidimensionaal proces is waarin klinische, ethische, familiale en professionele factoren samenkomen.

Commentaar 

In de praktijk zie ik dagelijks hoe complex besluitvorming rond kunstmatige voeding en hydratatie (ANH) aan het levenseinde is. Iedereen heeft zijn eigen moreel kompas, verantwoordelijkheden en (emotionele) betrokkenheid bij de patiënt. Wetgeving en richtlijnen biedt kaders, maar de realiteit is vaker grijs.

Door in die situaties bewust stil te staan bij de ethische en morele kant, ontstaat er naar mijn beleving meer draagvlak voor het uiteindelijke besluit, betere multidisciplinaire samenwerking en minder morele stress. Door daarin ook de patiënten en diens naasten mee te nemen is er oog voor hun rouwproces.  

Thammara Lips, Verpleegkundig specialist AGZ, palliatieve zorg 

Stoian, M., ea. ‘’Perceptions of Artificial Nutrition and Hydration at the End of Life Among Healthcare Professionals, Medical Students, and Lay Respondents: A Cross-Sectional Comparative Survey.’’ Nutrients 2026, 18(9), 1404; DOI: 10.3390/nu18091404

Deze bijdrage is onderdeel van e-pal - editie september 2026. Alle e-pal-artikelen staan hier.

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 22 september 2025
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.