De invloed van onderwijsinterventies op de houding van verpleegkundestudenten ten aanzien van zorg in de laatste levensfase: een cross-sectioneel onderzoek
Publicatie

De invloed van onderwijsinterventies op de houding van verpleegkundestudenten ten aanzien van zorg in de laatste levensfase: een cross-sectioneel onderzoek

  • Datum publicatie 28 juni 2026
  • Auteur Veronese, M., & Rago, C.
  • Soort publicatie artikel
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 22 september 2025

Angst voor de dood kan de houding van verpleegkundestudenten ten aanzien van palliatieve zorg negatief beïnvloeden, terwijl een positieve houding ten opzichte van einde van het leven juist belangrijk is voor goede palliatieve zorgverlening. Onderwijs over dood en sterven lijkt samen te hangen met een positievere houding ten aanzien van palliatieve zorg. In deze studie wordt daarom de houding van verpleegkundestudenten ten aanzien van de zorg voor stervende patiënten en de invloed van een keuzevak palliatieve zorg op deze houding aan het einde van hun opleiding onderzocht.

Methode

Het onderzoek betreft een cross-sectioneel observationeel onderzoek onder 475 derdejaars verpleegkundestudenten in Noord-Italië. In totaal vulden 228 studenten (48%) een online vragenlijst in. Hun houding ten aanzien van de zorg voor stervende patiënten werd gemeten met de FATCOD Form B-I (Frommelt Attitudes Toward Care of the Dying). Deze gevalideerde vragenlijst bestaat uit 30 stellingen, zoals ‘Zorg verlenen aan een stervende persoon is een waardevolle ervaring’, ‘Ik zou het ongemakkelijk vinden om met een stervende persoon over de naderende dood te praten’ en ‘Families hebben emotionele ondersteuning nodig’. De antwoorden worden gegeven op een 5-punts Likertschaal, waarbij een hogere totaalscore wijst op een positievere houding. Van de deelnemers had 71% een keuzevak over zorg in de laatste levensfase gevolgd. Vervolgens werd gekeken of de houding verschilde naar geslacht en al dan niet deelname aan het keuzevak.

Resultaten

Over het algemeen stonden de verpleegkundestudenten positief tegenover de zorg voor stervende patiënten. Vooral het ondersteunen en het erbij betrekken van familie en goede communicatie werden belangrijk gevonden. Tegelijkertijd bleken studenten meer moeite te hebben met angst en ongemak rondom de dood en het aangaan van een relatie met stervende patiënten.

Vrouwelijke studenten scoorden positiever dan mannelijke studenten, vooral op communicatie en zorg voor de familie. Het meest opvallende resultaat was echter dat studenten die het keuzevak palliatieve zorg hadden gevolgd niet positiever scoorden dan studenten die dit keuzevak niet hadden gevolgd.

Discussie

Wat vooral naar voren komt, is dat verpleegkundestudenten veel waarde hechten aan de rol van familie en goede communicatie in de laatste levensfase. Familie wordt daarbij niet alleen gezien als ondersteuning nodig hebbend, maar ook als een belangrijke partner in de zorg.

Vrouwelijke studenten hadden een positievere houding dan mannelijke studenten, vooral op het gebied van communicatie en zorg voor de familie. Eerdere onderzoeken zijn hierover niet eenduidig, maar een grote internationale meta-analyse laat een vergelijkbaar verschil zien. De auteurs noemen verschillen in empathie en genderspecifieke socialisatie als mogelijke verklaring.

Studenten bleken vooral moeite te hebben met angst en emotioneel ongemak rondom de dood en met het aangaan van betekenisvolle relaties met stervende patiënten. Volgens de auteurs vraagt dit om meer aandacht voor relationele vaardigheden en het leren omgaan met de emoties die bij dood en sterven kunnen ontstaan.

Opvallend is dat het keuzevak palliatieve zorg geen aantoonbaar verschil in houding liet zien. Volgens de auteurs kan dit erop wijzen dat theoretisch onderwijs alleen onvoldoende is om de houding van studenten te veranderen. Daarbij moet worden meegenomen dat het onderzoek tijdens de COVID-19-pandemie plaatsvond. Door veranderingen in het onderwijs en beperktere klinische ervaringen kan de blootstelling van studenten aan patiënten in de laatste levensfase anders zijn geweest dan normaal.

Conclusie/aanbeveling

Hoewel verpleegkundestudenten over het algemeen positief staan tegenover zorg in de laatste levensfase, blijven angst en ongemak rondom de dood en het aangaan van relaties met stervende patiënten belangrijke aandachtspunten. Een afzonderlijk keuzevak lijkt onvoldoende om hierin verandering te brengen.
De auteurs adviseren daarom om palliatieve zorg structureel in de hele verpleegkundige opleiding te integreren en theoretisch onderwijs te combineren met ervaringsgericht leren, zoals simulatie, rollenspellen en reflectie. Zo kunnen studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook leren omgaan met de emotionele en relationele aspecten van zorg in de laatste levensfase.

Commentaar 

Steeds meer mensen bereiken een latere leeftijd zonder ooit van dichtbij een stervensproces te hebben meegemaakt. Ons beeld van de natuurlijke dood wordt steeds vaker gevormd door het scherm, waar stervenden mooie afscheidsmomenten beleven en vervolgens vredig hun laatste adem uitblazen. Wanneer we geconfronteerd worden met de werkelijkheid van ouder worden, ziekte, lichamelijk ongemak, angst en verlies, lijkt de dood steeds minder te worden gezien als een natuurlijk onderdeel van het leven en steeds vaker als medisch of technisch falen dat voorkomen had moeten worden.

Ook onze verpleegkundestudenten groeien op in deze maatschappij. Tijdens hun opleiding komen zij naast patiënten en naasten te staan, mogelijk met hetzelfde onrealistische beeld van het naderende levenseinde. Tegelijkertijd wordt van hen verwacht dat zij professioneel met sterven en dood kunnen omgaan én patiënten en naasten begeleiden in het spanningsveld tussen blijven behandelen, hoop houden, loslaten en het accepteren van de eindigheid van het leven.

Maar wie leert verpleegkundestudenten omgaan met het natuurlijke stervensproces in een maatschappij waarin zelfs sterven steeds meer in het teken staat van regie en maakbaarheid?

Het opleidingsprofiel Bachelor of Nursing 2030 bereidt toekomstige verpleegkundigen voor op een veranderende samenleving, met veel aandacht voor gezondheidsbevordering, preventie en het versterken van eigen regie. Maar juist deze nadruk vraagt om een tegenwicht: leren omgaan met kwetsbaarheid, eindigheid en situaties waarin gezondheid niet meer te herstellen is. 

Elisa Loa, verpleegkundig specialist AGZ, werkzaam in ouderenzorg en palliatieve zorg

Veronese, M., & Rago, C. (2026). “The Impact of Educational Interventions on Nursing Students' Attitudes Towards End‐of‐Life Care: A Cross‐Sectional Study.” Nursing Open, 13(7), (juni 2026). https://doi.org/10.1002/nop2.70642Digital Object Identifier (DOI)

Deze bijdrage is onderdeel van e-pal - editie september 2026. Alle e-pal-artikelen staan hier.

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 22 september 2025
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.