Nederlanders maken opvallend onderscheid in zorg voor ongeneeslijk zieken
Veel bereidheid voor partner of kind, maar nauwelijks voor buren
Nederlanders vinden het belangrijk om voor elkaar te zorgen als iemand ongeneeslijk ziek wordt. Maar als het erop aankomt, maken zij een duidelijk onderscheid in voor wie zij die zorg willen bieden. Voor hun partner of kind zijn veel Nederlanders bereid hun agenda leeg te maken en intensieve mantelzorg te verlenen. Voor broers of zussen neemt die bereidheid al duidelijk af, en voor buren wil bijna één op de vijf Nederlanders helemaal geen hulp of zorg bieden.
Dat blijkt uit onderzoek van Motivaction onder ruim duizend Nederlanders, uitgevoerd in opdracht van Stichting Palliatieve Zorg Nederland (PZNL).
Het onderzoek laat zien dat de bereidheid tot mantelzorg sterk samenhangt met de relatie tot de patiënt. Nederlanders zijn vooral bereid om intensieve zorg te verlenen aan mensen die het dichtst bij hen staan. Voor anderen beperken zij hun hulp vaker tot lichtere vormen van ondersteuning, zoals emotionele steun, vervoer of een oogje in het zeil houden.
Toenemend beroep op mantelzorg
PZNL liet het onderzoek uitvoeren omdat de rol van mantelzorg in Nederland steeds belangrijker wordt. Door vergrijzing en personeelstekorten in de zorg doet de overheid steeds vaker een beroep op mensen om voor elkaar te zorgen wanneer ziekte of kwetsbaarheid toeslaat.
In de praktijk gebeurt dat al veel. Zo kent 57 procent van de Nederlanders iemand met een ongeneeslijke ziekte. Bijna drie op de tien Nederlanders hebben de afgelopen twee jaar hulp of zorg verleend aan iemand met een ongeneeslijke ziekte en 18 procent doet dat op dit moment. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de bereidheid tot mantelzorg grenzen kent, vooral wanneer de zorg intensiever wordt of de relatie minder dichtbij is.
Mantelzorg betekenisvol, maar ook zwaar
Veel Nederlanders zien mantelzorg als iets waardevols. Twee derde denkt dat mantelzorg betekenis geeft aan het leven en bijdraagt aan meer verbondenheid tussen mensen. Ook denkt twee derde dat mantelzorg de druk op de professionele zorg kan verlichten. Tegelijkertijd is men zich bewust van de keerzijde. Bijna de helft van de Nederlanders verwacht dat een groei van het aantal mantelzorgers ook zal leiden tot meer stress- en burn-outklachten. Volgens 60 procent brengt mantelzorg zowel positieve als negatieve gevolgen voor de mantelzorger met zich mee.
Ondersteuning nog te weinig bekend
Voor mantelzorgers bestaan verschillende vormen van ondersteuning. Denk aan hulp via het Wmo-loket van de gemeente, respijtzorg, mantelzorgmakelaars of begeleiding via het Centrum voor Levensvragen. Toch blijkt uit het onderzoek dat deze mogelijkheden nog lang niet altijd bekend zijn. Ondersteuning via de huisarts of de gemeente is bij ongeveer zes tot zeven op de tien Nederlanders bekend. Maar voorzieningen zoals respijtzorg of een mantelzorgmakelaar zijn slechts bij ongeveer een derde van de Nederlanders bekend.
Volgens PZNL ligt daar nog een belangrijk onbenut potentieel: wanneer mantelzorgers beter hun weg weten te vinden naar ondersteuning, kan dat helpen om de zorg langer vol te houden.
Aandacht voor naasten
Het onderzoek maakt deel uit van een bredere inzet van PZNL om meer aandacht te vragen voor naasten van mensen met een ongeneeslijke ziekte. Dat gebeurt onder meer via de landelijke publiekscampagne ‘Leven tot het laatst’ en met het reizende kunstwerk Blijf nabij, dat vrijdag 20 maart op het Beursplein in Amsterdam is onthuld.
Het kunstwerk van kunstenaar Saskia Stolz reist dit jaar langs vijftien Nederlandse steden en vraagt aandacht voor de rol van naasten en mantelzorgers in de laatste levensfase. Saskia Stolz is onder meer bekend van het beeld ‘Stille strijd’, waarmee ze aandacht vroeg voor suïcides onder jongeren. Voor meer informatie over de rondreis: blijfnabij.nl.
Burgemeester Femke Halsema verwelkomde het kunstwerk in Amsterdam: ‘Het kunstwerk Blijf nabij raakt aan iets wezenlijks. Het maakt zichtbaar wat vaak verborgen blijft: de kracht van er zijn voor elkaar. Palliatieve zorg gaat niet alleen over medische ondersteuning wanneer genezing niet meer mogelijk is. Het gaat over gezien en gehoord worden, over waardigheid behouden en over liefdevolle aanwezigheid van naasten en zorgverleners.’