Vijf regio’s, één toekomstblik: Netwerk Friesland geeft richting aan de toekomst
Hoe dankzij de netwerkevaluatie de regionale verschillen én Friese samenhang zichtbaar werden van vijf Friese netwerken palliatieve zorg
![]() |
|
| Elzaline Schraa, netwerkcoördinator Netwerken Palliatieve Zorg Fryslân (NPZF) |
Netwerken Palliatieve Zorg Fryslân (NPZF) heeft met behulp van de netwerkevaluatie belangrijke stappen gezet om inzicht te krijgen in de huidige stand van zaken, regionale verschillen en gezamenlijke ontwikkelpunten binnen de vijf Friese netwerken. In een interview met Elzaline Schraa, netwerkcoördinator van deze netwerken, kwam de waarde van de netwerkevaluatie naar voren als hulpmiddel voor reflectie, herijking en toekomstbestendige samenwerking.
Elzaline Schraa, netwerkcoördinator Netwerken Palliatieve Zorg Fryslân (NPZF)
Nieuwe koers door een veranderend speelveld
De aanleiding voor de Friese netwerken om een netwerkevaluatie uit te voeren, was een samenloop van ontwikkelingen. “De subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verandert vanaf 2028 en het transformatieprogramma loopt af in 2027. Daarnaast dateert de huidige samenwerkingsovereenkomst uit 2020. Tegelijkertijd zien we veel relevante ontwikkelingen in Friesland,” vertelt Elzaline. Dit alles riep de vraag op bij de Friese netwerken hoe ze zich richting 2028 wilden positioneren.
Voor Schraa was dat hét moment om vooruit te kijken. Elzaline: “Wat willen we als netwerk zijn? Wat hebben leden nodig? Hoe sluiten regionale ambities aan bij landelijke ontwikkelingen?” De netwerkevaluatie bood een manier om die vragen niet alleen vanuit het perspectief van de netwerkcoördinator te beantwoorden, maar samen met de aangesloten organisaties. “Ik wilde bouwstenen krijgen voor het vervolg,” zegt Schraa. “En dat is ook uitgekomen.”
Voorbereiding: vroeg beginnen en blijven uitleggen
Een belangrijke succesfactor was de voorbereiding. Al in november 2025 werd de netwerkevaluatie gepresenteerd door Ilse Brummelhuis en Eveline van Drielen van Stichting PZNL bij het managementoverleg. Daarna volgde een plan van aanpak met daarin o.a. de aanleiding, doelstelling en planning. De voorzitters, managers en werkgroepleden van NPZF werden geïnformeerd, het plan werd gedeeld en iedereen werd meegenomen in het waarom en hoe.
“Die uitleg was nodig”, benadrukt Schraa. “De vragenlijsten kosten tijd en aandacht van drukbezette mensen. Daarom moet helder zijn waarom hun bijdrage ertoe doet. In Friesland werd de planning vroeg gedeeld, de startdatum vooraf aangekondigd en werden reminders ingebouwd. De vragenlijsten gingen op 25 maart uit, met een maand invultijd. Uiteindelijk kwam daar nog twee weken bij, waarna de terugkoppelingen en evaluatiegesprekken konden plaatsvinden. Vóór de zomervakantie was alles afgerond.”
Haar advies aan andere coördinatoren is daarom praktisch en duidelijk: “Begin vroeg, bespreek op tijd wat je wilt bereiken, stem af met de begeleiders en check of de periode niet samenvalt met andere evaluaties of vragenlijsten binnen organisaties”, aldus Elzaline.
De rol van de netwerkcoördinator: initiator, organisator én deelnemer
Elzaline vervulde meerdere rollen. Ze nam het initiatief, maakte afspraken met Ilse Brummelhuis en Eveline van Drielen, die het plan van aanpak verzorgden, betrok de voorzitters en managers en organiseerde het proces. Elzaline: “Tegelijkertijd vulde ik de evaluatie zelf ook in voor alle vijf netwerken. Ik ben als netwerkcoördinator net zo goed ook deelnemer.” Juist die combinatie maakte haar rol waardevol. Als coördinator kent zij de mensen, de geschiedenis, de context en de gevoeligheden in het netwerk. De begeleiding door PZNL bracht volgens Schraa professionaliteit, rust en gezag in het proces. “Vreemde ogen dwingen,” zegt ze. “Dat had ik in mijn eentje niet gekund.” Die externe begeleiding hielp ook om kritische vragen goed te plaatsen. “Een netwerkevaluatie is een instrument voor beweging. Het proces zelf bleek daarbij minstens zo belangrijk als de uitkomsten.”
Vijf regio’s, vijf gesprekken
Friesland koos ervoor om niet één netwerkevaluatie te doen, maar vijf afzonderlijke evaluaties: één per netwerkregio. Die keuze paste bij de Friese werkelijkheid, waarin iedere regio een eigen cultuur kent: de ‘couleur locale’ doet ertoe. Tegelijkertijd werd zichtbaar dat er ook sprake is van een sterke Friese community. Provinciale bijeenkomsten, gedeelde thema’s en ontwikkelde instrumenten werden breed herkend en gewaardeerd. Elzaline vertelt: “In Dokkum wordt bijvoorbeeld een instrument gebruikt dat in Leeuwarden is ontwikkeld, dat laat zien dat kruisbestuiving tussen regio’s werkt.” Daarmee bevestigde de netwerkevaluatie dat regionale verschillen en provinciale samenhang elkaar kunnen versterken.
Wat leverde het op?
“De netwerkevaluatie gaf allereerst herkenning”, vertelt Elzaline. Veel uitkomsten verrasten de ervaren netwerkleden niet, maar doordat ze nu expliciet op tafel lagen, konden ze worden besproken en benut. Er kwam bevestiging dat de netwerken op veel punten goed functioneren en dat er veel wordt gezien van wat in de afgelopen jaren is opgebouwd. Tegelijkertijd kwamen ontwikkelpunten naar voren. Bestuurlijk draagvlak bleek iets anders dan bestuurlijke betrokkenheid. De samenwerkingsovereenkomsten waren wel ondertekend, maar actieve betrokkenheid van bestuurders en managers was niet overal even sterk. Juist omdat dit beeld herkenbaar was, biedt het een concreet aanknopingspunt voor vervolgstappen.
“Schroom niet. Je zult misschien positief verrast zijn over de toegevoegde waarde van je netwerk.”
.
Niet bang zijn voor de spiegel
Een van de boodschappen van Schraa aan collega-coördinatoren is: “Wees niet bang voor wat naar voren komt. Vaak ben je zelf het meest kritisch. Kortom: schroom niet. Je zult misschien positief verrast zijn over wat men vindt van de toegevoegde waarde van je netwerk,” zegt Schraa.
Van evaluatie naar toekomst
In Friesland zijn de uitkomsten geen eindpunt. Ze worden gebruikt voor vervolggesprekken over de koers richting 2038 en daarmee de vernieuwde samenwerkingsovereenkomsten, waarbij ook de borging van de transformatie-uitkomsten wordt meegenomen. Daarmee wordt de netwerkevaluatie onderdeel van een bredere cyclus van leren en verbeteren. Schraa ziet ook waarde in korte tussenevaluaties, bijvoorbeeld op basis van enkele concrete punten uit de eindrapportage. Zo blijft reflectie niet iets eenmaligs, maar wordt het een vanzelfsprekend onderdeel van netwerkontwikkeling.
Haar conclusie is helder: Maak gebruik van deze brede netwerkevaluatie en de goede begeleiding vanuit PZNL. Niet alleen omdat de uitkomsten waardevol zijn, maar omdat het gesprek zelf beweging brengt.
Drie tips om je evaluatie goed te organiseren
De belangrijkste lessen uit Friesland kunnen veel netwerkcoördinatoren helpen. Een netwerkevaluatie vraagt voorbereiding, maar hoeft niet ingewikkeld te worden als je het proces goed organiseert. De tips van Elzaline:
- Begin vroeg. Als je in het voorjaar wilt uitvoeren, start dan al in november of december met verkennen en plannen. Betrek Ilse Brummelhuis en Eveline van Drielen vanaf de start en bespreek samen het plan van aanpak. Begin met het einde voor ogen.
- Check vooraf of de evaluatie niet botst met andere evaluaties of vragenlijsten binnen deelnemende organisaties. Als een organisatie net bezig is met een zelfevaluatie, is het onhandig om daar tegelijk een netwerkevaluatie naast te zetten.
- Deel het plan van aanpak vroegtijdig, benadruk het belang en zorg voor herhaling.
Een uitnodiging aan collega-coördinatoren
De ervaring uit Friesland laat zien dat een netwerkevaluatie meer is dan een meetinstrument. Het is een spiegel, een gesprekstarter en een springplank naar de toekomst. Voor netwerkcoördinatoren die willen herijken, versterken of beter willen begrijpen wat hun netwerk nodig heeft, kan het precies het juiste moment creëren om samen vooruit te kijken. Schraa’s belangrijkste advies: “Begin vroeg, neem de tijd en schroom niet. De evaluatie helpt je echt verder.”
