Medicatie: houvast of ballast?
- Datum publicatie 11 maart 2026
- Auteur Chin, A.A.H. et al.
- Soort publicatie artikel
Patiënten in de laatste fase van hun leven slikken vaak erg veel verschillende medicijnen (polyfarmacie). Sommige van die medicijnen zijn bedoeld om ziektes in de toekomst te voorkomen, maar die hebben op dat moment eigenlijk geen nut meer.
Het stoppen of minderen van deze onnodige medicatie wordt deprescribing genoemd. In Maleisië werden palliatieve patiënten, hun mantelzorgers (zoals partners of kinderen) en verpleegkundigen gevraagd hoe zij hierover denken. Wat vinden ze er fijn aan en waar maken ze zich zorgen over?
Het stoppen met onnodige medicatie werd als onmisbaar gezien voor het leveren van goede zorg.
Een eerste reden hiervoor zijn de voordelen van het stoppen: minder belasting voor de patiënt als het slikken moeilijker wordt, de dagelijkse zorglast voor mantelzorgers wordt verlicht (ze hoeven minder streng op de klok te letten en zijn minder tijd kwijt met het klaarmaken van alle medicijnen), als de nadelen van een medicijn zwaarder wegen dan de voordelen of wanneer de medicijnen onbetaalbaar werden.
Maar stoppen met medicatie kan ook spannend zijn. Patiënten en hun familie zijn soms bang voor een terugval in ziekte, zoals een nieuwe beroerte of ontregelde bloedsuikerspiegels. Ook is er een psychologisch gevoel van ‘verlies van hoop’. Medicijnen voelen vaak als een ‘levenslijn’. Goede uitleg waarom er gestopt wordt is daarom heel belangrijk.
Tenslotte spelen verpleegkundigen een cruciale rol bij deprescribing. Verpleegkundigen in Maleisië mogen zelf weliswaar geen medicatie stopzetten, maar zij vormen wel de spil in de thuiszorg. Zij brengen het onderwerp ter sprake en adviseren de behandelend artsen. Dankzij de ruggengraat van hospice-artsen en de snelle hulp van apothekers voeren zij deze taak met veel zelfvertrouwen uit. Het onderzoek laat zien dat een geslaagd afbouwproces van medicatie valt of staat met openheid, proefperiodes en beslissingen die in overleg met de patiënt en familie (Samen Beslissen) worden genomen.
Kortom, het stoppen of verminderen van medicijnen is een betekenisvol, maar emotioneel beladen onderwerp in de laatste levensfase. Om deze zorg te verbeteren, pleit dit onderzoek voor gerichte scholing van verpleegkundigen, heldere handvaten te bieden via richtlijnen en een vroegtijdige dialoog over medicatie-afbouw met de patiënt en familie.
Commentaar
Hoewel er in Nederland al heldere richtlijnen bestaan voor het stoppen van overbodige medicatie aan het levenseinde, valt op dat dit thema nog regelmatig in het nieuws is.
Waar in de Westerse geneeskunde ‘handelen en toevoegen’ de standaardreflex is, nodigt het artikel van Chin en collega’s mij uit tot een zorgethische blik: een voortdurend samenspel dat zich afspeelt in de kwetsbare wereld van de stervende mens.
Responsieve zorg, kijkend naar wat de patiënt hier en nu echt nodig heeft, aan het einde van het leven betekent in de context van dit artikel juist dat je iets wegneemt. Om de kwetsbaarheid van de patiënt te beschermen, moet worden gekeken naar het maximaliseren van comfort en menselijke waardigheid. Maar dit artikel legt een morele spanning bloot: klinisch gezien is het stoppen of minderen van medicatie een vorm van goede zorg, maar diezelfde pil heeft voor de patiënt en diens familie een narratieve betekenis. Het is een symbool van hoop en ‘vechten tegen de dood’. Goede zorg vereist hier zorgvuldige communicatie: het stoppen is geen ‘opgeven’, maar een actieve keuze voor comfort.
Deprescribing aan het levenseinde is daarom voor mij de ultieme vorm van ‘de ethiek van het weglaten’. Met de notie dat weglaten ook behandelen is.
Erika Dubbeldam – zorgethica en verpleegkundige
Over de publicatie
Chin, A.A.H. et al. “Deprescribing for patients nearing end of life: views, barriers and facilitators of palliative care patients, carers and nurses.” Supportive Care in Cancer, 2026 March 11, 34(4):303. doi: 10.1007/s00520-026-10522-3.
Deze bijdrage is onderdeel van e-pal - juni 2026. Alle e-pal-artikelen staan hier.