Jaarlijks sterven in Nederland ongeveer 170.000 mensen. Bij een groot deel van deze mensen komt het overlijden niet onverwacht. Zij kunnen in de laatste levensfase behoefte hebben aan palliatieve zorg.* Op basis van de doodsoorzakenstatistiek kun je hier bekijken hoe groot deze groep is in jouw regio en op welke locatie overlijden plaats vond.
* Het betreft personen met een verwacht overlijden, gedefinieerd volgens Etkind et al. (1). Aantallen kleiner dan 10 worden niet gepresenteerd, deze worden weergegeven als ‘<10’.
1) Etkind SN, Bone AE, Gomes B, Lovell N, Evans CJ, Higginson IJ, Murtagh FEM. How many people will need palliative care in 2040? Past trends, future projections and implications for services. BMC Medicine 2017; 15: 102.
ICD-10 codes: icd.who.int/browse10/2019/en
Veelgestelde vragen
De Kerncijfers behoefte aan palliatieve zorg zijn gebaseerd op eigen berekeningen van IKNL op basis van niet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek betreffende Doodsoorzaken van inwoners van Nederland.
De cijfers van een nieuw jaar worden in het vierde kwartaal van het daaropvolgende jaar toegevoegd.
Het aantal overledenen met een behoefte aan palliatieve zorg wordt vastgesteld op basis van overlijden aan specifieke doodsoorzaken, zoals gedefinieerd volgens de criteria uit een onderzoek van Etkind et al.
COVID-19 valt onder de categorie acute overlijdens.
Tot 2022 werd hospice niet als optie vermeld op het formulier van de doodsoorzaakverklaring. Sinds 2022 is er een nieuw formulier beschikbaar waarop hospice als optie is toegevoegd. Vanaf het jaar 2023 is hospice toegevoegd in de kerncijfers. Omdat zowel de oude als nieuwe formulieren nog in gebruik zijn, zijn de cijfers over overlijden in een hospice momenteel niet volledig.
Conform de richtlijnen van CBS-microdata met betrekking tot herleidbaarheid, worden aantallen kleiner dan 10 niet specifiek weergegeven. Deze worden in plaats daarvan aangeduid als ‘<10’ of als een bereik tussen twee percentages ‘x% - y%’. Bij de locatie van overlijden worden aantallen kleiner dan 10 waar mogelijk opgeteld bij de locatie ‘anders’. Als de aantallen van locatie ‘anders’ ook kleiner dan 10 zijn, worden deze aantallen niet meegenomen in de berekening van percentages.
Conform de richtlijnen van CBS-microdata met betrekking tot herleidbaarheid, worden aantallen kleiner dan 10 niet weergegeven. Daarom kunnen cijfers niet worden verstrekt voor kleine gebieden zoals een postcodegebied. Het kleinste beschikbare gebied is het netwerk palliatieve zorg.
Onder de categorie doodsoorzaak ‘overig’ vallen de volgende aandoeningen, gecategoriseerd op basis van ICD-10-codes:
Cerebrovasculair accident (CVA) (I60–I69):
I60: Subarachnoïdale bloeding
I61: Intracerebrale bloeding
I62: Overige niet-traumatische hersenbloedingen
I63: Herseninfarct (ischemische beroerte)
I64: Beroerte, niet gespecificeerd als bloeding of infarct
I65: Sluiting en stenose van grote extracraniële arterie, zonder infarct
I66: Sluiting en stenose van grote intracraniële arterie, zonder infarct
I67: Overige cerebrovasculaire ziekten
I68: Cerebrovasculaire aandoeningen in ziekten elders geclassificeerd
I69: Gevolgen van cerebrovasculaire ziekten
Neurodegeneratieve aandoeningen:
G10: Ziekte van Huntington
G12.2: Spinale musculaire atrofie en soortgelijke aandoeningen
G20: Ziekte van Parkinson
G23.1: Multisysteematrofie met orthostatische hypotensie
G35: Multiple sclerose
G90.3: Multisysteematrofie, cerebellaire vorm (dysautonomie)