NPPZ II-congres ‘Palliatieve zorg: Next level’ in Papendal: Hoe tillen we palliatieve zorg naar een hoger plan?
Nieuws1 oktober 2026
Nieuws

NPPZ II-congres ‘Palliatieve zorg: Next level’ in Papendal: Hoe tillen we palliatieve zorg naar een hoger plan?

Nieuws 1 oktober 2026

Hoe tillen we palliatieve zorg naar een hoger plan? Die vraag stond op 30 september centraal tijdens het congres ‘Palliatieve zorg: Next level’, dat het slot van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II markeerde.

Antwoorden genoeg op die vraag, ook van de bestuurders die verbonden zijn aan de partijen die in de toekomst palliatieve zorg gaan integreren in de reguliere zorg. Tal van beloften werden gedaan. Van ‘samenwerking zoeken met het sociaal domein’ tot ‘medische kwaliteit in de palliatieve fase garanderen’, van ‘implementatie van betaaltitels over proactieve zorgplanning begeleiden’ tot ‘maximale inzet op goed onderwijs over palliatieve zorg’. Linda Daniëls van Patiëntenfederatie Nederland antwoordde gevat op de vraag hoe zij palliatieve zorg naar een hoger plan zou gaan tillen: ‘Door de bestuurders die mij zojuist voorgingen aan hun belofte te houden’.

Twee futurologen

 
  Tessa Cramer

Eerder op de dag hadden de 450 deelnemers aan het congres twee van de 29 workshops kunnen bezoeken en naar verhalen kunnen luisteren van twee futurologen: Tessa Cramer en Arjen Banach. Zij zoomden in op uitdagingen die de partijen, die betrokken zijn bij palliatieve zorgverlening, te wachten staan als zij de door NPPZ II in gang gezette beweging – palliatieve zorg dient onderdeel te worden van de reguliere zorg – willen vervolgen. Een beweging overigens, die ook bevestigd is in het rapport ‘Samen leven tot het laatst’, waarin het ministerie van VWS haar uitgangspunten van de toekomstvisie en toekomstagenda ‘Palliatieve zorg en ondersteuning’ samenvatte.

Cramer maakte duidelijk dat er verschillende soorten toekomst zijn. Ze onderscheidde de mogelijke toekomst van de waarschijnlijke en gewenste toekomst. ‘De ‘Samen leven tot het laatst-gedachte’ is een gewenste toekomst. Maar hoe kom je daar?’ Ze pleitte voor het vergroten van de verandervaardigheden, ook binnen organisaties. Beter naar elkaar leren luisteren, een grotere waardering voor het creatieve denken en het leren omgaan met complexe situaties zijn daarbij cruciale eigenschappen, vertelde ze.

 
  Arjen Banach

Tevens bracht ze het belang van creativiteit naar voren als het gaat om het oplossen van problemen. ‘Daarvoor is een staat van verwondering nodig, en die kun je oproepen, bijvoorbeeld door in contact te staan met kunst, cultuur of sport. In zo’n staat van verwondering kijk je anders naar een dilemma. En kom je dus ook op andere oplossingen.’ Tegelijkertijd relativeerde ze het oplossingsdenken. ‘Want soms is het ook goed om niets op te willen lossen. En even toe te staan dat je niet weet of en hoe iets te fiksen valt.’

Ons reptielenbrein zegt: ‘Gevaar!’

Banach betoogde dat ‘veranderingen’ in een organisatie of werkwijze niet per se op enthousiasme kunnen rekenen. ‘Een aangekondigde verandering roept iets onbekends op, en daarover zegt ons reptielenbrein: ‘Gevaar!’ Daardoor ontstaat er weerstand.’ Bovendien geldt dat het verandervermogen van mensen begrensd is, waardoor het aantal veranderingen dat vermogen best kan overschrijden. Ook dan is weerstand logisch.

Als het om het doorvoeren van veranderingen gaat, nodigde hij organisaties uit goed te kijken naar het eigen werk. Hij maakte daarbij onderscheid tussen A-, B- en C-werk: ‘A-werk is werk dat waarde creëert, B-werk creëert weliswaar geen waarde maar is wel noodzakelijk en C-werk is werk dat geen waarde creëert en tegelijkertijd niet noodzakelijk is. Helaas bestaan veel werkdagen uit delen met C-werk. Dat is werk dat niet bijdraagt aan je doelen, en daarmee niet effectief is. Het is de kunst van personeel en organisaties om dat C-werk te benoemen en los te laten. Daardoor ontstaat er mentaal ruimte om dingen anders te doen. Of nieuwe dingen te doen. Om het zicht op C-werk te bevorderen, adviseer ik werknemers om 1 uur per week in te lassen voor reflectie: durf in dat uur kritisch naar je werk te kijken, en vraag je af of alles waardevol en effectief is.’

Sowieso is Banach een groot voorstander van reflectie. ‘Veel werk staat in het teken van de toekomst. Je wil veranderen, je wil verbeteren.. Allemaal gericht op de toekomst. Maar terugkijken op wat je gedaan hebt, en welk effect dat heeft gehad, is soms veel belangrijker dan vooruitkijken. Dus geef ook ruimte aan retrospectives: bijeenkomsten waarin je in gezamenlijkheid terugkijkt op het werk, en elkaar feedback geeft.’

Kwaliteitskader

 
  Anita Witzier laat het publiek aan het woord.

Ook was er tijdens het Next level-congres aandacht voor het nieuwe Kwaliteitskader Palliatieve zorg. Dit is aangepast na een enquête onder zorgprofessionals. ‘De grootste verandering is dat de visie op het beloop van de palliatieve fase is aangescherpt’, antwoordde internist-oncoloog Maurice van der Vorst, in antwoord op vragen van dagvoorzitter Anita Witzier. Van der Vorst was voorzitter van de werkgroep die de actualisatie uitvoerde. ‘De focus ligt niet meer op het laatste jaar,’ stelde hij, ‘want die palliatieve fase begint al direct nadat de diagnose van een levensbedreigende ziekte, of sterk toegenomen kwetsbaarheid, is vastgesteld. Zo kan er direct vanaf de start aandacht zijn voor de waarden, wensen en behoeften van patiënten en hun naasten.’

Al tijdens de NPPZ II-periode is gewerkt aan de integratie van dit Kwaliteitskader in de reguliere zorg. Maar dat is nog niet zomaar gedaan, maakte Van der Vorst duidelijk. ‘Een aantal voorwaarden is nog vereist, alvorens het kwaliteitskader in de samenleving is geworteld’, zei Van der Vorst. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan de implementatie van proactieve zorgplanning. Niet overal starten zorgprofessionals met tijdige gesprekken over de toekomst. Dat is wel nodig. Ook in de sfeer van randvoorwaarden is er nog wat te doen. Ik denk daarbij allereerst aan passende financiering, maar ook aan de digitale gegevensuitwisseling; het is wenselijk dat alle zorgverleners onderling gegevens kunnen uitwisselen over de behandelwensen en -grenzen van hun patiënten. Over de muren van hun zorgorganisatie heen.’

Zorgzame samenleving

Hij droeg het symbolische, eerste exemplaar van het Kwaliteitskader over aan Michiel Geschiere, directeur Langdurige Zorg bij het ministerie van VWS. In zijn toespraak verwees Geschiere naar die toekomstagenda ‘Samen leven tot het laatst’. ‘Om dit ‘samenleven tot het laatst’ in de praktijk mogelijk te maken, zal er een zorgzame samenleving moeten ontstaan. Nieuwsgierigheid tonen naar de ander is daarvoor de eerste stap. Leer je de ander kennen, dan verlaag je ook de drempel om iets voor elkaar te willen betekenen. Vanuit nieuwsgierigheid de ontmoeting opzoeken is op individueel niveau heel helpend. Ik heb dat gemerkt in een ziekteperiode van mijn moeder. Ze kreeg bezoek van haar buren, en die wilden ook allemaal iets voor haar doen. Dat leverde erg veel waarde op. Naar zo’n samenleving moeten we toegroeien. Dan wordt ‘samen leven tot het laatst’ concreet.

Laatst geactualiseerd: 1 oktober 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.