Door met de ACDR-methode naar gedrag te kijken, krijg je beter inzicht in weerstand en vergroot je de kans op succesvolle implementatie

Door met de ACDR-methode naar gedrag te kijken, krijg je beter inzicht in weerstand en vergroot je de kans op succesvolle implementatie

Wat houdt het in?

De ACDR-methode helpt om gedrag en gedragsverandering systematisch te analyseren aan de hand van vier invalshoeken: Architectuur (omgeving), Competenties, Drivers (motivaties) en Resistance (Weerstanden). Hierdoor ontstaat meer inzicht in waarom mensen wel of niet meebewegen in veranderingen.  

Waarom belangrijk?

Bij implementatie van vernieuwingen in de palliatieve zorg blijkt kennis alleen vaak niet voldoende om gedrag te veranderen. Weerstand ontstaat niet doordat mensen niet willen veranderen, maar doordat behoeften aan autonomie, zekerheid of energiebehoud onder druk komen te staan. Door deze onderliggende mechanismen te herkennen, kun je gerichter inspelen op wat nodig is om beweging te creĆ«ren. 

Toepassing

  • Analyseer of de omgeving het gewenste gedrag ondersteunt of juist belemmert.
  • Onderzoek of medewerkers beschikken over de juiste kennis, vaardigheden en het vertrouwen om de verandering uit te voeren.
  • Verbind de verandering aan waarden en motivaties die voor de doelgroep belangrijk zijn.
  • Breng weerstanden in kaart en onderzoek of deze voortkomen uit behoefte aan autonomie, zekerheid of energiebehoud.
  • Kies vervolgens interventies die aansluiten bij de oorzaak van de weerstand, zoals meer keuzevrijheid, duidelijkheid of praktische ondersteuning.  

Geleerde lessen

  1. Gedrag is niet rationeel 
    • Mensen maken keuzes vaak automatisch en op gevoel.
    • Alleen uitleg geven of goede argumenten noemen is meestal niet genoeg om gedrag te veranderen. 
  2. Eerst begrijpen, dan veranderen 
    'Pas als je weet hoe gedrag werkt, kun je het veranderen'
    • Onderzoek eerst waarom mensen doen wat ze doen.
    • Gebruik bijvoorbeeld de ACDR-methode om belemmeringen en kansen in kaart te brengen.
    • Bedenk pas daarna welke acties of interventies nodig zijn. 
  3. Omgeving heeft veel invloed op gedrag
    • Kleine veranderingen in processen, systemen of werkwijzen kunnen een groot verschil maken.
    • Je kunt gewenst gedrag makkelijker maken zonder mensen steeds te hoeven overtuigen. 
  4. Vertrouwen in eigen kunnen is belangrijk 
    • Mensen moeten het gevoel hebben dat ze een verandering kunnen uitvoeren.
    • Maak nieuwe werkwijzen daarom eenvoudig, duidelijk en haalbaar. 
  5. Sluit aan bij wat mensen belangrijk vinden 
    • Vertrek niet alleen vanuit je eigen argumenten of doelen.
    • Kijk vooral naar wat voor de ander belangrijk is en verbind daar de verandering aan. 
  6. Weerstand geeft waardevolle informatie
    • Zie weerstand niet als een probleem, maar als een signaal.
    • Achter weerstand zit vaak een behoefte aan bijvoorbeeld autonomie, zekerheid of ondersteuning. 
  7. Maak gedrag makkelijk 
    • Zorg dat het weinig moeite kost om het gewenste gedrag te laten zien.
    • Maak afspraken concreet en duidelijk.
    • Sluit aan bij bestaande routines en werkprocessen.
       
Voor vragen, neem contact op met:
Leerwerkplatform Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II)
Laatst geactualiseerd: 14 juli 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.