Behandeling van bijwerkingen van opioiden

Uitgangsvraag

Op welke wijze dienen bijwerkingen van opioïden behandeld te worden bij patiënten met gevorderde stadia van COPD of hartfalen?

Methode: evidence-based

Inleiding

Bijwerkingen t.g.v. opioïden komen voor bij 78% van de patienten met pijn door andere ziektes dan kanker [Els 2017]. Er zijn geen data over de prevalentie van bijwerkingen t.g.v. opioïden specifiek bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen.

Literatuur

Er worden in de literatuur verschillende methoden van aanpak beschreven [Cherny 2001, Mercadante 2001]. Voordat de symptomatische behandeling wordt gestart, valt eerst vermindering van de opioïddosis te overwegen door middel van toevoeging van paracetamol en/of een NSAID. Ook opioïdrotatie en de verandering van de toedieningsroute (bijvoorbeeld subcutaan of epiduraal/spinaal) worden genoemd.
Van praktisch belang voor de aanpak is de vraag of de pijn wel of niet goed onder controle is. Als de pijn onder controle is, valt verlaging van de dosis van het opioïd te adviseren. Bij ernstige bijwerkingen is opioïdrotatie te overwegen. Als de pijn niet onder controle is, is symptomatische aanpak van de bijwerkingen en/of opioïdrotatie te overwegen.
De aanpak van de meest voorkomende bijwerkingen wordt besproken op de drie genoemde manieren: symptomatische behandeling, opioïdrotatie en verandering van toedieningsweg.
Voor de huidige richtlijn werd gebruik gemaakt van een algemene review over behandeling van bijwerkingen [McNicol 2003, update in 2008] en van zeven systematische reviews over de behandeling van specifieke bijwerkingen: misselijkheid en braken [Laugsand 2011, Sande 2019], obstipatie [Ahmedzai 2010, Mehta 2016, Ruston 2013], centrale bijwerkingen (sedatie, cognitieve veranderingen en myoclonus) [Stone 2011] en hallucinaties [Silvanestab 2016]. Verder werd gebruik gemaakt van een systematische review over het effect van opioïdrotatie op bijwerkingen van opioïden [Dale 2010].
Een deel van bovengenoemde reviews heeft zich beperkt tot bijwerkingen van opioïden bij patiënten met kanker. Omdat de werkgroep er van uitgaat dat er geen verschil tussen patiënten met kanker of patiënten met gevorderde stadia van COPD of hartfalen, zijn alle reviews meegenomen bij de bewijsvoering.

Deze module is onderverdeeld in submodules. Om de inhoud te kunnen bekijken, klikt u in de linkerkolom op de submodules.