Inleiding

Een slechte adem wordt ook halitose of foetor ex ore genoemd. Een slechte adem wordt soms niet door de patiënt zelf, maar door de omgeving opgemerkt. Halitose kan leiden tot onzekerheid en problemen met intimiteit en sociale contacten.

Vóórkomen

Er zijn geen epidemiologische gegevens beschikbaar over het voorkomen van halitose bij kankerpatiënten. Halitose wordt in bijna 80% van de ge­val­len veroorzaakt door afwijkingen in de mondholte, voornamelijk van de tong.

Oorzaken

Halitose wordt vrijwel altijd veroorzaakt door het afbreken van organische substraten in de mond door micro-organismen. Vluchtige zwavelbevattende stoffen die hierbij gevormd worden veroorzaken meestal de onaangename geur.

De volgende factoren kunnen hierbij een rol spelen:

Algemene factoren:

  • slechte mondhygiëne, cariës en parodontitis
  • droge mond
  • roken en alcohol
  • bepaalde voedingsmiddelen (zoals knoflook, uien, bepaalde vlees-, vis- en kaassoorten; deze worden in de bloedbaan opgenomen en via de longen uitge­ademd)
  • stress

Ziekten en aandoeningen:

  • infecties van mond-, neus- en keelholte en longen
  • obstructie in slokdarm, maag en dunne darm waardoor voedsel achterblijft
  • metabole processen (hongeren, diabetes, nier- of leverinsufficiëntie)
  • tumor in de mond- of keelholte

Gevolgen van behandeling:

  • medicamenten (o.a. isosorbidedinitraat, isosorbidemononitraat, dimethylsulfoxide, penicillamine, broomhexine, disulfiram, valeriaan, jodium bevattende geneesmiddelen (amiodaron, kaliumjodide), clomipramine, lithium, vitamine B-preparaten)