Inleiding

Orale infecties treden op door lokale veranderingen in de mondholte of door systemische factoren, zoals een verminderde afweer of gebruik van be­paal­de medicamenten. Bij infecties in de mond wordt onderscheid gemaakt tussen infecties door schimmels, bacteriën of virussen.

Vóórkomen

Schimmelinfecties van de mondholte komen vaak voor bij patiënten met kanker (16% van de patiënten met een leukemie en 7% van de patiënten met een solide tumor). In de palliatieve fase zouden deze bij ongeveer 30% van de patiënten optreden. Ook bij patiënten met HIV/AIDS komen frequent schimmelinfecties voor, hoewel de prevalentie is afgenomen door het gebruik van de HAART-therapie.
Virale infecties treden op bij 11-65% van de patiënten die behandeld worden met chemotherapie.
Over de prevalentie van bacteriële orale infecties in de palliatieve fase is weinig bekend. Uit studies bij andere categorieën immuungecompromiteerde patiënten blijkt dat een slechte mondhygiëne en parodontitis kunnen leiden tot aspiratiepneumonie. De prevalentie van actieve cariës, hetgeen ook een infectieziekte is, bij patiënten in de palliatieve fase ligt tussen de 20-35%.


Ontstaanswijze

Schimmelinfecties worden meestal veroorzaakt door Candida albicans. Bij bijna de helft van de bevolking is deze schimmel als commensaal aanwezig, maar ernstig zieke patiënten zijn vaker gekoloniseerd. Bij een slechte weerstand kan dit leiden tot infectie. Bij infectie van de mondholte door Candida albicans kunnen verschillende beelden ontstaan, die soms gelijktijdig kunnen voorkomen. Verspreiding via de bloedbaan is een zeldzame, maar vaak fatale complicatie. Orale infecties met andere schimmels en gisten nemen toe, deze zijn vaak resistent voor therapie.

Virale infecties worden meestal veroorzaakt door het herpes simplex type 1-virus. Herpes simplex virussen kunnen een primaire infectie veroorzaken bij diegenen die niet eerder aan het virus zijn blootgesteld, maar meestal is er sprake van reactivatie van het latente virus. Er kunnen zich dan pijnlijke ulceraties van de lippen (herpes labialis) of intraoraal ontwikkelen. Andere virale mondinfecties komen minder voor en zullen hier niet besproken worden.

Bacteriën zoals streptokokken of stafylokokken kunnen pijnlijke slijmvliesinfecties veroorzaken en zich uitbreiden naar de bloedbaan of de longen. Enterokokken kunnen bij patiënten met een verminderde afweer leiden tot infecties en treden vooral op in samenhang met Candida infecties. Ook kunnen orale infecties veroorzaakt worden door gramnegatieve aerobe bacteriën. Gingivitis en parodontitis kunnen acuut en pijnlijk opvlammen, maar meestal zijn deze infecties chronisch en worden gemakkelijk over het hoofd gezien.
Anaerobe bacteriën spelen een rol in de etiologie van parodontitis, maar parodontale infecties zijn vaak polimicrobieel. Slechte mondhygiëne, gingivitis en parodontitis bevorderen orofaryngeale kolonisatie met respiratoire bacteriën, die kunnen leiden tot pneumonie. Ook vormen parodontale pockets een porte d'entrée voor systemische infectie. Cariës kan leiden tot infectie van de tandzenuw, abcessen aan de wortelpunt en fistelvorming. Bacteriële infecties van de speekselklieren kunnen zich vooral bij een gereduceerde speekselvloed ontwikkelen.

 

Oorzaken

Het optreden van infecties van de mondholte kan worden veroorzaakt of bevorderd door:

Algemene factoren:

  • droge mond
  • dragen van een prothese
  • slechte mondverzorging
  • slechte voedingstoestand
  • verminderde weerstand
  • roken
  • stress
  • dieet met veel koolhydraten

Ziekten:

  • tumoren in de mond
  • diabetes mellitus

Gevolgen van behandeling:

  • na chirurgie van de mondholte
  • radiotherapie
  • chemotherapie
  • medicijngebruik (vooral corticosteroïden en antibiotica)