Beleid

Behandeling van de oorzaak

Indien mogelijk worden de onderliggende oorzaak en/of de beïnvloedende factoren behandeld:

  • afwijkingen van de blaas
    • infecties: antibiotica
    • stenen: operatie
    • overactiviteit: medicamenteus
    • tumoren: operatie, radio-, chemotherapie
  • blaasontledigingsstoornissen als gevolg van obstructie van de blaasuitgang of urethra door:
    • fecale impactie: laxantia, digitale verwijdering
    • tumorinfiltratie in de blaashals: operatie, radiotherapie, hormonale therapie, chemotherapie
    • (post)operatieve beschadiging van de blaashals: operatie
    • prostaatvergroting: medicamenteus, operatie
    • urethrastrictuur, meatusstenose en phimosis: operatie
  • wijziging van medicatie
  • onderactieve musculus detrusor: intermitterende zelfkatheterisatie, condoomkatheter
  • neurogeen als gevolg van tumor/metastasen: operatie, radiotherapie

Niet-medicamenteuze symptomatische behandeling

Uitgangspunt blijft dat eerst een adequate diagnose gesteld moet worden. Afhankelijk van de diagnose kunnen onderstaande niet-medicamenteuze behandelingen van nut zijn.

Ondersteunende maatregelen

  • Bedenk bij de uitvoering van maatregelen of het aanbieden van oplossingen dat deze moeten passen bij de persoon en de mogelijkheden. Denk hierbij aan zelfredzaamheid in relatie tot mobiliteit, handfunctie en gezichtsvermogen.
  • Adviseer regelmatig toiletbezoek, met tussenpozen van 2-3 uur, ook al is er geen aandrang. Laat zo nodig 's nachts de wekker zetten. Geef instructies ten aanzien van leegplassen, positie, wiebelen.
  • Zorg voor privacy tijdens de mictie.
  • Zorg dat toilet, postoel, urinaal of ondersteek goed bereikbaar zijn.
  • Let er op dat er een goede ondersteuning voor de voeten is.
  • Laat eventueel het toilet aanpassen met bijvoorbeeld een toiletverhoger.
  • Vermijd het gebruik van diuretica en van middelen die de diurese bevorderen (koffie, alcohol).
  • Denk aan de sociale problemen die kunnen ontstaan door geuroverlast en schaamte. Maak gevoelens van schaamte en gêne, intimiteit en seksualiteit bespreekbaar.

Huidverzorging

  • intacte, niet geïrriteerde huid: Viermaal daags wassen met lauwwarm water. De huid droogdeppen. Geen talkpoeder gebruiken in verband met klonteren, waardoor huidirritaties en verstopte poriën ontstaan. Eventueel preventief zinkzalf gebruiken.
  • geïrriteerde huid: Viermaal daags wassen met lauwwarm water. De huid droogdeppen. Huid beschermen met een dun laagje zinkzalf of Cavilon® barrièrefilm.

Gebruik van incontinentiemateriaal

  • Stem het incontinentiemateriaal af op de aard en frequentie van de incontinentie, lichaamsbouw en geslacht.
  • Adviseer incontinentiemateriaal waarbij de huid zo droog mogelijk blijft. Ga na of er nog andere materialen nodig zijn ter bescherming van matras of stoel.
  • Vraag advies aan incontinentieverpleegkundige, stomaverpleegkundige, wijkverpleegkundige of apotheker. Zij kunnen informatie geven over materialen (beenzakjes, stopjes, draagsystemen) en vergoedingen.
  • Bij mannen is het gebruik van een condoomkatheter te overwegen.

Blaaskatheter

Intermitterende katheterisatie 3-4 dd door de patiënt, mantelzorgers of (soms) de wijkverpleegkundige kan overwogen worden. Bij seksueel actieve patiënten met incontinentie wordt wel geadviseerd om voor de geslachtsgemeenschap te katheteriseren.

Indien gekozen wordt voor een verblijfskatheter, moet een keuze gemaakt worden tussen een transurethrale katheter of een suprapubische katheter. Bij patiënten met een langere levensverwachting (ten minste drie maanden) heeft een suprapubische siliconenkatheter de voorkeur. Hiermee wordt irritatie van de urethra en prostaat voorkomen. Bij seksueel actieve patiënten blijft bovendien de mogelijkheid tot geslachtsgemeenschap behouden. Een suprapubische katheter dient in het ziekenhuis ingebracht te worden. Het wisselen van deze katheter kan thuis geschieden. Ter voorkoming van infecties en steenaanslag worden blaaskatheters (zowel transurethraal als suprapubisch) bij voorkeur elke zes tot acht weken gewisseld.

Medicamenteuze symptomatische behandeling

Bij nachtelijke incontinentie kan het gebruik van desmopressine neusspray 10-40 µg nasaal of 0,2-0,4 mg p.p. voor de nacht worden overwogen. Mogelijke bijwerkingen: hyponatriëmie, secundair hersenoedeem.

Medicamenteuze behandeling  kan worden toegepast bij urge incontinentie d.m.v. een anticholinergicum:

  • tolterodine slow release 1 dd 4 mg
  • solifenacine 1 dd 5-10 mg
  • oxybutynine 2,5-5 mg 1-4 dd 1

Bijwerkingen: obstipatie, droge mond