Stappenplan

Diagnostiek

  1. Anamnese (inclusief voedingsanamnese) en lichamelijk onderzoek
  2. Inventarisatie van gewoontes, wensen en verwachtingen van patiënt en naasten t.a.v. voeding
  3.  Indien gewenst consult diëtist voor gerichte voedingsanamnese, behoeftebepaling en individueel voedingsadvies

Beleid

  1. Informatie, begeleiden en ondersteunen van de patiënt en zijn naasten; in overleg vaststellen van de doelen van de behandeling
  2. Behandeling van de onderliggende oorzaak: gerichte antitumortherapie (indien mogelijk)
  3. Voedingsinterventies:
    • Algemene adviezen t.a.v. voedselbereiding en maaltijden:
      • rusten voor de maaltijden
      • vermijden van onaangename luchtjes
      • gebruik van meerdere kleine maaltijden
      • pureren van de voeding
      • een extra broodmaaltijd als de warme maaltijd tegenstaat
      • liever koude en friszure gerechten dan een warme maaltijd
      • aandacht voor een appetijtelijke presentatie en een prettige ambiance
      • het gebruik van kant-en-klare producten of van een maaltijdservice
    • Bij een levensverwachting van langer dan 2-3 maanden en indien handhaving of verbetering van de voedingstoestand als een haalbaar en zinvol doel wordt gezien: adequate voeding of energie- en eiwitverrijkte voeding (als sprake is van recent gewichtsverlies door verminderde inname of grote verliezen), al dan niet gebruikmakend van:
      • maaltijden en snacks met een hoge voedingsstofdichtheid
      • energie- en eiwitverrijkte drinkvoeding
      • sondevoeding, met name bij slik- of passagestoornissen in slokdarm of maag, een Karnofsky Performance status van > 50% en een geschatte levensverwachting van meer dan 2-3 maanden
      • totale parenterale voeding alleen bij een conservatief behandelde ileus bij een patiënt met een Karnofsky Performance status van > 50% en een geschatte levensverwachting van meer dan 2-3 maanden
      • Bij een geschatte levensverwachting van 1-2 maanden: comfortvoeding
  4. Bewegingsinterventies
  5. Goede verzorging van mond en gebit
  6. Medicamenteuze behandeling van symptomen, die leiden tot of bijdragen aan anorexie en gewichtsverlies:
    • bij snelle verzadiging en/of misselijkheid en braken: metoclopramide 3 dd 10-20 mg p.o. of 20-40 mg supp.
    • behandeling van andere symptomen, zoals infectieuze stomatitis/oesofagitis, smaakstoornissen, obstipatie, diarree, koorts, pijn, dyspnoe, depressie, angst
  7. Indien metabole stoornissen een belangrijke rol spelen:
    • bij een levensverwachting van enkele maanden of langer: megestrol 1 dd 480-800 mg (invloed op anorexie, welbevinden en gewichtsverlies), in combinatie met adequate voeding
    • bij een levensverwachting van enkele weken: dexamethason 1 dd 4-8 mg of prednisolon 1dd 30-60 mg (invloed op anorexie en welbevinden, geen invloed op gewichtsverlies)

Bewijsvoering

Tabel 5. Tabel voor bewijsvoering bij de richtlijn Anorexie en gewichtsverlies
Behandeling

Niveau van bewijsvoering

Referenties
Voedingsinterventies 3,4 Arends 2006, August 2009, Bachmann 2003, Baldwin 2004 en 2007, Bosaeus 2008, Doornink 2006, Dubbelman 2000, Good 2008, Klein 1994, McGreer 1990, Mirhosseini 2005, Ovesen 1993, Persson 2002, Rabaneck 1997, Ravasco 2005
Metoclopramide 3B Bruera 1996 en 2000, McCallum 1991, Nelson 1993, Shivshankar 1983
Overige medicamenteuze behandeling van oorzakelijke of beïnvloedende factoren 4  

Progestativa (megesterol,

medroxyprogesteronacetaat)

1A Batterham 2001D, Berenstein 2005C-D-E, Brown 2002C, Desport 2003C , Jatoi 2002C en 2004C,  Loprinzi 1994C, 1999C en 2010C, Maltoni 2001C, Mateen 2006C, Oster 1994D, Pascual López 2004C-D-E, Von Roenn 1994D, Weisberg 2002E, Yavuzsen 2005C, Yeh 2000F

Corticosteroïden (prednison,

dexamethason)

1B Brown 2002C, Desport 2003C, Loprinzi 2010C, Yavuzsen 2005C

Effect op anorexie, gewichtsverlies en performance status/welbevinden
Effect op anorexie, misselijkheid en welbevinden
Bij patiënten met kanker
Bij patiënten met HIV/AIDS
Bij patiënten met COPD
Bij geriatrische patiënten

Niveau 1 =   gebaseerd op systematische review of ten minste twee gerandomiseerde onderzoeken van goede kwaliteit.
Niveau 2 =   gebaseerd op ten minste twee vergelijkende klinische onderzoeken van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of andere vergelijkende onderzoeken.
Niveau 3 =   gebaseerd op 1 vergelijkend onderzoek of op niet-vergelijkend onderzoek.
Niveau 4 =   gebaseerd op mening van deskundigen.

Vernieuwde weergave Pallialine
Zoals u ziet heeft Pallialine een nieuw uiterlijk gekregen. Aan de inhoud van de richtlijnen is niets gewijzigd.