Oorzaken

Dyspneu kan worden veroorzaakt door [Chan 2010, Hui 2013a, Shadd 2009, Wymenga 2003]:

  • de ziekte zelf (bijvoorbeeld kanker, COPD of hartfalen)
  • complicaties van de ziekte (bijvoorbeeld pneumonie of longembolie)
  • gevolgen van behandeling (bijvoorbeeld na pneumonectomie of als bijwerking van medicatie)
  • comorbiditeit, bijvoorbeeld hartfalen

Een andere benadering voor de oorzaken van dyspneu berust op de plaats van ontstaan:

  • bovenste luchtwegen (trachea, hoofdbronchus, stambronchus)
    • obstructie (bijvoorbeeld door tumor, oedeem, bijvoorbeeld ten gevolge van allergische reactie, secreet, aspiratie van corpus alienum, dubbelzijdige stembandparese door uitval van de n. recurrens beiderzijds)
  • pulmonaal
    • afname ventilerend oppervlak ten gevolge van:
      • operatie (lobectomie, pneumonectomie)
      • atelectase
      • zeer uitgebreide parenchymateuze longmetastasen
    • interstitiële afwijkingen (waardoor gestoorde diffusie) ten gevolge van:
      • bestralingspneumonitis/fibrose
      • longafwijkingen ten gevolge van medicamenten (bijvoorbeeld chemotherapie of targeted therapy)
      • lymphangitis carcinomatosa
      • vochtretentie ten gevolge van nierfalen of antitumortherapie (progestativa, docetaxel)
      • andere interstitiële longaandoeningen (bijvoorbeeld longfibrose, sarcoidose)
    • astma/COPD
    • pneumonie
    • longembolie
  • extrapulmonaal/intrathoracaal
    • pleuravocht (pleurale metastasen door carcinoom (pleuritis carcinomatosa), mesothelioom, melanoom of maligne lymfoom, infectieus, hartfalen)
    • pneumothorax
    • vena cava superior syndroom
  • cardiaal (hartfalen
    • myocardaandoening (ischaemie, cardiomyopathie)
    • kleplijden
    • pericarditis (carcinomatosa, infectieus)
    • ritme- of geleidingsstoornissen
  • overige
    • zwakte van de ademhalingsspieren
      • neuromusculaire aandoeningen (bijvoorbeeld ALS)
      • paraneoplastisch (bijvoorbeeld Lambert-Eaton syndroom)
      • door inactiviteit
      • in het kader van het anorexie-cachexie-syndroom
    • diafragmahoogstand (bijvoorbeeld door ascites, massale levermetastasen of parese n. phrenicus)
    • thoraxdeformiteit (kyfoscoliose)
    • overgewicht
    • anemie
    • metabole acidose (bijvoorbeeld diabetische keto-acidose)
    • psychogene (angst, spanning en/of depressie) en existentiële factoren

Meerdere factoren kunnen een rol spelen bij één patiënt. In een recent onderzoek bij 299 patiënten met kanker en dyspneu, die waren opgenomen in een ziekenhuis, was anemie de meest voorkomende potentiële oorzaak c.q. bijdragende factor (78%). Gevolgd door pleuravocht (56%), pneumonie (48%), longmetastasen (42%), atelectase (41%) en COPD (10%) [Hui 2013a].

Bij patiënten met dyspneu in de palliatieve fase kunnen de volgende oorzaken een rol spelen:

  • obstructie bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld door tumor, oedeem ten gevolge van allergische reactie, secreet, aspiratie van corpus alienum, dubbelzijdige stembandparese door uitval van de n. recurrens beiderzijds)
  • afname ventilerend oppervlak ten gevolge van:
    • operatie (lobectomie, pneumonectomie)
    • atelectase
    • zeer uitgebreide parenchymateuze longmetastasen
  • interstitiële afwijkingen ten gevolge van:
    • bestralingspneumonitis/fibrose
    • longafwijkingen ten gevolge van medicatie (bijvoorbeeld chemotherapie of targeted therapy)
    • lymphangitis carcinomatosa
    • vochtretentie ten gevolge van nierfalen of antitumortherapie (progestativa, docetaxel)
    • andere interstitiële longaandoeningen (bijvoorbeeld longfibrose, sarcoidose)
  • astma/COPD
  • pneumonie
  • longembolie
  • pleuravocht (pleurale mestastasen door carcinoom (pleuritis carcinomatosa), mesothelioom, melanoom of maligne lymfoom, infectieus, hartfalen)
  • pneumothorax
  • vena cava superior syndroom
  • cardiaal: hartfalen door myocardaandoening (ischaemie, cardiomyopathie), kleplijden, pericarditis (carcinomatosa, infectieus), ritme- of geleidingsstoornissen
  • zwakte van de ademhalingsspieren (neuromusculaire aandoeningen, paraneoplastisch, door inactiviteit en/of bij het anorexie-cachexie-syndroom)
  • diafragmahoogstand (bijvoorbeeld door ascites, massale levermetastasen of parese n. phrenicus)
  • thoraxdeformiteit (kyfoscoliose)
  • overgewicht
  • anemie
  • metabole acidose (bijvoorbeeld diabetische keto-acidose)
  • psychogene (angst, spanning en/of depressie) en existentiële factoren

Meerdere oorzaken kunnen een rol spelen bij één patiënt.
[Booth 2008, Chan 2010, Hui 2013a, Shadd 2009, Wymenga 2003]

Vernieuwde weergave Pallialine
Zoals u ziet heeft Pallialine een nieuw uiterlijk gekregen. Aan de inhoud van de richtlijnen is niets gewijzigd.