Doelen van behandeling

Uitgangsvraag

Wat zijn de (mogelijke) doelen bij behandeling van anorexie en gewichtsverlies in de palliatieve fase en hoe worden deze gecommuniceerd met patiënt en naasten?

Methode: consensus-based

Aanbeveling

  • Ga na wat haalbare, zinvolle en gewenste doelen zijn van de behandeling van anorexie en gewichtsverlies in de palliatieve fase en bespreek deze met patiënt en naasten.
    Handhaven of verbeteren van de voedingstoestand is onder alle omstandigheden het primaire doel.
    Afhankelijk van de situatie kan het verder gaan om: 
    • handhaven of verbeteren van de voedingstoestand; of juist 
    • herstel van plezier in het eten, waarbij verslechtering van de voedingstoestand wordt geaccepteerd; 
      en/of 
    • verlichting van voeding gerelateerde klachten (anorexie, snelle verzadiging en/of misselijkheid).

Het onderstaande is gebaseerd op de mening van de werkgroep.

Bij de behandeling van anorexie en gewichtsverlies bij patiënten in de palliatieve fase kunnen de volgende doelen worden nagestreefd:

  • Het primaire doel is het handhaven of verbeteren van de kwaliteit van leven. Dit is altijd van toepassing en niet anders dan bij de behandeling van andere symptomen in de palliatieve fase. Behandeling van de oorzaak, voedingsinterventies, bewegingsinterventies en medicamenteuze behandeling kunnen voor dit doel worden ingezet. Echter: deze behandelingen zijn niet in alle gevallen effectief en kunnen soms ook schade toebrengen. Het niet inzetten van behandeling (en dus het accepteren van achteruitgang van de voedingstoestand) kan soms beter zijn voor de patiënt. 
  • Ten aanzien van de voedingstoestand kunnen de doelen variëren, afhankelijk van de toestand en de wens van de patiënt:
    • In sommige situaties is het handhaven of verbeteren van de voedingstoestand een haalbaar, zinvol en gewenst doel. Dat geldt met name vroeg in de palliatieve fase, wanneer de patiënt nog een ziektegerichte behandeling krijgt. Bij ziektes zoals COPD en hartfalen kan het soms moeilijk zijn om dit te bepalen omdat de overleving zo moeilijk in te schatten is. Er zijn ook situaties waarin een voedingsinterventie wel haalbaar en effectief is, maar niet gewenst wordt. Een voorbeeld is de situatie waarin een patiënt met ALS en slikstoornissen afziet van sondevoeding omdat de kwaliteit van zijn leven zo slecht is, dat verlenging ervan door sondevoeding niet gewenst is.
    • In de loop van de ziekte (en zeker wanneer inflammatie en metabole stoornissen op de voorgrond (komen te) staan) is het handhaven of verbeteren van de voedingstoestand geen haalbaar en reëel doel (meer). Dan wordt de verslechtering van de voedingstoestand geaccepteerd en worden voedingsinterventies gestaakt of niet ingezet.
  • Hierbij staat de (medische) inschatting van de zinvolheid en haalbaarheid van interventies met betrekking tot de voedingstoestand centraal. Natuurlijk spelen de wensen van de patiënt en de naasten ook een rol. Echter: ook bij een sterke behandelwens van de patiënt kan een interventie met weinig of geen kans van slagen beter niet worden ingezet.
  • Het verlichten van voeding gerelateerde klachten (met name anorexie, snelle verzadiging en misselijkheid) kan een doel op zichzelf zijn. Daarbij wordt verbetering van de voedingstoestand niet (primair) nagestreefd. 

Het is belangrijk dat deze doelen besproken worden met de patiënt en diens naasten. Dan kan beoordeeld worden of de gedachtes, wensen en meningen van de patiënt en diens naasten overeenkomen met die van de zorgprofessionals.