Over het Project Samen bouwen aan vertrouwen

Aanleiding

In Rotterdam zijn inmiddels meer dan 22 groepen actief die zich bezighouden met palliatieve thuiszorg (PaTz). Wat bepaalt het succes van zo’n groep? Die vraag was aanleiding voor het project Samen bouwen aan vertrouwen. Team Lokaal Organiseren van Vilans en Leerhuizen Palliatieve Zorg voerden het project uit in opdracht van het Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam & omstreken. Mede dankzij subsidies voor twee jaar van ZonMw en KWF is dit project uitgevoerd.

Het doel van het project was PaTz in Rotterdam verder professionaliseren. PaTz is een methodiek om de kwaliteit, samenwerking en overdracht rond palliatieve zorg thuis te verbeteren.Huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en consulenten (artsen en verpleegkundigen die door opleiding en praktijkervaring gespecialiseerd zijn in palliatieve zorg) komen regelmatig bij elkaar om cliënten in de palliatieve fase te bespreken. Samen stellen ze een plan op waarbij de wensen van de patiënt en zijn omgeving centraal staan. Nadrukkelijk doel is ook om de onderlinge samenwerking tussen betrokken hulpverleners te stimuleren en faciliteren.
 

Het project Samen bouwen aan vertrouwen startte met interviews over de samenwerking in de PaTz-groepen. Vilans interviewde voorzitters (ook huisarts), medisch consulenten, verpleegkundig consulenten, huisartsen en wijkverpleegkundigen. De interviews leverden een schat aan informatie op die het kenniscentrum een eerste beeld gaf. De PaTz-groepen verschillen van grootte. In sommige PaTz-groepen wisselen de wijkverpleegkundigen elkaar af en is er geen vaste deelnemer per thuiszorgorganisatie.

Voorzitter/huisarts:

We zijn makkelijker bereikbaar en beter aanspreekbaar. We kennen elkaar en dat is eigenlijk het belangrijkst’

Een verpleegkundig consulent over het belang van bereikbaarheid:

Geef als wijkverpleegkundige aan een huisarts een 06-nummer in plaats van een landelijk of regionaal nummer.’

De geïnterviewden zijn positief over de Rotterdamse PaTz-groepen.

Een wijkverpleegkunde over de PaTz-groepen:

Een verbetering in het palliatief netwerk. Er is nog wel een zoekende, stijgende lijn, maar iedereen is welwillend om het door te zetten’,

Een huisarts omschrijft de groepen als:

'Een waardevolle samenwerking die ik niet graag zou willen missen'.

Lees ook: Palliatieve Leerhuizen verrijken het PaTz-concept

Om het vertrouwen en contact in de samenwerking binnen en buiten de palliatieve thuiszorgteams in kaart te brengen, ontvingen alle 234 leden van de (toen nog) 13 PaTz-groepen een vragenlijst; de nulmeting. De helft van de leden vulde de vragenlijst in. De respondenten noemden drie onderdelen die bijdragen aan de verbetering van de PaTz-werkwijze:

  1. leren van elkaar,
  2. betere en meer samenwerking tussen de disciplines,
  3. kortere lijnen.

Zij gaven ook praktische suggesties voor verbetering.

De top 3:

  1. contactgegevens uitwisselen,
  2. vaker gezamenlijk huisbezoeken afleggen
  3. en elkaar vaker opzoeken buiten de PaTz-bijeenkomsten om.

Geestelijke verzorging is een expertise die veel respondenten misten in de PaTz-groepen. (Tegenwoordig nemen ook geestelijk verzorgers deel aan PaTz-groepen).

Met de gegevens uit de interviews en de nulmeting was het mogelijk instrumenten en interventies voor te stellen om samenwerking binnen de PaTz-groepen te optimaliseren. Voorbeelden van inhoudelijke interventies: gezamenlijk huisbezoek, Utrecht Symptoom Dagboek-Rotterdam (USD-R), After Death Analysis (ADA) en verbreding van de PaTz. Andere interventies moeten het proces ondersteunen, zoals: werken met de PaTz Portal, effectief inbrengen van een casus in een PaTz-bijeenkomst, moeilijke onderwerpen bespreekbaar maken en zelfevaluatie. Alle PaTz-groepen in Rotterdam hebben het doen van een gezamenlijk huisbezoek geïmplementeerd. Professionals gaven aan dit een belangrijke interventie te vinden.

In het eerste kwartaal van 2017 vond in Rotterdam de “nameting” plaats, om te bepalen wat er door de interventies is veranderd.

Conclusies:

  1. Hoge scores begrip en ondersteuning interventies ‘Werken met het PaTz portal’ en ‘Gezamenlijk huisbezoek’
  2. Lage scores interventie Utrecht Symptoom Dagboek-Rotterdam op alle thema’s
  3. Hoog potentieel effect op samenwerking ‘After Death Analysis’ (ADA)

(klik hier voor de complete samenvatting procesevaluatie en nameting)

Het verdient aanbeveling dat iedere groep zelf kijkt hoe de groep op de voor- en nameting scoort ten opzichte van de andere groepen. Daarnaast kan elke groep kijken of er veranderingen zichtbaar zijn tussen de voor- en de nameting. Als deze veranderingen er zijn, dan is het aan de PaTz-groep om over een verklaring hiervoor na te denken. Verschillen kunnen veroorzaakt worden door de ingezette interventies maar ook andere factoren dan de interventies kunnen de verschillen verklaren. Factoren zoals: veranderingen in teamsamenstelling, wisseling van voorzitter, groepsgrootte, enzovoorts. Uit de nul-rapportage is bijvoorbeeld bekend geworden dat vertrouwen groter wordt naarmate PaTz-groepen langer bestaan en men langer deelneemt. Hoe groter de groep, hoe lager men scoort op vertrouwen.

  • Bespreek van tevoren de verwachtingen en doelstellingen met elkaar.
  • Werk met thuiszorgorganisaties waarmee je al samenwerkt zodat er een gemeenschappelijke basis is.
  • Zorg dat de juiste mensen aan tafel zitten. Je moet een trekker en een sleutelfiguur binnen de huisartsengroep hebben. Zonder enthousiaste huisartsen lukt het niet. Zij moeten de meerwaarde van de PaTz-groep inzien.
  • Train de voorzitters en consulenten.
  • Creëer een veilige omgeving waarin iedereen iets mag inbrengen.
  • Een gelijkwaardige relatie tussen huisartsen en wijkverpleegkundigen is belangrijk. Een huisarts kan ook advies vragen aan de wijkverpleegkundige en niet alleen andersom.
  • Een goede medisch consulent met veel ervaring en specialistische kennis is heel belangrijk.
  • Zorg dat de wijkverpleegkundigen die betrokken zijn bij de casussen ook aanwezig zijn bij het PaTz-overleg. Het is nuttig om casussen te bespreken, maar het heeft echt meerwaarde als alle betrokken zorgverleners bij het overleg aanwezig zijn.

Lees ook artikel over PaTz in Pallium

 

Terug

Contact