Behandeling van de oorzaak

Uitgangsvraag

Hoe kan de oorzaak van jeuk worden behandeld bij patiënten in de palliatieve fase (primaire dermatologische aandoeningen en nierfalen uitgezonderd)?

Methode: consensus-based

Aanbevelingen

Behandel, indien mogelijk, haalbaar en gewenst, de oorzaak of beïnvloedende factoren van jeuk bij patiënten in de palliatieve fase:

  • Houd de huid goed vet (zie module 'Lokale medicamenteuze symptomatische behandeling').
  • Bij jeuk door obstructie van de extrahepatische galwegen, indien de levensverwachting langer is dan enkele weken en de ingreep gewenst wordt door de patiënt: overleg met de MDL-arts over endoscopische plaatsing van een stent. 
    Alternatief is een percutane drainage of endoscopische, echografisch geleide drainage.
  • Bij paraneoplastische jeuk: behandel de onderliggende maligniteit met systemische therapie.
  • Staak, indien mogelijk, (tijdelijk) medicatie, als deze de oorzaak is van de jeuk.
  • Behandel onderliggende infecties.
  • Behandel een ijzergebreksanemie.
  • Behandel onderliggende endocrinologische aandoeningen (bijvoorbeeld hyperthyreoïdie, diabetes mellitus).
  • Voor behandeling van de oorzaak bij jeuk bij nierfalen wordt verwezen naar de richtlijn 'Palliatieve zorg bij eindstadium nierfalen'.

Voor dit onderwerp is geen systematisch literatuuronderzoek verricht.

Behandeling van de oorzaak of beïnvloedende factoren van de jeuk bij patiënten in de palliatieve fase heeft, wanneer het mogelijk, haalbaar en gewenst is, de voorkeur boven symptomatische behandeling [BC Centre for Palliative Care 2017, Scottish Palliative Care Guidelines 2020, Twycross 2003, Weisshaar 2019]. Dit is gebaseerd op klinische ervaring; systematisch onderzoek over de effectiviteit van behandeling van de oorzaak van jeuk is niet of nauwelijks verricht.

Een droge huid is bij patiënten in de palliatieve fase zelden de enige oorzaak van jeuk, maar kan wel een bijdragende factor zijn. Daarbij is het belangrijk om de huid goed vet te houden; zie hiervoor module 'Lokale medicamenteuze symptomatische behandeling'.

Bij cholestatische jeuk door obstructie van de extrahepatische galwegen is een endoscopische stentplaatsing de behandeling van keuze van de jeuk als de levensverwachting een aantal weken of langer is en als deze ingreep gewenst is door de patiënt [Barkay 2013, Balinger 1994]. Een metalen stent heeft hierbij op basis van duur van doorgankelijkheid meestal de voorkeur boven een plastic stent. Indien een endoscopische stentplaatsing niet mogelijk is, dan kan percutane of endoscopische, echografisch geleide galwegdrainage worden overwogen (richtlijn 'Pancreascarcinoom' [NVVH 2019]).

Bij paraneoplastische jeuk is behandeling van de onderliggende maligniteit met systemische therapie, indien mogelijk en gewenst door de patiënt, de behandeling van keuze [Weisshaar 2015].
Bij medicamenteuze jeuk wordt, indien mogelijk, de veroorzakende medicatie (tijdelijk) gestaakt.
Indien infecties, ijzergebreksanemie of endocrinologische aandoeningen (bijv. hyperthyreoïdie, diabetes mellitus) de oorzaak zijn van de jeuk, is behandeling hiervan aangewezen.