-
Palliatieve zorg bij hartfalen
-
Kader en werkwijze
-
Achtergrond
-
Markering van de palliatieve fase
-
Voorlichting
-
Proactieve zorgplanning (PZP)
-
Beleid en behandeling
-
Medicamenteuze behandeling
-
Reduceren of staken van medicatie: ACE-remmers, ARB’s en ARNI's
-
Reduceren of staken van medicatie: Bètablokkers
-
Reduceren of staken van medicatie: MRA’s
-
Reduceren of staken van medicatie: SGLT2-remmers
-
Reduceren of staken van medicatie: Diuretica (lis- en thiazidediuretica)
-
Reduceren of staken van medicatie: Digoxine
-
Parenterale medicatie in extramurale setting: Lisdiuretica
-
Parenterale medicatie in extramurale setting: Inotropica
-
Reduceren of staken van medicatie: ACE-remmers, ARB’s en ARNI's
-
Symptoombehandeling
-
Niet-medicamenteuze behandeling
-
Noodkit acute dyspneu bij hartfalen
-
Deactivatie van LVAD, ICD en pacemaker
-
Medicamenteuze behandeling
-
Organisatie van zorg
-
Bijlagen
Noodkit acute dyspneu bij hartfalen
Patiënten met vergevorderd hartfalen voor wie in principe ziekenhuisopname niet meer wenselijk of mogelijk is, kunnen tegen het levenseinde (verwachte of onverwachte) verergering van symptomen krijgen, zoals acute dyspneu, pijn of onrust. Dit kan zeer verontrustend zijn voor patiënten en/of diens naasten. Het achter de hand hebben van ‘nood’ geneesmiddelen kan helpen om deze symptomen thuis bestrijden en rust geven, in afwachting van de komst van professionele zorgverleners.
Het zal meestal gaan om patiënten met een levensverwachting van enkele weken, maar ook bij een langere levensverwachting kan worden overwogen om noodmedicatie voor te schrijven.
Uitgangsvraag
Welke ‘nood’ medicatie wordt voorgeschreven die de patiënt met hartfalen NYHA-klasse III-IV thuis zelf kan innemen in geval van acute verslechtering?
Methode: consensus-based
Aanbevelingen
- Beoordeel de waarschijnlijkheid dat specifieke symptomen optreden, welke medicijnen nodig zijn om de te verwachten symptomen te beheersen en de voor- en nadelen van voorschrijven ervan.
- Geef uitleg over de indicaties en dosering van de voorgeschreven medicijnen aan patiënt en naasten.
- Overweeg om de volgende medicamenten voor te schrijven, zodat die in acute nood door patiënten zelf kunnen worden ingenomen of door de naasten toegediend kunnen worden:
- In geval van acute dyspneu:
- bumetanide 2 mg of furosemide 80 mg extra (als orale inname nog mogelijk is), in combinatie met
- fentanyl sublinguaal 100 mcg (bij onvoldoende effect na 20 minuten herhalen)
- In geval van acute (verergering van) pijn:
- fentanyl sublinguaal 100 mcg (bij onvoldoende effect na 20 min herhalen)
- In geval van acute onrust, angst en/of agitatie:
- 5 mg midazolam intranasaal (2,5 mg/dosis, 1 dosis per neusgat).
- Zo nodig na 10 minuten herhalen.
- Niet geschikt bij bloeding uit neus.
- In geval van acute dyspneu:
De werkgroep stelt voor om voor acute situaties een diureticum (bumetanide of furosemide) voor orale toediening, fentanyl sublinguaal en midazolam neusspray voor te schrijven.
Bij acute dyspneu wordt een (extra) dosis bumetanide (2 mg) of furosemide (80 mg) p.o. ingenomen. Voorwaarde is dat de patiënt op dat moment in staat is tot orale inname van medicatie. Daarnaast kan fentanyl 100 mcg sublinguaal worden gegeven. Fentanyl is een synthetische opioïdagonist en is 50-100 maal sterker dan morfine. Het voordeel van fentanyl s.l. boven morfine p.o. is de snellere werking (na 10-15 min versus 30-40 minuten). Bij onvoldoende effect na 20 minuten kan opnieuw 100 mcg sublinguaal worden gegeven.
Bij pijn kan fentanyl sublinguaal in dezelfde dosering worden gegeven en bij onvoldoende effect na 20 minuten herhaald worden.
Bij acuut ontstane onrust kan er sprake zijn van angst of een delier. In dat geval kan midazolam 2,5 mg in beide neusgaten worden toegediend. Midazolam is een benzodiazepine met sedatieve, anxiolytische, slaap-inducerende, spierrelaxerende, en anticonvulsieve werking [Ingielewicz 2024]. Bij onvoldoende effect kan dit na 10 minuten worden herhaald.
De werkgroep heeft een samenstelling van de noodkit voorgesteld, maar benadrukt dat een behandelaar bij het voorschrijven van noodmedicatie niet strikt beperkt hoeft te zijn tot deze specifieke samenstelling van de noodkit.
Patiënt en naasten worden geïnformeerd hoe ze de medicatie moeten innemen c.g. geven, in welke dosering en dat de (waarnemend) huisarts direct wordt gebeld.
Ingielewicz A, Szymczak RK. Intranasal Therapy in Palliative Care. Pharmaceutics. 2024 Apr 9;16(4):519. doi: 10.3390/pharmaceutics16040519. PMID: 38675179; PMCID: PMC11054984.