Ontstaanswijzen en oorzaken

Ontstaanswijze

Zweten is een normale reactie van het hele lichaam op inspanning, warmte of koorts. Lichaamshouding, beweging, temperatuur, dehydratie, circulatie en luchtvochtigheid hebben invloed op de mate, snelheid en verdeling van de zweetproductie. Er zijn interindividuele verschillen, mede afhankelijk van de leeftijd. Bij ouderen en kinderen is het vermogen tot zweten minder; daardoor kan eerder temperatuursverhoging optreden.

Typisch voor de palliatieve fase is dat het overmatig zweten met name ‘s nachts optreedt, excessief is en niet gerelateerd is aan de omgevingstemperatuur.

Er bestaan twee soorten zweetklieren [De Jongh 2017]:

  • apocriene zweetklieren. Deze ontwikkelen zich in de puberteit en bevinden zich in oksels, lippenrood, rond de tepels en genitalia, en soms in het gelaat. Ze produceren zweet met geurstoffen en feromonen (signaalgeurstoffen) en spelen een rol bij iemands persoonlijke geur;
  • eccriene zweetklieren. Deze zijn onderverdeeld in:
    • sympathisch geïnnerveerde zweetklieren, aanwezig in de handpalmen, voetzolen en oksels. Deze zweetklieren worden gestimuleerd door stress en emoties;
    • cholinerg geïnnerveerde zweetklieren. Deze bevinden zich in de rest van de huid en spelen een rol bij de thermoregulatie.

Oorzaken van hyperhidrosis 

[Baumgartner 2020, De Jongh 2017, Perera 2013, Zhukovsky 2002]

Gegeneraliseerde hyperhidrosis

Ziekte-gerelateerde oorzaken

  • paraneoplastisch (al dan niet in combinatie met koorts):
    • maligne lymfomen (ziekte van Hodgkin, non-hodgkin lymfomen);
    • endocriene tumoren (carcinoïde tumoren, feochromocytoom);
    • andere hematologische en solide tumoren.
  • (co-)morbiditeit:
    • hiv;
    • diabetes;
    • hyperthyreoïdie;
    • hartfalen, hartritmestoornissen;
    • ziekte van Parkinson.

Therapie-gerelateerde oorzaken

  • opvliegers als gevolg van behandeling:
    • na chirurgische (dubbelzijdige orchidectomie/ovariëctomie) of chemische (met LHRH-analoga) castratie;
    • behandeling met anti-hormonale therapie met anti-androgenen (prostaatcarcinoom), tamoxifen, aromataseremmers of fulvestrant (mammacarcinoom).
  • bijwerking van andere medicatie, onder andere:
    • opioïden;
    • antidepressiva (tricyclische antidepressiva, SSRI’s, SNRI’s);
    • bètablokkers; 
    • cholinesteraseremmers. 
  • onttrekking van opioïden of corticosteroïden.

Andere oorzaken

  • koorts (paraneoplastisch of door andere oorzaken, zie richtlijn 'Koorts' [IKNL 2008]);
  • infecties, al dan niet gepaard gaande met koorts (bijv. tuberculose, endocarditis, sepsis);
  • omgevingsfactoren (warmte), inspanning;
  • emoties, angst, pijn;
  • als ‘normaal' overgangsverschijnsel bij de vrouw;
  • lage bloeddruk of shock;
  • hypoxie;
  • hypoglykemie;
  • acuut coronair syndroom;
  • gebruik van alcohol of drugs, of onttrekking daarvan.

Lokale hyperhidrosis 

(Wordt verder niet besproken)

Ziekte-gerelateerde oorzaken

  • tumoren in de longtop (Pancoast-tumoren);
  • dwarslaesie.

Andere oorzaken

  • CVA;
  • perifere neuropathie;
  • bestraling (geeft soms lokale anhidrosis met compensatoire hyperhidrosis);
  • syndroom van Frey na parotischirurgie.