Multidisciplinaire richtlijn Hoesten in de palliatieve fase
samenvatting
Inleiding
Hoesten is een complex, fysiologisch beschermingsmechanisme van de luchtwegen. Bij patiënten in de palliatieve fase kan hoesten echter frequent en persisterend voorkomen en een grote negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven. Het kan lichamelijke klachten veroorzaken zoals vermoeidheid, pijn, braken en benauwdheid, maar ook leiden tot psychische belasting, sociale beperking en existentiële vragen.
De multidisciplinaire richtlijn 'Hoesten in de palliatieve fase' is een symptoomgerichte richtlijn. De focus ligt niet alleen op het symptoom hoesten, maar op de mens als geheel. Dat betekent dat zorgverleners aandacht hebben voor de lichamelijke, psychische, sociale en spirituele dimensies en dat zorg altijd plaatsvindt in overleg met de patiënt en diens naasten.
Begripsbepaling en oorzaken
Hoesten kan droog zijn of gepaard gaan met sputum en wordt als pathologisch beschouwd wanneer het frequent of hinderlijk is. In de palliatieve fase kan hoesten uiteenlopende oorzaken hebben, zowel maligne als niet maligne. Voorbeelden zijn longtumoren, infecties, COPD, hartfalen, medicatie (zoals ACE remmers), gastro oesofageale reflux en dysfagie. Dysfagie is een belangrijke, vaak onderkende oorzaak van hoesten en vraagt specifieke aandacht.
Diagnostiek
- Verricht bij alle patiënten met hoesten in de palliatieve fase een anamnese en lichamelijk onderzoek.
- Vraag naar eerder genomen maatregelen tegen hoesten en het effect daarvan.
- Inventariseer het medicatiegebruik en beoordeel of aanpassing of staken mogelijk is in het licht van de palliatieve behandeldoelen (bijvoorbeeld staken van een ACE remmer).
- Bespreek met de patiënt de impact van het hoesten op de vier dimensies:
- lichamelijk (bijv. pijn, vermoeidheid, incontinentie),
- psychisch (bijv. angst, somberheid),
- sociaal (bijv. sociale isolatie),
- spiritueel/existentieel (zingeving).
- Wees bij patiënten met een neurologische aandoening alert op slikproblemen als mogelijke oorzaak van hoesten.
- Verricht aanvullend onderzoek alleen wanneer dit therapeutische consequenties heeft en proportioneel is gezien prognose, wensen en verwachtingen van de patiënt.
- Bespreek de voor- en nadelen van aanvullend onderzoek en neem samen met de patiënt een besluit.
Beleid
- Behandel, indien mogelijk, de onderliggende oorzaak van het hoesten.
- Schrijf geen hoestonderdrukkende medicatie voor bij hoesten als gevolg van dysfagie.
- Overweeg hoestonderdrukkers zoals morfine, antihistaminica of pregabaline en evalueer het effect. Bij onvoldoende effect: staak en overweeg in overleg een alternatief.
- Bied bij opgenomen patiënten verneveling van fysiologisch zout aan bij taai sputum.
- Overweeg luchtbevochtiging alleen bij droge hoest of wanneer behandelingen (zoals zuurstof of chemotherapie) droge hoest verergeren.
- Schakel, in overleg met patiënt en naasten, een logopedist in bij hoesten rondom eten en drinken of bij hoesten door dysfagie.
- Overweeg verwijzing naar een hoestlogopedist of longfysiotherapeut voor hoestbeheersing, houdingsadvies en sputumklaring.
- Besteed aandacht aan de ervaren last van hoesten, toon begrip en erken de impact op patiënt en naasten.
- Evalueer regelmatig het effect van de behandeling en de invloed van het hoesten op het welbevinden.