Veelgestelde vragen rondom geestelijke verzorging in de eerste lijn
Publicatie

Veelgestelde vragen rondom geestelijke verzorging in de eerste lijn

  • Organisatie Fibula
Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 4 januari 2022

De veelgestelde vragen rondom geestelijke verzorging in de eerste lijn worden samengebracht op deze pagina.

Bij het beantwoorden van de vragen is geprobeerd om zo zorgvuldig mogelijk en volledig te zijn. Dit laat onverlet dat de regio zelf regionale afspraken kan maken die kunnen afwijken van adviezen die hieornder bij vragen zijn opgenomen.

Heb je vragen, opmerkingen of wil je informatie, kijk onderaan bij 'Meer informatie' voor de juiste contactpersoon.

Geestelijke verzorging

Geestelijke verzorging is professionele begeleiding, hulpverlening en advisering bij zingeving en levensbeschouwing (Beroepsstandaard VGVZ).

Aandacht en hulp bij zingevings- en levensvragen kan ook door anderen dan geestelijk verzorgers worden gegeven. Mensen kunnen worden gesteund door structuren die er zijn in onze samenleving zoals de familie, het sociale netwerk, onderwijs, werk en geloofsgemeenschappen. Wanneer een sociaal netwerk ontbreekt of daar niet toe in staat is, kunnen zorgverleners, sociaal werkers en getrainde vrijwilligers hulp en steun bieden. Als dit niet langer volstaat, bijvoorbeeld wanneer sprake is van ingrijpende veranderingen in het leven kan de geestelijk verzorger worden ingeschakeld. 

Geestelijke verzorging en rouw- en verliesbegeleiding voor gezinnen met een ernstig ziek kind is geregeld via de zeven Netwerken Integrale Kindzorg (NIK)
Vragen kunnen worden aangemeld via de betrokken geestelijk verzorger of rouw- en verliesbegeleider of bij de netwerkcoördinator van het NIK in de regio waar het gezin woont. De netwerkcoördinator kan ook gezinnen helpen die op zoek zijn naar geestelijk verzorger of rouw- en verliesbegeleider.

Kinderen en jongvolwassenen (tot 23 jaar) wiens vader of moeder komt te overlijden of is overleden, kunnen door een rouw- en verliesbegeleider of geestelijk verzorger begeleid worden. In 1-op-1 of gezinsgesprekken worden de kinderen ondersteund in hun rouwproces over het (aanstaande) verlies van hun ouder. Ook het hele gezin kan begeleid worden.
Via een subsidie vanuit het ministerie van VWS is budget beschikbaar voor deze begeleiding.Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) en haar 7 regionale Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) voeren deze regeling uit. Maximaal 5-8 uur begeleiding door een erkend rouw- en verliesbegeleider of geestelijk verzorger kan worden vergoed. De coördinatoren van de NIK kunnen het gezin/ kind in contact brengen met een rouw- en verliesbegeleider of geestelijk verzorger. Heeft het kind/ gezin al een geestelijk verzorger of rouw- en verliesbegeleider? Deze professional kan contact opnemen met de coördinator van het NIK in de regio om gebruik te maken van de subsidie.

Geestelijke verzorging is niet hetzelfde als Geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Geestelijke gezondheidszorg is een toegepaste wetenschap die zich met de psychische gezondheid van mensen bezighoudt en zich richt op:

  • voorkomen van psychische aandoeningen;
  • behandelen en genezen van psychische aandoeningen;
  • laten deelnemen van mensen met een psychische aandoening aan de samenleving;
  • bieden van hulp aan mensen die ernstig verward/verslaafd zijn en die uit zichzelf geen hulp zoeken.

Randvoorwaarden en financieel

In de subsidieregeling is beschreven waar geestelijk verzorgers aan moeten voldoen om voor vergoeding van hun inzet in aanmerking te komen. ‘Bekwaam en bevoegd zijn geestelijk verzorgers die ingeschreven zijn in het register van Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers (SKGV).

Er is landelijk geen bindende afspraak over het aantal consulten welke een geestelijk verzorger maximaal mag verlenen per aanvraag. Als richtlijn kan 3 tot 5 consulten per cliënt worden aangehouden.

 

Er zijn in de subsidieregeling eisen gesteld aan de deelname van geestelijk verzorgers: uitsluitend geestelijk verzorgers die bekwaam en bevoegd zijn en in het Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers (SKGV) zijn opgenomen. Opname in het kwaliteitsregister vereist lidmaatschap van VGVZ en/of NVPA en daardoor deelname aan de door hen ontwikkelde klachtenprocedure.Dat betekent niet dat geestelijk verzorgers die aan deze eis voldoen automatisch kunnen deelnemen en declareren. Er kunnen regionaal aanvullende afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld welke geestelijk verzorgers wel of niet worden ingeschakeld. Zo wordt in een aantal regio’s er voor gekozen een beperkt aantal geestelijk verzorgers in te zetten om het aantal uren per geestelijk verzorger op een kwantitatief en kwalitatief peil te brengen.
Zolang de subsidieregeling van kracht is kan het centrum voor levensvragen zelf bepalen wie de partners zijn die zij in wil schakelen, dus met welke geestelijk verzorgers in de regio werkafspraken worden gemaakt. Voor de toekomst hangt het (wellicht) af van de financieringsvorm, maar daar valt nu nog geen uitspraak over te doen.

De regeling richt zich op drie groepen:

  • burgers van 50 jaar en ouder
  • palliatieve patiënten (inclusief naasten)
  • kinderen in de palliatieve fase en hun naasten (De Netwerken Integrale Kindzorg kunnen naast geestelijk verzorgers ook rouw- en verliesbegeleiders inzetten)

Alle mensen, behorende bij de doelgroep GV thuis, die (24 uur) verblijven in een particulier gehuurde of gekochte woonvorm kunnen gebruik maken van de subsidieregeling GV thuis, ongeacht zorgleverancier. Een uitzondering zijn mensen die tijdelijk verblijven in een zorghotel of Hospice (niet vallend onder ZVW of WLZ met verblijf). Ook zij kunnen gebruik maken van GV thuis.

Enkele voorbeelden GV thuis:

  • Aanleunwoning
  • Alle vormen van wonen vallend onder zorghotel waarbij huur verblijf exclusief is (vallen onder aanleunwoning)
  • Verblijf in Hospice waarbij huur verblijf exclusief is (vallen onder aanleunwoning)
  • Alle zelfstandige woonvormen ongeacht zorgindicatie of (wettelijke status) zorgaanbieder

Enkele voorbeelden zorgplicht organisatie GV beschikbaar te stellen (geen aanspraak op GV thuis):

  • 24 uurs verblijf in (GGZ, revalidatie) ziekenhuis, verpleeghuis.
  • Eerstelijnsverblijf 

Verplichte VOG
Voor de verplichte VOG vanuit de Wkkgz geldt dat de VOG bij aanstelling van nieuwe medewerkers niet eerder afgegeven mag zijn dan 3 maanden voor het tijdstip waarop de betrokkene voor de zorgaanbieder ging werken.

Niet verplichte VOG
Indien de VOG niet verplicht is maar wel gevraagd vanuit de werkgever, geldt er geen wettelijke geldigheidsduur. De VOG is een momentopname. De aanvrager van de VOG, meestal de werkgever, bepaalt hoe recent de VOG moet zijn.

Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van een werknemer in het verleden geen bezwaar voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.

Geen VOG:
Er is geen VOG nodig indien dit niet wettelijk verplicht is, niet is opgenomen in de CAO-afspraken of de werkgever geen VOG van de werknemer verlangt. Voor geestelijk verzorgers in de thuissituatie geldt die verplichting niet maar wordt een VOG wel aanbevolen.

Verplichte VOG:
Met de invoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) die per 1 januari 2016 in werking is getreden, is voor een aantal branches een VOG verplicht: zorgorganisaties die actief zijn in het domein van de Wet Langdurige Zorg zijn verplicht vanaf 1 januari 2016 nieuwe werknemers en andere arbeidskrachten (uitzendkrachten/ZZP-ers) een Verklaring Omtrent het Gedrag te vragen. Deze verplichting geldt niet voor vrijwilligers en mantelzorgers.

Niet verplichte VOG:
In andere situaties kan de werkgever zelf bepalen dat een VOG verplicht is bij de aanstelling voor een functie of het uitvoeren van taken. Hoewel dit dan niet wettelijk verplicht is, dient de werknemer dan wel een VOG te overleggen.

Kunnen bewoners, verblijvend in een WTZI-instelling, maar voor behandeling aangewezen op de eerste lijn, gebruik maken van de Regeling Geestelijke Verzorging in de eerste lijn?

Dit is niet mogelijk. Het feit dat de mensen in een instelling verblijven vallend onder de Wet Toelating Zorginstellingen is hierbij leidend.
Het maakt niet uit of iemand daar met of zonder behandeling verblijft.

Dit is niet mogelijk. Het feit dat de mensen in een instelling verblijven vallend onder de Wet Toelating Zorginstellingen is hierbij leidend.
Het maakt niet uit of iemand daar met of zonder behandeling verblijft. 

Dit kan. De subsidieregeling stelt hierin geen beperking. Ook andere wetgeving die van toepassing is op deze subsidieregeling regelt niet dat gesubsidieerde activiteiten niet ten goede zou mogen komen aan vluchtelingen of niet-statushouders.

Een volledig en actueel overzicht van de adviestarieven is te vinden op de website van VGVZ.

Stagevergoeding valt niet onder subsidiabele diensten. De regeling voorziet ook niet in de vergoeding van een supervisor. 

Ja, in principe dient over de verrichtingen van de geestelijk verzorger BTW te worden gerekend (21%), tenzij de geestelijk verzorger (bijv. als startend ondernemer of bij een organisatie werkt die) hierop uitgezonderd is door de Belastingdienst.
Voor het verzorgen van scholing geldt alleen een BTW-vrijstelling voor de geestelijk verzorger met een eigen praktijk, indien deze geestelijk verzorger is geregistreerd bij het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (CRKBO).

Er is geen algemene vrijstelling van BTW voor GV Thuis mogelijk. Het advies is per regio eventuele vragen over de BTW zelf bij de belastingdienst te stellen.

Nee, de inzet van andere professionals voor consulten kan niet worden vergoed vanuit de subsidieregeling. Deze regeling voorziet alleen in een subsidie aan geestelijk verzorgers welke voldoen aan de in de subsidieregeling genoemde criteria.

Vanaf 1 januari 2019 maakt een subsidieregeling de inzet van geestelijk verzorgers in de thuissituatie mogelijk. Die regeling vloeide voort uit de paragraaf Goede zorg voor ouderen in het Regeerakkoord 2017-2021 Vertrouwen in de toekomst. De minister heeft besloten de subsidie te verlengen tot 2027.

Mensen met een ernstige, psychische aandoening van 50 jaar en ouder of in de palliatieve fase kunnen begeleiding ontvangen bij zingevingsvragen vanuit de basis-GGZ. Indien er sprake is van een thuissituatie kunnen zij net als andere doelgroepen aanspraak maken op de subsidieregeling onder dezelfde voorwaarden. Aanvullende mogelijkheden en afspraken worden regionaal afgestemd.

Als een geestelijk verzorger cliënten begeleidt uit verschillende regio’s dient de geestelijk verzorger met meerdere regio’s afspraken te maken. Het is mogelijk dat de afspraken en tarieven per regio verschillend kunnen zijn.

De subsidie is bedoeld voor de doelgroep, waarbij geestelijk verzorgers worden vergoed voor de volgende inzet:

  • Consulten van geestelijk verzorgers aan huis voor burgers 50+, kinderen en volwassenen in de palliatieve fase en hun naasten
  • Het bijwonen van multidisciplinair overleg t.b.v. mensen in de thuissituatie (bv. Patz, sociale wijkteams).
  • Uren als docent in het kader van bijscholing van zorgverleners, welzijnswerkers of vrijwilligers.

De meeste mensen zullen in hun eigen huis bezocht worden door een geestelijk verzorger. Het kan echter voorkomen dat de cliënt op een andere plaats verblijft dan zijn of haar woonplaats, bijvoorbeeld bij opname in een hospice. Voor wat betreft de afhandeling van de financiering in deze geldt dat de verblijfplaats van de patiënt (en dus niet de woonplaats) bepalend is. De regio waar de patiënt op dat moment verblijft verleent de geestelijke verzorging in overleg met de cliënt.
Dit geldt ook voor de naasten van de cliënt. De regio waar de cliënt zich op dat moment bevindt biedt desgewenst (tot maximaal een jaar na overlijden) ook de begeleiding aan naasten door de geestelijk verzorger die betrokken was bij de ondersteuning van de overleden cliënt (ook al komt deze naaste niet uit de betreffende regio).
De regeling verstaat onder naasten: ouders, kinderen, broers en zussen.
Voor een groepsconsult geldt ook dat de plaats van de bijeenkomst bepaalt welke regio de kosten voor haar rekening neemt.

Ook groepsconsulten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Er wordt van een groepsconsult gesproken als er sprake is van het begeleiden van personen uit verschillende systemen (dus de personen hebben geen relatie tot elkaar) en met vergelijkbare vraagstukken.
Bij de begeleiding van een patiënt of van een patiënt met partner en/of kinderen is geen sprake van een groepsconsult maar van een solo-consult. Het solo-consult speelt zich af binnen één systeem, ongeacht het aantal deelnemers.

Nee, dit hoeft niet. In de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is vastgelegd wat goede zorg inhoudt en wat er moet gebeuren als mensen een klacht hebben over de zorg. Deze wet geldt voor alle zorgaanbieders. Zowel voor zorginstellingen als zelfstandige beroepsbeoefenaren, zoals zzp'ers.
Voor een centrum is het niet nodig apart een klachtenprocedure vorm te geven. Geestelijk verzorgers kunnen onder verschillende klachtenprocedures vallen, namelijk:

  1. De geestelijk verzorger valt, als SKGV geregistreerde, terug op de beroepsstandaard van de vereniging waar deze lid van is. Een klacht over een VGVZ-lid is ontvankelijk bij de klachtencommissie van de VGVZ, een klacht over een NVPA-lid bij de klachtencommissie van de NVPA. Is een geestelijk verzorger van beide organisaties lid dan kan de melder zelf kiezen bij welke organisatie deze de klacht neerlegt. 
  2. Een klacht over een geestelijk verzorger in loondienst kan ook lopen via de klachtenregeling van de werkgever.
  3. Als de klacht de zending of de bevoegdheid betreft dan kan de zendende instantie ook een rol spelen in een klachtenprocedure.

Voor meer informatie verwijzen we naar de VGVZ beroepsstandaard en -code.

Informatie

Multidisciplinair Overleg is overleg van zorg- en hulpverleners uit verschillende (3 of meer) beroepsgroepen (bijvoorbeeld een (huis)arts, een verpleegkundige, een geestelijk verzorger), waarbij minimaal 1 patiënt besproken wordt. 

Voor geestelijk verzorgers is op de site van het Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers (SKGV) een overzicht van alle beschikbare cursussen te vinden.
De Universiteit voor Humanistiek heeft, in opdracht van ZonMw, een brede inventarisatie uitgevoerd naar zingeving en geestelijke verzorging Thuis/ eerstelijn, inclusief het sociale domein, in de periode van december 2019 tot en met februari 2020. Deze inventarisatie is bedoeld voor alle professionals en organisaties in de eerstelijn inclusief het sociale domein, geestelijk verzorgers, vrijwilligers, projectleiders Geestelijke Verzorging van de landelijke netwerken Palliatieve Zorg, leden van de stuurgroep Geestelijke Verzorging Thuis en onderzoekers.

Vanaf 1 januari 2019 maakt een nieuwe subsidieregeling de inzet van geestelijk verzorgers in de thuissituatie mogelijk. De regeling vloeit voort uit de paragraaf Goede zorg voor ouderen in het Regeerakkoord 2017-2021 Vertrouwen in de toekomst. Deze subsidieregeling is het concrete resultaat van de brief van minister Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer over geestelijke verzorging d.d. 8 oktober 2018. In de brief presenteert de minister een plan van aanpak gericht op de ontwikkeling van randvoorwaarden, kwaliteit en scholing van professionals en vrijwilligers om de implementatie van deze nieuwe regeling te ondersteunen. De minister heeft besloten de subsidie te verlengen tot 2027.

Veel geestelijk verzorgers zijn beschikbaar voor het verzorgen van bij- en nascholingen op het gebied van levensvragen en spirituele zorg. Ook zijn geestelijk verzorgers beschikbaar voor deelname in een PaTz-groep (zie hier voor meer informatie over PaTz) of voor advies in situaties waar ethische en levensbeschouwelijke vragen een rol spelen. Informeer bij de Centra voor Levensvragen naar de mogelijkheden binnen de eigen regio.

Op de website geestelijke verzorging.nl staat in heldere taal uitgelegd wat zingevings- en levensvragen zijn en wat een geestelijk verzorger doet. De site heeft een gedeelte voor burgers, voor professionals en voor bestuurders. De website biedt algemene informatie over geestelijk verzorging en gaat niet specifiek over geestelijke verzorging in de eerste lijn.

Het ABC-model (Aandacht, Begeleiding, Crisisinterventie) staat beschreven in de Richtlijn Zingeving en spiritualiteit in de palliatieve fase onder het submenu: diagnostiek, rapportage en verwijzing --> rol zorgverleners en overwegingen.

Met betrekking tot AVG wordt verwezen naar de pagina van het werkveldraad geestelijke verzorging thuis van de VGVZ. Onderaan de pagina bij 'handige documenten en links' meer info over de AVG. 

De website geestelijke verzorging.nl  is de landelijke website op gebied van geestelijke verzorging in de eerste lijn. Op de website vind je algemene informatie maar ook PR materiaal voor eigen gebruik. Op de website van Agora staat een kennisbank met feiten & cijfers, instrumenten en praktijkvoorbeelden voor professionals en vrijwilligers in de zorg, zingeving en het sociaal domein.
 

Relevante websites

 

 

Meer informatie

 

  • Algemene vragen en informatie: Guido Schürmann, beleidsadviseur Agora & projectleider GV thuis
  • Over de netwerken palliatieve zorg: Jeroen Joosten, projectleider geestelijke verzorging bij Fibula 
  • Over geestelijk verzorgers: Robert Koorneef, directeur bij de VGVZ
  • Over de Netwerken Integrale Kindzorg (NIK): Lennart de Vries, programmamanager bij het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg  

De vragen en antwoorden vallen onder de verantwoordelijkheid van de Deelprojectgroep praktijkcriteria en voorwaarden. Heb je vragen? Neem dan contact op met de deelprojectleider, Robert Koorneef. Binnen 14 dagen wordt op deze webpagina antwoord gegeven op elke nieuwe vraag, indien het een veelgestelde vraag betreft. 

Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 4 januari 2022
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens. Maar ook suggesties of klachten over de vindbaarheid van informatie zijn zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.