Beleid
Hoesten in de palliatieve fase komt vaak voor en bij een verscheidenheid aan patiëntpopulaties. Het is niet mogelijk om voor specifieke patiëntgroepen aanbevelingen te maken. De tekst is generalistisch opgesteld. Uitgangspunt bij behandelen van hoesten dat in eerste instantie de oorzaak of de achterliggende ziekte wordt behandeld. Deze module beschrijft daarnaast opties voor symptoomverlichting.
Uitgangsvraag
Wat is de aanbevolen strategie om hoesten bij mensen in de palliatieve fase te behandelen?
Aanbevelingen
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
De aanbevelingen zijn gebaseerd op algemene literatuur en expertise van de werkgroep. De adviezen zijn qua belastbaarheid voor de patiënt goed te doen: gemakkelijk te verkrijgen, geen dure medicatie, geen ernstige bijwerkingen, korte evaluatieperiode. Mogelijk betekent het voor sommige opties een verwijzing naar een specialist voor diagnostiek en bepaalde behandelingen. Deze stappen dienen dan goed vooraf besproken te worden met patiënten en diens naasten.
- Indien hoesten veroorzaakt wordt door een te behandelen oorzaak (zie tabel 1. Oorzakelijke behandeling bij volwassenen met hoest in de palliatieve fase in Overwegingen), behandel dan de oorzaak.
- Schrijf geen hoestonderdrukkers voor bij hoesten door dysfagie.
- Overweeg hoestonderdrukkers zoals morfine, antihistaminica en pregabaline (zie tabel 2. Opsomming van medicatie in Overwegingen) aan te bieden en evalueer het effect ervan. Indien geen effect, staak dan de toediening van het ene middel en start in overleg met de patiënt een volgend middel.
- Bied verneveling van fysiologisch zout aan bij opgenomen patiënten om te helpen bij het ophoesten van taai secreet. Overweeg luchtbevochtigers enkel in te zetten bij volgende situaties: droge hoest of bij behandelingen (zoals zuurstoftoediening of chemotherapie) die droge hoest kunnen verergeren.
- Schakel, in overleg met de patiënt en naasten, een logopedist in bij problemen tijdens en rondom het eet- of drinkmoment of bij hoesten ten gevolge van dysfagie. Zie de richtlijn Slikproblemen.
- Overweeg, in overleg met patiënt en naasten, een verwijzing naar een hoestlogopedist voor hoestbeheersingstechnieken of naar een longfysiotherapeut voor houdingsadvies, hoestbeheersingstechniek en sputumklaringsadviezen.
- Besteed aandacht, toon begrip en erken de ervaren last van hoesten in de palliatieve fase.
- Evalueer op regelmatige basis het effect van de behandelingen en de impact van het hoesten op welbevinden bij patiënt en naasten.
Een oriënterende literatuursearch is op 25 november 2024 uitgevoerd. Er werden geen geschikte artikelen gevonden. Deze module vervangt de bestaande richtlijn Hoesten in de palliatieve fase [IKNL, 2010], en is gebaseerd op aanvullende literatuur en op basis van expert opinie van de richtlijnwerkgroep.
Literatuursamenvatting
Niet van toepassing.
Overwegingen – van bewijs naar aanbeveling
Uitgangspunt bij behandelen van hoesten in de palliatieve fase is het opsporen en behandelen van de oorzaak van het hoesten. De behandelmogelijkheden zullen af hangen van de eerdere behandelingen en te verwachten effecten en bijwerkingen, het stadium van de onderliggende ziekte. Men zal rekening moeten houden met de 4 domeinen waarin de patiënt verkeert en met de verwachtingen en wensen hij heeft t.a.v. de behandeling.
Eskandapour E, Ahadi A, Jazani AM, Azgomi RND, Molafeti R. Thymus vulgaris ameliorated cough in children with asthma exacerbation: a randomized, triple-blind, placebo-controlled clinical study. Allergol Immunopathol 2024; 52: 9-15.
Jiang SP, Liang RY, Zeng ZY, et al. Effects of antireflux treatment on bronchial hyper-responsiveness and lung function in asthmatic patients with gastroesophageal reflux disease. World J Gastroenterol 2003; 9: 1123–1125.
Johnson AG. Controlled trial of metoclopramide in the treatment of dyspepsia. Br Med J 1971; 2: 25–26.
Khan S, Brister D, Abraham T, Laventure S, Sahakian S, Juliá B, Satia I. Patient satisfaction with the management of refractory and unexplained chronic cough in Canada: results from a national survey. PLoS One 2024; 19: e0308275.
Paice JA, Dahlin C, Wholihan D, et al. Palliative care for people with COVID-19-related symptoms. J Hosp Palliat Nurs 2020; 22: 421-427.
Pecoraro L, Peterle E, Benetta ED, Piazza M, Chatziparasidis G, Kantar A. Well-established and traditional use of vegetal extracts as an approach to the “deep roots” of cough. Children (Basel) 2024; 11: 584.
Poe RH, Kallay MC. Chronic cough and gastroesophageal reflux disease: experience with specific therapy for diagnosis and treatment. Chest 2003; 123: 679–684.
Sabrouty RE, Elouadi A, Karimoune MAS. Remote palliative care: A systematic review of effectiveness, accessibility, and patient satisfaction. Int J Adv Comput Sci Appl 2024; 15: 502-513.
Sánchez-Cárdenas MA, Iriarte-Aristizábal MF, León-Delgado MX, et al. Rural palliative care telemedicine for advanced cancer patients: A systematic review. Am J Hosp Palliat Care 2023; 40: 936-944.
Seifert G, Upstone L, Watling C, Vogelberg C. Ivy leaf dry extract EA 575 for the treatment of acute and chronic cough in pediatric patients: review and expert survey. Curr Med Res Opin 2023; 39: 1407-1417.
Xu XH, Yang ZM, Chen Q, et al. Therapeutic efficacy of baclofen in refractory gastroesophageal reflux-induced chronic cough. World J Gastroenterol 2013; 19:4386–4.