Maligne epidurale myelumcompressie
Publicatie

Maligne epidurale myelumcompressie

  • Datum publicatie 30 november 2017
  • Organisatie e-pal
  • Soort publicatie artikel
  • Gebruiker Basisarts, Huisarts, Kaderarts, Medisch specialist, Specialist ouderengeneeskunde
  • Doelgroep Kwetsbare ouderen, Ouderen, Volwassenen
  • Setting Hospice, Verpleeghuis, Ziekenhuis
Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 30 november 2017

Samenvatting

Myelumcompressie is een van de meest voorkomende neurologische complicaties bij kankerpatiënten (vijf procent) en gaat vaak gepaard met ernstige neurologische uitvalsverschijnselen. De oorzaak is meestal extraduraal of epiduraal (75 procent) en minder frequent intraduraal (twintig procent), intramedulaire lokalisaties zijn zeldzaam (vijf procent). Een epidurale myelumcompressie wordt in 86 procent van de gevallen veroorzaakt door een weke delen uitbreiding van een metastase in een wervel en in veertien procent door botdestructie.

Het niveau van de myelumcompressie is bepalend voor de symptomen. Pijn alleen komt voor bij zestig procent van de patiënten met epidurale myelumcompressie, veertig procent presenteert zich met pijn en neurologische uitvalsverschijnselen, 75 procent is mobiel bij diagnose. Neurologische uitvalsverschijnselen worden vaak voorafgegaan door radiculaire pijn (84 procent). Krachtsverlies is het tweede meest voorkomende symptoom na pijn, en wordt vaak gevolgd door sensibiliteitsstoornissen. Andere mogelijke symptomen zijn impotentie, urinaire of faecale incontinentie of retentie. Ook asymptomatische myelumcompressie komt voor, bij 32 procent in een recente cohort studie van patiënten met prostaatcarcinoom.

MRI is de meest betrouwbare techniek om myelumcompressie te diagnostiseren. Het geeft informatie over het niveau en de uitbreiding van de compressie. Myelumcompressie kan bij een niet te verwaarlozen aantal patiënten op meerdere niveaus tegelijk voorkomen. De thoracale wervelkolom is de meest frequente lokalisatie. Bij verdenking op myelumcompressie is een MRI van de totale wervelkolom aangewezen om lokalisaties van asymptomatische compressie op te sporen.

De behandeling zal afhangen van de conditie van de patiënt, het type tumor en de eerdere behandelingen. De drie meest toegepaste behandelingen zijn toediening van corticosteroïden, radiotherapie en chirurgie. In sommige gevallen is er ook een plaats voor chemotherapie. De rol van chirurgie is slecht gedefinieerd. De indicaties waarbij chirurgie wordt voorgesteld zijn:

  • myelumcompressie bij patiënten zonder maligniteit in de voorgeschiedenis
  • instabiliteit van de wervelkolom of compressie door bot
  • myelumcompressie in eerder bestraald gebied
  • progressie van de neurologische klachten tijdens radiotherapie

Radiotherapie kan gegeven worden in een of meerdere fracties, meestal in combinatie met dexamethason. De optimale dosis ervan is echter niet bekend. Het vroegtijdig opsporen van myelumcompressie geeft patiënten de beste kans op een goede functionaliteit. Patiënten die mobiel zijn voor het starten van de radiotherapie hebben de beste functionele prognose. Patiënten waarbij de neurolgische uitvalsverschijnselen traag toenemen (langer dan veertien dagen) doen het beter na behandeling dan patiënten met snel progressieve uitvalsverschijnselen (binnen 48 uur).

De meeste symptomatische patiënten met epidurale myelumcompressie worden bestraald en krijgen corticosteroïden. Een goed antalgisch effect wordt bereikt in 75 procent van de patiënten.
Mobiele patiënten met stabiele wervelkolom worden meestal niet chirurgisch behandeld, met in 70-100 procent van de gevallen behoud van mobiliteit na radiotherapie en corticosteroïden. Gezien de postoperatieve mortaliteit varieert van nul tot 54 procent, wordt de voorkeur gegeven aan radiotherapie.

Bij niet mobiele patiënten met stabiele wervelkolom is de kans op mobiliteit na radiotherapie en corticosteroïden 6-60 procent. Chirurgie kan overwogen worden als de radiotherapie faalt.

Paraplege patiënten met stabiele wervelkolom hebben de slechtste prognose, met slechts een geringe kans op mobiliteit (0-16 procent.In geval van instabiliteit van de wervelkolom of collapse van een wervellichaam moet resectie van het wervellichaam overwogen worden. Met radiotherapie kunnen pijn en neurologische dysfunctie gecontrolleerd, maar het doet niets aan de instabiliteit van de wervelkolom.

Over de publicatie

Shaw, P., Marks,. A., (2003). Malignant epidural spinal cord compression. European Journal of Palliative Care, 2003;10(4):141-144.

Deze bijdrage is onderdeel van e-pal - editie november 2017. Alle e-pal-artikelen staan hier.

Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 30 november 2017
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens. Maar ook suggesties of klachten over de vindbaarheid van informatie zijn zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.