Het verloop bij hartfalen
Publicatie

Het verloop bij hartfalen

  • Datum publicatie 27 juli 2017
  • Auteur Frank van den Berg
  • Organisatie e-pal
  • Soort publicatie artikel
  • Gebruiker Basisarts, Geestelijk verzorger, Huisarts, Kaderarts, Medisch specialist, Psycholoog, Specialist ouderengeneeskunde, Verpleegkundig specialist, Verpleegkundige
  • Doelgroep Kwetsbare ouderen, Ouderen, Volwassenen
  • Setting Hospice, Verpleeghuis, Ziekenhuis
Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 27 juli 2017

Het verloop van de ziekte is bij patiënten met hartfalen vaak moeilijk te voorspellen. Zijn er subgroepen te onderscheiden en komen potentieel te beïnvloeden factoren evenveel voor binnen deze groepen?

Inleiding

Het verloop van de ziekte is bij patiënten met hartfalen vaak moeilijk te voorspellen. Bekend is dat zij tevens in een mate, vergelijkbaar met die van kankerpatiënten, lijden aan depressie, fysieke klachten en spirituele vragen hebben. Het doel van deze studie was: vaststellen of er subgroepen te onderscheiden waren onder poliklinische patiënten met hartfalen en of potentieel te beïnvloeden factoren (depressie, symptoomlast en spiritueel welbevinden) bij deze groepen evenveel voorkwamen.

Methode

Een grote groep patiënten werd geïncludeerd met een matig tot slechte score op een gevalideerde vragenlijst gericht op het meten van de ernst van hartfalen, de Kansas City Cardiomyopathy Questionnaire (KCCQ). Met statistische methoden werd gekeken of er subgroepen te onderscheiden waren en of deze verschilden op genoemde factoren. Depressie werd gemeten met een vragenlijst (PHQ-9). Een serie klachten die veel voorkomen bij hartfalen (pijn op de borst, andere pijn, droge mond, gevoelsstoornissen ledematen, obstipatie, misselijkheid, hoesten, en duizeligheid werd gemeten op een schaal van 1-5, waarna geteld werd hoeveel symptomen 3 of meer scoorden. Het spiritueel welbevinden mat men met de vraag of de patiënt zich vredig voelde. Het verloop werd gedurende een jaar gevolgd, bij 0, 3, 6 en 12 maanden.

Resultaten

Het merendeel van de patiënten was blank en man. Er bleken drie groepen onderscheiden te kunnen worden: 31 procent had een slechte score op de KCCQ, 64 procent een matige. Deze verbeterden in de eerste drie maanden en bleven qua KCCQ verder vrijwel constant. Een kleine groep van vijf procent begon met een slechte score en verbeterde in de loop van het jaar aanzienlijk tot een niveau hoger dan de matig scorende groep. De eerste twee groepen bevatten voldoende patiënten om te kunnen vergelijken. Bij de slechtere groep kwam significant meer depressie, zwaardere symptoomlast en minder spiritueel welbevinden voor. Depressie en spiritueel welbevinden worden bij de KCCQ niet meegemeten. De onderzoekers vragen zich af of deze factoren niet alleen onderscheidend zijn maar ook of behandeling de prognose van de patiënt zou kunnen verbeteren. Uit de literatuur is bekend dat van sertraline en citalopram de patiënt met hartfalen niet opknapt. Wel is uit een studie gebleken dat cognitieve gedragstherapie niet alleen de depressie vermindert maar ook de KCCQ verbetert. Nadere studie is nodig naar de kleine groep die goed verbetert.

Commentaar

Het blijft de vraag of deze resultaten ook bij andere groepen zoals vrouwen gevonden worden.

Over de publicatie

Flint, K.M., et al (2017). Health Status Trajectories Among Outpatients With Heart Failure. J Pain Symptom Manage 2017;53:224-231.
 

Deze bijdrage is onderdeel van e-pal - editie juli 2017. Alle e-pal-artikelen staan hier.

Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 27 juli 2017
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens. Maar ook suggesties of klachten over de vindbaarheid van informatie zijn zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.