Cognitieve training verbetert dagelijks functioneren ouderen
Publicatie

Cognitieve training verbetert dagelijks functioneren ouderen

  • Datum publicatie 20 september 2019
  • Uitgever E-Pal
  • Type artikel
Contactpersoon Frank van den Berg E-Pal
Laatst geactualiseerd: 20 september 2019

Patiënten en methode

Er is groeiende belangstelling voor niet-farmacologische methoden om cognitie en functioneren van ouderen zonder ernstige neurocognitieve aandoening te verbeteren. Het effect ervan op het dagelijkse functioneren is echter onduidelijk. Canadese wetenschappers onderzochten of cognitieve training, onafhankelijk van andere interventies, instrumentele activiteiten in het dagelijkse leven (IADL) van mensen zonder of met een milde neurocognitieve aandoening kan verbeteren. Ze raadpleegden diverse databanken, waaronder Medline, Embase en Psycinfo. Dertien gevonden studies met in totaal 7130 deelnemers voldeden aan de inclusiecriteria.

Deelnemers waren steeds thuis wonende ouderen met een gemiddelde leeftijd boven 65 jaar, die voor zover bekend geen dan wel een milde cognitieve beperking hadden. Studies die neveninterventies zoals fysieke activiteit omvatten of (mede) betrekking hadden op mensen met dementie werden niet in het onderzoek opgenomen.

Resultaten en discussie

Van de dertien geïncludeerde studies meldden er zes een significante verandering op gevalideerde IADL-assessment. Vijf studies hadden betrekking op ouderen met normale cognitie en één op ouderen met een milde cognitieve beperking. Elf van twaalf studies lieten verbetering zien bij meting van cognitie. Geen enkele studie beschreef veranderingen in het vermogen onafhankelijk te leven.

De onderzoekers beschrijven de gevonden studies als nogal heterogeen. Ze volgden allemaal een ander protocol en gebruikten ook verschillende assessment tools. Welk type protocol of assessment het meest doeltreffend is, valt daarom niet uit te maken. Dat het leeuwendeel van de studies zich richtte op mensen met normale cognitie suggereert dat cognitieve training van groter nut kan zijn voor deze groep, aldus de auteurs.

Ook over de duurzaamheid van de door cognitieve training verbeterde IADL valt weinig te zeggen, omdat de meeste een follow-up periode van maar acht weken tot maximaal een jaar hadden. Tot dusver heeft maar één studie de follow-up data van tien jaar gepubliceerd. In hun analyse meldden de betreffende onderzoekers inderdaad een blijvend positief effect. Het lijkt er dus op dat simpelweg langere follow-up periodes nodig zijn om een significante verandering in dagelijks functioneren aan te tonen.

Dat binnen de inclusiecriteria maar één studie werd gevonden die verbetering van IADL bij mensen met een milde cognitieve beperking rapporteerde, lijkt erop te wijzen dat cognitieve training voor hen mogelijk minder effectief is. De onderzoekers veronderstellen dat zij al enige moeite hebben met leren, verwerken en plannen. Dat zou invloed kunnen hebben op het vermogen om door cognitieve training vaardigheden op te doen. De onderzoekers beklemtonen hierbij dat het met betrekking tot deze groep aan data ontbreekt.

Samengevat bevestigen hun bevindingen dat cognitieve training een rol kan spelen bij het verbeteren van maten van cognitie. Conclusies met betrekking tot het vermogen van ouderen om onafhankelijk te leven kunnen ze evenwel niet trekken, schrijven de onderzoekers. Weer wreekt zich hier het gemis van data over lange termijn: veranderingen in onafhankelijkheid zullen immers eerder na jaren dan na maanden merkbaar worden.

Contactpersoon Frank van den Berg E-Pal
Laatst geactualiseerd: 20 september 2019
Heb je relevante informatie voor op Palliaweb?
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens.