Werkhervatting en -behoud bij patiënten met gevorderde kanker
Publicatie

Werkhervatting en -behoud bij patiënten met gevorderde kanker

  • Datum publicatie 4 november 2022
  • Auteur Linda Brom
  • Soort publicatie artikel
  • Gebruiker Huisarts, Kaderarts, Maatschappelijk werker, Medisch specialist, Praktijkondersteuner, Psycholoog, Verpleegkundig specialist, Verpleegkundige
  • Doelgroep Volwassenen
  • Setting Ziekenhuis
Contactpersoon
Linda Brom IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland)
Laatst geactualiseerd: 4 november 2022

Introductie

Hoewel patiënten met gevorderde (ongeneeslijke, vaak gemetastaseerde) kanker door medische verbeteringen vaker langer doorleven, met behoud van kwaliteit van leven, is er weinig aandacht voor hun werk-gerelateerde behoeften. Ook beroepsbeoefenaren, zoals oncologen, verpleegkundig specialisten, bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en werkgevers krijgen in toenemende mate te maken met patiënten met gevorderde kanker die het werk willen hervatten.

Op dit moment is weinig bekend over hoe beroepsbeoefenaren de arbeidsparticipatiebegeleiding van patiënten met gevorderde kanker ervaren, en wat zij nodig hebben om hun werk beter uit te kunnen voeren.

Methodiek

Er vonden zeventien individuele, semigestructureerde interviews plaats met verschillende beroepsbeoefenaren in de algemene en bedrijfsgezondheidszorg (bijvoorbeeld bedrijfsartsen, re-integratieconsulenten, huisartsen). Beroepsbeoefenaren kwamen in aanmerking voor deelname wanneer zij betrokken waren bij (een aspect van) arbeidsparticipatiebegeleiding van patiënten met gevorderde kanker, en werden gerekruteerd via het netwerk van het onderzoeksteam. Interviews werden gecodeerd uitgeschreven en thematisch geanalyseerd in ATLAS.ti9.

Resultaten

Er werden vier thema’s uit de interviews gedestilleerd:

  1. Onjuiste aannames en aarzelingen: volgens geïnterviewden blijven patiënten met gevorderde kanker vaak waarde hechten aan hun vermogen om te werken. Dit staat haaks op de, door de geïnterviewden opgemerkte, maatschappelijke aannames dat: a) patiënten met gevorderde kanker niet kunnen werken, en b) dat zij niet willen werken. Deze discrepanties tussen de beleving van de patiënt en de aannames vanuit de maatschappij, waaronder ook naasten en beroepsbeoefenaren, kunnen grote impact hebben op de patiënt. Beroepsbeoefenaren, waaronder werkgevers, kunnen bijvoorbeeld goed bedoeld het gesprek over werk vermijden, geleid door bovenstaande aannames. Hierdoor kan het werkgever-werknemer negatief beïnvloed worden, onzekerheid optreden en slecht passende adviezen gegeven worden.
  2. Patiënten worden genoodzaakt om het contact over werk te initiëren: geïnterviewden gaven aan dat gesprekken over werk vaak vermeden worden, a) om geen druk uit te oefenen op de patiënt, en b) omdat er weinig bekend is over arbeidsparticipatiebegeleiding in het kader van ongeneeslijke ziekte. Er wordt aangenomen dat als werk belangrijk is, de patiënt daar zelf over zal beginnen.
  3. De juiste rolverdeling: wie doet wat in de arbeidsparticipatiebegeleiding? Volgens geïnterviewden moet werk eerst besproken worden in de ziekenhuis- of huisartsensetting. Oncologen, verpleegkundig specialisten en huisartsen werden gezien als aanspreekpunt voor informatie over werk-gerelateerde zorgen en relevante doorverwijzingen. Ook het belang van goed contact met de werkgever en bedrijfsarts werd door geïnterviewden onderstreept. Volgens geïnterviewden ontbreekt het de genoemde beroepsbeoefenaren echter aan genuanceerde kennis over werkhervatting/-behoud bij ongeneeslijke kanker. Dit, in combinatie met ontbrekende samenwerkingsverbanden tussen de algemene gezondheidszorg en de bedrijfsgezondheidszorg, werd genoemd als belangrijkste belemmering voor het bieden van passende werk-gerelateerde zorg.
  4. Kennis over en ervaring met de wet- en regelgeving schept kansen: geïnterviewden gaven aan over weinig relevante kennis te beschikken om patiënten te adviseren over wettelijke aspecten van arbeidsre-integratie bij gevorderde kanker. Hoewel genuanceerde richtlijnen gewenst zijn, biedt de huidige wet- en regelgeving ook kansen, bijvoorbeeld in de vorm van no-risk polissen.

Conclusie/aanbevelingen

Wijdverbreide maatschappelijke aannames over het (on)belang van werk en het (on)vermogen om te werken in het geval van gevorderde kanker kunnen beroepsbeoefenaren belemmeren in het bieden van tijdige arbeidsparticipatiebegeleiding. Gebrek aan afstemming over rollen binnen arbeidsparticipatiebegeleiding staan multidisciplinaire samenwerking in de weg, wat nadelige gevolgen heeft voor de patiënt. Samenvattend leidt dit tot een afwachtende houding jegens de patiënt, waardoor deze genoodzaakt wordt zelf op zoek te gaan naar de juiste werk-gerelateerde ondersteuning. Mogelijkheden voor maatwerk binnen de huidige wet- en regelgeving bestaan, maar moeten toegankelijker worden gemaakt voor beroepsbeoefenaren die niet dagelijks met deze doelgroep te maken hebben.  

Relevantie voor praktijk

  • Patiënten met gevorderde kanker kunnen, en willen in sommige gevallen blijven werken.
  • Patiënten met gevorderde kanker kunnen gebaat zijn bij het tijdig en open afstemmen van hun wensen aangaande werkhervatting/werkbehoud.
  • Beroepsbeoefenaren doen er goed aan zich te verdiepen in werk-gerelateerde begeleiding- en verwijzingsstructuren binnen en buiten het ziekenhuis, zodat zij tijdig kunnen verwijzen naar relevante begeleidingsvormen.

Naar de publicatie

 Zegers, A.D., et al (2022) Work resumption and retention in patients with advanced cancer: Experiences and perspectives of general and occupational health care professionals 

Contactpersoon
Linda Brom IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland)
Laatst geactualiseerd: 4 november 2022
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens. Maar ook suggesties of klachten over de vindbaarheid van informatie zijn zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.