Vaststellen van ‘best practice’ streefnormen
Publicatie

Vaststellen van ‘best practice’ streefnormen

  • Datum publicatie 3 juni 2022
  • Auteur Mariska Oosterveld
  • Soort publicatie artikel
  • Gebruiker Beleidsmaker
  • Setting Ziekenhuis
Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 3 juni 2022

Introductie

Voorbeelden van indicatoren voor een goede kwaliteit van zorg aan het levenseinde zijn een hoog percentage mensen dat thuis sterft, en een laag percentage mensen dat aan het einde van het leven opgenomen wordt in het ziekenhuis en daar overlijdt. Er bestaan echter geen eenduidige streefnormen bij deze kwaliteitsindicatoren, waardoor het moeilijk is om te bepalen of een score nu duidt op goede of minder goede zorg. Het doel van deze studie was:

  1. inzicht krijgen in plaats van overlijden en gebruik van ziekenhuiszorg in de laatste levensfase,
  2. het vaststellen van relatieve ‘best practice’ streefnormen aan de hand van een vergelijking van scores op kwaliteitsindicatoren tussen 31 zorgkantoorregio’s.

Methodiek

We voerden een retrospectieve observationele studie uit, waarbij routinematig verzamelde gegevens uit vier landelijk dekkende databronnen werden gekoppeld voor analyse. Deze gegevens betroffen 109.707 personen die in 2017 in Nederland overleden aan een aandoening waarvan bekend is dat deze vaak gepaard gaat met een behoefte aan palliatieve zorg.

We berekenden de scores op acht kwaliteitsindicatoren voor plaats van overlijden en gebruik van ziekenhuiszorg, zowel voor geheel Nederland als per zorgkantoorregio. Relatieve ‘best practice’ streefnormen werden vervolgens vastgesteld door de scores op kwaliteitsindicatoren tussen zorgkantoorregio’s te vergelijken. 

Resultaten

Van de totale studiepopulatie (N=109.707) overleed 36,4% thuis en 20,4% in het ziekenhuis. Deze percentages varieerden tussen zorgkantoorregio’s van 30,5% tot 42,6% voor de overlijdens thuis en van 16,6% tot 25,5% voor de overlijdens in het ziekenhuis.

In de laatste maand voor overlijden:

  • werd 32,0% van de studiepopulatie opgenomen in het ziekenhuis (met een variatie tussen zorgkantoorregio’s van 29,4% tot 36,4%)
  • werd 5,3% opgenomen op een Intensive Care afdeling (variatie 3,2% tot 6,9%)
  • bezocht 23,9% de Spoedeisende Hulp (variatie 21,0% tot 27,4%)
  • werd minder dan 1% in het ziekenhuis gereanimeerd (variatie 0.2% tot 2,4%) of kreeg daar kunstmatig voedsel of vocht toegediend (variatie 0,1% tot 2,5%)    

Conclusie/aanbevelingen

De variatie tussen regio’s laat zien dat er ruimte is voor praktijkverbeteringen. De ‘best practice’ streefnormen die in deze studie vastgesteld zijn, dienen als ambitieuze en haalbare doelen voor die regio’s die deze streefnormen nog niet behalen. Beleidsmakers, zorgverleners en onderzoekers kunnen deze streefnormen gebruiken bij de analyse van oorzaken van variatie tussen regio’s en het ontwikkelen en implementeren van interventies om de praktijk te verbeteren. 

Relevantie voor praktijk

  • De gevonden substantiële variatie tussen zorgkantoorregio’s maakt duidelijk dat er ruimte is voor praktijkverbeteringen, met name met betrekking tot de kwaliteitsindicatoren voor plaats van overlijden. 
  • De vastgestelde streefnormen dienen als haalbare doelen en kunnen als uitgangspunt dienen bij nadere analyse van oorzaken van variatie en het ontwikkelen van interventies. 

Naar de publicatie

Oosterveld-Vlug, M.G., et al (2022) Evaluating quality of care at the end of life and setting best practice performance standards: a population-based observational study using linked routinely collected administrative databases. BMC Palliat Care 21(1); 51.

Meer informatie

Project Integraal Informatiesysteem Palliatieve Zorg

Contactpersoon
Laatst geactualiseerd: 3 juni 2022
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, jouw nieuws of een tool waar anderen (ook) baat bij kunnen hebben. 'Delen is vermenigvuldigen', zeggen ze wel eens. Maar ook suggesties of klachten over de vindbaarheid van informatie zijn zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.