Het belang van goede communicatie in de laatste levensjaren
Bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek
We gaan in gesprek met Jitse Schuurmans (43), die in de Achterhoek een wetenschappelijk actieonderzoek uitvoert vanuit de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Dit onderzoek richt zich op het beter inbedden van passende zorg in de laatste levensjaren binnen de zorgpraktijk. Om een diepgaand inzicht te krijgen, voert hij gedurende meerdere jaren gesprekken met zo’n vijftig cliënten, hun naasten en betrokken zorgprofessionals. Jitse: “Het zijn veelal mooie, ontroerende en emotionele gesprekken die draaien om ingrijpende keuzes in de laatste levensjaren, zoals waar iemand wil verblijven en welke medische behandelingen nog gewenst zijn. Naast medische beslissingen spelen ook persoonlijke vragen een rol, zoals wat iemand nog plezier en betekenis geeft in het leven. Deze wensen kunnen in de loop van de tijd veranderen.”
Zaadjes planten
Jitse geeft als voorbeeld een meneer met Parkinson die samen met zijn vrouw thuis woont. “Ze weten dat de zorg na verloop van tijd zwaarder zal worden, en de huisarts probeert daarom al vroeg het gesprek te openen over toekomstige keuzes. Wat als hij zich verslikt? Wil hij dan nog naar het ziekenhuis? En als de mantelzorg te zwaar wordt, kiest hij dan voor een verpleeghuis of wil hij koste wat kost thuis blijven?
In eerste instantie vinden de man en zijn vrouw het lastig om hierover na te denken; ze richten zich liever op het hier en nu. Toch blijven de gesprekken met de huisarts doorgaan, zonder dat er harde beslissingen worden vastgelegd. Ze spreken wel uit dat meneer het liefst zo lang mogelijk thuis wil blijven en dat ziekenhuisopnames alleen overwogen worden als het echt nodig is.
Wanneer zijn gezondheid uiteindelijk snel achteruitgaat, rijst de vraag opnieuw: wel of niet naar het ziekenhuis? Omdat ze hier eerder over hebben gesproken, is de beslissing gemakkelijker te maken. Meneer belandt op de spoedeisende hulp, waar de geriater opmerkt hoe helder hij en zijn vrouw weten wat ze willen: verlichting van benauwdheid, maar geen ingrijpende behandelingen meer.
Dit voorbeeld laat zien dat zulke gesprekken, ook zonder strikte afspraken, houvast bieden bij het maken van latere keuzes.”
Goede communicatie als sleutel voor passende zorg
Jitse: “Het helpt wanneer cliënten zelf een helder beeld hebben van wat ze wel en niet willen. Door hier tijdig over te praten, krijgen ze meer grip op hun eigen wensen. Tegelijkertijd hebben zij ook een verantwoordelijkheid om deze actief te blijven benoemen bij de verschillende professionals om hen heen.
Toch blijkt dat het doorgeven van informatie binnen de zorgketen niet altijd eenvoudig is. Dit komt deels doordat systemen niet goed met elkaar communiceren. Maar zelfs als systemen gekoppeld zijn, is dat geen garantie voor een goede overdracht. Informatie moet altijd worden begrepen in de context van de persoon. Er is vaak meer detail nodig om daadwerkelijk invulling te geven aan de wensen van de cliënt.
Daarom is een warme overdracht essentieel, vooral bij complexe situaties. Zorgverleners moeten niet alleen informatie uitwisselen, maar ook écht begrijpen wat de cliënt belangrijk vindt. Dit vraagt om zorgvuldige communicatie, zowel tussen professionals als met naasten, zodat iedereen een helder beeld heeft van de wensen en grenzen rondom de zorg. Een kort overleg of telefoontje kan hierbij een groot verschil maken.
Het multidisciplinair overleg (MDO) speelt hierin een belangrijke rol. Hier bespreken verschillende zorgprofessionals samen de cliëntsituatie, waardoor een gedeeld en eenduidig beeld ontstaat. Dit biedt ook ruimte voor reflectie: Hebben we voldoende helder wat de cliënt wil? Zijn we nog steeds de juiste dingen aan het doen?
Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat wensen en grenzen kunnen verschuiven, zeker in de laatste levensfase. Door voortdurend in gesprek te blijven, kunnen deze worden aangepast aan de veranderende situatie. Goede samenwerking en korte communicatielijnen tussen zorgverleners zorgen ervoor dat informatie niet alleen wordt doorgegeven, maar ook op de juiste manier wordt toegepast. Zo blijft de zorg steeds afgestemd op wat op dat moment passend is.”
Betrek naasten bij het gesprek
Hoewel cliënten vaak een beeld hebben van wat ze wel en niet willen, blijkt uit Jitse zijn onderzoek dat naasten hier niet altijd goed in zijn meegenomen. Jitse: “In een crisissituatie is het vaak de naaste die een beslissing moet nemen, bijvoorbeeld over een ziekenhuisopname. Een cliënt kan eerder hebben aangegeven niet meer naar het ziekenhuis te willen, maar als een naaste in paniek raakt en bang is om een dierbare te verliezen, kan de naaste toch anders beslissen. Zo gebeurt het soms dat een keuze wordt gemaakt die niet in lijn is met de wens van de cliënt.
Om dit te voorkomen, is het essentieel dat zorgprofessionals actief nagaan of naasten goed op de hoogte zijn. Door hen tijdig te betrekken bij gesprekken over zorgwensen en grenzen, kunnen zij in moeilijke momenten met meer vertrouwen de juiste beslissingen nemen.”
Eerste resultaten van het onderzoek
Samengevat geeft Jitse aan dat uit zijn onderzoek blijkt dat het niet per se aan systemen ligt als wensen en grenzen van een cliënt onbekend blijven. En dat het vooral cruciaal is dat naasten goed op de hoogte zijn. Daarnaast heeft het project passende zorg in de laatste levensjaren in de Achterhoek geleid tot belangrijke stappen in voorlichting, zoals informatie over ziekteverloop en mogelijke scenario’s, goedbezochte voorlichtingsbijeenkomsten door huisartsen en praktische hulpmiddelen zoals een longaanvalsplan. Dit helpt cliënten en hun naasten bewuster keuzes te maken en zich beter voor te bereiden op de toekomst.