Training palliatieve zorg voor het sociaal domein
Een interview met Marcella Tam van het Consortium Propallia, door Rob Bruntink
Wat was de aanleiding om met dit initiatief te starten?
“Vanuit de ervaringen die we hadden opgedaan in het project ‘Oog voor naasten en nabestaanden’, werd duidelijk dat we een verbinding moesten maken tussen de sector palliatieve zorg enerzijds en het sociaal domein anderzijds. Mantelzorgers hebben immers niet alleen baat bij professionals die in de zorg werken. Zij kunnen óók veel hebben aan de professionals uit het sociaal domein. Daarom hebben wij een bijeenkomst georganiseerd voor mantelzorgconsulenten. We hebben hen verteld over ons project ‘Oog voor naasten en nabestaanden’. Dit bevestigde onze gedachte dat we aan die verbinding moesten werken. In het begin van die bijeenkomst hoorde je mensen nogal eens zeggen: ‘We hebben eigenlijk niet zoveel met palliatieve zorg te maken’. Maar na afloop bleek iedereen overtuigd: ‘We hebben er allemaal mee te maken, alleen noemen we het niet zo’. Daaruit ontstond de gedachte een scholing over palliatieve zorg te ontwikkelen, niet alleen voor mantelzorgconsulenten, maar voor alle welzijnsmedewerkers die te maken kunnen hebben met patiënten en naasten in de palliatieve fase. Dus ook bijvoorbeeld voor ouderencoaches.”
Hoe hebben jullie dit aangepakt?
“We hebben eerst gekeken of er al zo’n training was. De enige die enigszins in de buurt kwam, was een cursus die José van Nus, senior maatschappelijk werker van hospice Kuria in Amsterdam, vanuit het BPSW (Beroepsvereniging voor Professionals in het Sociaal Werk) aanbood aan collega-maatschappelijk werkers. Deze scholing was wat meer gericht op professionals in de intramurale zorg, terwijl wij vooral de kant van de thuiszorg wilden belichten. We zijn met haar om de tafel gegaan en hebben in gezamenlijkheid een bredere scholing ontwikkeld, die zich op een wat grotere doelgroep richt en ook het thema ‘Oog voor naasten’ omvat, het regionale palliatieve aanbod belicht en de mogelijkheid tot samenwerking tussen zorg en welzijn verkent. Vervolgens hebben we in de Propallia-regio, onder meer in de Netwerken Palliatieve Zorg van de regio’s Leiden, Gouda en Den Haag, een paar pilots gedraaid. José is daar nadrukkelijk bij betrokken geweest. Zo verzorgde zij in het begin telkens het eerste dagdeel van de scholing. Vanwege haar drukke werkzaamheden zijn we inmiddels overgestapt naar docenten uit onze eigen regio.”
Waaruit bestaat de scholing?
“De scholing bestaat uit twee dagdelen, telkens twee ochtenden mét een aansluitende lunch. Tussen de eerste en de tweede lesdag zitten idealiter zo’n twee weken. In de eerste lesdag staan we stil bij de inhoud van palliatieve zorg. Wat valt er onder dat begrip en voor welke doelgroepen is het bedoeld? Wat doen jullie al met deze doelgroep? Zien jullie mogelijkheden tot samenwerking? Ook nodigen we een palliatief verpleegkundige uit om over haar werk te vertellen.
In die tijd tussen de eerste en tweede lesdag krijgen cursisten van ons de opdracht mee om naar hun dagelijkse werk te kijken en zich af te vragen wat ze nu – met de kennis die ze in de eerste lesdag hebben gekregen – anders zouden doen. Zo ‘dwingen’ we hen echt aan de slag te gaan met de informatie die we hen geven.
In de tweede lesdag besteden we aandacht aan ‘Oog voor Naasten en Nabestaanden’, gespreksvoering over thema’s die binnen palliatieve zorgverlening relevant zijn en het werk van Netwerken Palliatieve Zorg. Ook tijdens de tweede lesdag verkennen we met elkaar hoe samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals in de regio meer handen en voeten kan krijgen.
Iedere scholing werd gevolgd door zo’n 12-15 professionals. Dat is voor ons het ideale aantal. Met een dergelijke grootte is er veel ruimte voor het uitwisselen van kennis en ervaring. Dat heeft veel waarde. Dat merken de docenten, maar zagen we ook terug in de evaluaties.”
Wat heeft de scholing tot nu toe opgeleverd?
“Heel concreet gesproken hebben we inmiddels tientallen professionals van diverse welzijnsorganisaties in onze Propallia-regio bekendgemaakt met palliatieve zorg. In organisatorisch perspectief heeft dat eraan bijgedragen dat een aantal welzijnsorganisaties zich heeft aangesloten bij Netwerken Palliatieve Zorg, of dat overwegen te gaan doen. Daarmee is een structurele verbinding gerealiseerd tussen de sector palliatieve zorg en sociaal domein.
Aardig om te noemen is dat vanuit onze scholing een samenwerking tot stand is gekomen tussen een PaTz-groep en een welzijnsorganisatie (zie het interview met sociaal werker Annelies van Paridon). Zo wordt expertise vanuit het sociaal domein heel concreet ingebracht in de zorg. Dat is zeer waardevol. We merkten dat in het sociaal domein vaak de neiging bestaat zich terug te trekken als patiënten of naasten eenmaal intensiever met professionals uit de zorg te maken krijgen. De winst van onze scholing is dat cursisten het besef krijgen dat ze de patiënt of naaste niet moeten loslaten, maar vanaf dat moment samen met zorgverleners kunnen optrekken. Dat komt de kwaliteit van palliatieve zorg en ondersteuning ten goede.
Een ander mooi gevolg van de scholing is dat een aantal deelnemers nu ‘ambassadeurs’ zijn voor de samenwerking tussen zorg en welzijn. Zo geven ze binnenkort een themabijeenkomst hierover voor docenten verpleegkunde en docenten welzijn in het Onderwijsknooppunt van Propallia. Daarnaast zullen zij sprekers zijn in een nieuwe editie van de Onderwijstrein, op 1 november. Tijdens dat webinar zullen twee welzijnsmedewerkers vertellen over hun betrokkenheid bij de doelgroep van palliatieve zorg en hoe zij zijn in te zetten.”
Verliep alles volgens verwachting of waren er ook nog verrassingen?
“Alles verliep overwegend volgens onze verwachtingen. De eerste scholingen hebben we uiteraard geëvalueerd. Na een evaluatie hebben we een paar kleine aanpassingen doorgevoerd. De belangrijkste aanpassing lag in de randvoorwaardelijke sfeer en die kun je misschien ‘verrassend’ noemen: we merkten via de evaluatie hoe waardevol cursisten de aansluitende lunch vonden. Want juist in die tijd was er ruimte voor de cursisten om elkaar én de aanwezige docenten te spreken. De cursisten werken voor verschillende welzijnsorganisaties in een bepaalde regio. Tijdens de lunch konden zij uitgebreid netwerken en contacten leggen, zowel met elkaar als met de (regionale) zorgprofessionals. Dat bleek voor de alledaagse praktijk van grote waarde. Sinds we dat weten zien we de lunch als belangrijk onderdeel van de scholing. Die hoort er gewoon bij.”
Is de scholing geborgd?
“De scholing ligt er, en kan door alle Netwerken Palliatieve Zorg uit onze regio uit de kast worden gehaald. Vanuit Propallia adviseren we onze Netwerken een bepaald budget te reserveren om de komende jaren deze scholing regelmatig aan te bieden. Daarmee is de scholing in principe geborgd.
Ook andere regio’s kunnen de scholing gebruiken. We delen al onze lesmaterialen via Palliaweb,. Natuurlijk moet er specifieke lokale/regionale informatie aan de scholing worden toegevoegd, maar los daarvan is de scholing eenvoudig over te nemen.”
Wat kost de scholing?
“De kosten voor de scholing blijven grotendeels beperkt tot de kosten die je als organisatie moet maken voor het inschakelen van een docent, de lunch en de zaalhuur. Wij hielden de training vaak in een pand van een welzijnsorganisatie. Daardoor waren de kosten voor de zaalhuur minimaal.”
Zijn er do’s and dont’s te noemen voor NPZ’en die de scholing willen overnemen?
“Het belangrijkste is dat je de training zoveel mogelijk aan een concrete samenwerking in de praktijk koppelt. Bijvoorbeeld door deelname aan een PaTz-groep te stimuleren, of proactief een welzijnsorganisatie aan een zorgorganisatie te koppelen. Dan heeft de training de grootste waarde. Anders loop je het risico dat het ‘slechts een training is’ en dat de kennis niet beklijft, of niet concreet omgezet wordt in een bepaalde waarde voor de cliënten die de welzijnsmedewerker in de praktijk ontmoet. Daarnaast zul je de training moeten aanpassen aan de lokale situatie, zodat cursisten kunnen kennismaken met het beschikbare zorgaanbod in de eigen regio.”