Oorzaken

Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen predisponerende, uitlokkende en onderhoudende factoren.

Predisponerende factoren

Predisponerende factoren voor het optreden van slaapproblemen in de palliatieve fase zijn bepaalde vormen van kanker (m.n. long- en borstkanker) en een slechte lichamelijke toestand c.q. performance status. Daarnaast treden ze vaker op bij scheiding, lagere sociaaleconomische status, slaapproblemen in de familie en slaapproblemen in de voorgeschiedenis. Pre-ëxistente slaapproblemen komen voor bij 19-66% van de patiënten. Ook bij hyperactiviteit en een voorgeschiedenis met andere psychopathologie (depressie, manie, acute of posttraumatische stressstoornis, angststoornis, misbruik of afhankelijkheid van middelen) ontstaan vaker slaapproblemen. Er is (in tegenstelling tot de algemene populatie) geen aantoonbare invloed van leeftijd of geslacht op slaapproblemen bij patiënten in de palliatieve fase.

Uitlokkende factoren

De volgende uitlokkende factoren kunnen aanleiding geven tot het daadwerkelijk optreden van slaapproblemen:

  • ongewenste slaaphouding; slechte kwaliteit van bed, matras en/of hoofdkussen
  • onvoldoende behandelde of behandelbare lichamelijke symptomen als gevolg van ziekte, behandeling of comorbiditeit (m.n. pijn, mictieproblemen zoals urineretentie, nachtelijke mictie of incontinentie, diarree, dyspnoe/orthopnoe, nachtelijke hypoxie (zuurstoftekort) en/of hypercapnie (stapeling van koolzuur) (bijv. bij ALS of COPD), zuurbranden, jeuk, hoesten, misselijkheid, slaapapnoe syndroom, restless-legssyndroom (RLS), periodic leg movements disorder (PLMD) en myoclonieën door andere oorzaken). Ongecontroleerde symptomen kunnen leiden tot een vicieuze cirkel, omdat het tekort aan slaap de beleving van de symptomen kan versterken, waardoor de patiënt weer slechter slaapt
  • verstoring van het dag-en-nachtritme bij de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie alsmede bij andere neurologische aandoeningen (bijv. ziekte van Parkinson, ziekte van Huntington, syndroom van Gilles de la Tourette en ALS
  • onrust, verwardheid en/of delier
  • piekeren en bezorgheid over de ziekte en de gevolgen daarvan (voor de naasten) en/of gevoelens van hopeloosheid
  • depressie, spanning of angst
  • bijwerkingen van medicatie en/of behandeling: 
    • opioïden (als gevolg van een afname van de periodes met REM-slaap, verstoring van het dag-en-nachtritme, optreden van nachtelijke myoclonieën of (zeer zelden) ademdepressie (hypoxie en/of hypercapnie), bij gebruik van opioïden
    • activerende werking van middelen als corticosteroïden, metoclopramide, NSAID's, stimulerende antidepressiva, amfetamines (inclusief methylfenidaat), theofylline, anti-epileptica en schildklierpreparaten 
    • levendige dromen en nachtmerries bij gebruik van lipofiele bèta-blokkers en anti-Parkinsonmiddelen 
    • onttrekkingsverschijnsel na acuut staken van medicatie, met name van benzodiazepinen, opioïden of corticosteroïden
    • nachtelijke onttrekkingsverschijnselen of reboundfenomenen bij overdag toegediende sedativa zoals benzodiazepinen met een korte halfwaardetijd. Bij zeer korte halfwaardetijd kan zelfs toediening 's avonds doorslaapproblemen in de hand werken
    • nachtelijke opvliegers bij vrouwen met borstkanker en mannen met prostaatkanker, die hormonaal worden behandeld
    • bijwerkingen (bijv. misselijkheid, braken of pijn) van antitumortherapie (chirurgie, radiotherapie, chemotherapie)
  • bijwerkingen van middelen:
    • (excessief) gebruik van alcohol of cafeïnehoudende dranken in de avonduren
    • acuut staken van alcohol of roken
  • omgevingsfactoren en/of hospitalisatie, leidend tot gebrek aan privacy, nachtelijke onrust en verstoring van het dag-en-nachtritme

Onderhoudende factoren

Als er eenmaal slaapproblemen bestaan, kunnen ze worden onderhouden door gedrag en inadequate gedachten.

Met gedrag wordt in dit verband vooral bedoeld verkeerde slaaphygiëne, frequent veranderen van slaap- en waaktijden, verminderde activiteit, veel slapen overdag en langdurig onjuist gebruik van slaapmedicatie. Slaaphygiëne is het totaal aan activiteiten dat leidt tot slapen. Deze activiteiten zijn erop gericht om tot rust te komen.

Inadequate gedachten over slaapproblemen of mogelijke invloeden daarop kunnen ook leiden tot blijvende slaapproblemen. Voorbeelden van inadequate gedachten zijn: 'Ik moet acht uur slapen om goed te kunnen functioneren'; 'Ik kan niet meer slapen'; 'Niets lukt meer omdat ik niet goed kan slapen'; 'Alles komt door de behandeling van mijn ziekte'; 'Als ik niet goed slaap, zal mijn ziekte verergeren'.

Vernieuwde weergave Pallialine
Zoals u ziet heeft Pallialine een nieuw uiterlijk gekregen. Aan de inhoud van de richtlijnen is niets gewijzigd.