Dood uit de pot-bijeenkomsten
Dood uit de pot-bijeenkomsten, een interview met Luzette de Wind door Rob Bruntink
In Drenthe worden sinds 2023 ‘Dood uit de pot-bijeenkomsten’ gehouden, gericht op het vergroten van kennis over palliatieve zorg onder de bevolking. Na een grondige evaluatie in 2025, is er gekozen voor een vast stramien van de avonden. Op gestructureerde wijze komen deelthema’s als palliatieve zorg, praktische keuzes, levenseindewensen, levensvragen en het notariaat aan de orde. Het programma wordt onderbroken door een pauze, waarin er tijd is voor een soep en een broodje. Voor de bijeenkomsten zijn onder meer een PowerPoint-presentatie en gesprekskaarten gemaakt. Deze zijn over te nemen door andere Netwerken Palliatieve Zorg.
Wat was de aanleiding om met dit initiatief te starten?
De behoefte bij onze Netwerken Palliatieve Zorg om de Drentse bevolking te informeren over palliatieve zorg en alle keuzes die daarbij horen.
Hoe hebben jullie dit aangepakt?
In de jaren 2023 tot en met 2025 hebben we 21 ‘Dood uit de pot-bijeenkomsten’ gehouden. Eind 2025 hebben we een grondige evaluatie uitgevoerd, en de bijeenkomsten een ander karakter gegeven. Waar de bijeenkomsten eerst in het teken stond van ‘zenden’ (er waren bijvoorbeeld lezingen van een huisarts, wijkverpleegkundige, geestelijk verzorger en notaris), hebben we er vanaf 2026 voor gekozen om de bijeenkomst een interactief karakter te geven. Met een gespreksleider die hulpverleners interviewt, stellingen en ook – nog steeds – af en toe een lezing erbij.
Bij de organisatie van de bijeenkomst werken de NPZ’en meestal samen met een huisartspraktijk. Sommige bijeenkomsten zijn openbaar toegankelijk voor inwoners, terwijl andere bijeenkomsten op uitnodiging plaatsvinden. In dat geval nodigt de huisartspraktijk een selectie van ingeschreven patiënten uit, bijvoorbeeld op basis van een doelgroep- of leeftijdscriterium.
De bijeenkomsten worden vaak in een buurthuis gehouden. Ze starten meestal om 16.30 uur en eindigen om 19.00 uur. Ergens in het programma is er een pauze. Dan is er soep en een broodje voor iedereen. Die pauze is vrij cruciaal. Enerzijds onderbreekt dit de anders wel heel lange zit, anderzijds geeft de verstrekte informatie genoeg aanleiding om er met elkaar over van gedachten te wisselen.
Welke inhoud kent het programma?
Het programma kent een gestructureerde inhoud. We hebben twee persona’s ontwikkeld: Mien en Roelof. Hun verhaal zorgt voor de rode draad in ons programma. Eerst vertelt de gespreksleider in het kort iets over palliatieve zorg. Daarna stellen we Mien voor via een animatie met voice-over. Mien is een echte Drentse vrouw van 75 jaar, die van fietsen en zwemmen houdt. Sinds enkele maanden ervaart Mien dat er iets verandert. Ze wordt sneller moe en heeft vage klachten die blijven hangen. In eerste instantie denkt ze: ‘Ach, het zal de leeftijd wel zijn’, maar als het aanhoudt, besluit ze om naar haar huisarts te gaan. Die neemt haar klachten serieus en stuurt haar naar het ziekenhuis. Na meerdere onderzoeken zit ze in de spreekkamer tegenover de arts. Ze hoort de woorden: ‘U wordt niet meer beter’. En hoewel ze natuurlijk er bewust van is dat het leven eindig is, is de boodschap toch zwaar.
Vanaf dat punt volgen we Mien in haar ziekteperiode. Mien kijkt welke praktische keuzes ze kan maken. Dus komen onderwerpen als de uitvaart, digitale nalatenschap, orgaandonatie en de erfenis aan de orde. Vervolgens zoomen we in op levenseindewensen. Zo staan we stil bij ‘het gewone sterven’, bewust stoppen met eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen (BSTED), palliatieve sedatie en euthanasie. Na de pauze (van zo’n 45 minuten) gaan we verder met de levensvragen die bij Mien worden opgeroepen door haar situatie. Zoals:
-
“Hoe wil ik eigenlijk herinnerd worden?”
-
“Heb ik iets verkeerd gedaan in mijn leven?”
-
“Wat maakt mijn leven nu nog de moeite waard?”
-
“Wie ben ik nog, nu ik weet dat ik doodga?”
De avond eindigt met informatie over het (levens)testament. Onze ervaring is dat een dergelijk praktisch thema een belangrijke ‘trekker’ is. Goed om te noemen trouwens is dat we de persona Mien geen specifieke ziekte hebben gegeven. Dat voorkomt dat je palliatieve zorg exclusief verbindt met een bepaalde ziekte. Het zorgt ervoor dat je tijdens de bijeenkomst de gehele breedte van palliatieve zorgdoelgroepen kunt includeren: van kanker tot hartfalen, van ALS tot COPD.
Tijdens de bijeenkomst interviewt een gespreksleider een aantal zorgverleners. De gespreksleider is meestal een professional uit het sociaal domein. Zo komen zowel het sociaal domein als de gezondheidszorg aan de orde. Bij ieder inhoudelijk thema geven we informatie. Het gebruik van stellingen is daarbij een praktisch hulpmiddel. Denk aan stellingen als ‘Palliatieve zorg krijg je alleen van de dokter’.
Na afloop krijgen de bezoekers een goodiebag mee. Daarin zit onder meer een gespreksstarter, een informatieve flyer over de inhoud van de avond en een speciaal ‘Dood uit de pot-theezakje’.
Schrikt het woord ‘dood’ in de titel de mensen niet af?
Sinds 2023 maken we gebruik van de titel ‘Dood uit de pot’. Tijdens de evaluatie in 2025 merkten we dat dit bij sommige mensen weerstand opriep. Hoewel de meerderheid het geen probleem vond, was er een groep die de titel te hard vond. We hebben er toen voor gekozen om de titel te behouden, maar ook wat aan te kleden met luchtigheid. Zo is er een logo gekomen met een delftsblauwe theepot, met een hartje erbij. Dat haalde de scherpste kantjes er vanaf, en we merken dat de drempel om een Dood uit de pot – bijeenkomst te organiseren lager is geworden.
Is het initiatief over te dragen naar andere regio’s?
De rode draad in onze bijeenkomst wordt gevormd door Mien, een persona die misschien niet in alle delen van Nederland herkenbaar is. Maar in Groningen, Friesland en Overijssel kan die waarschijnlijk goed gebruikt worden. In andere provincies zijn wellicht wat aanpassingen nodig. Het programma van de bijeenkomst is daarentegen in heel Nederland te gebruiken.
Hoe gaat het met de samenwerking met andere partijen?
Bij het organiseren van de bijeenkomsten werken we samen met huisartspraktijken, thuiszorginstellingen, welzijnsinstellingen en vrijwilligersorganisaties. De samenwerking verloopt goed. Dat komt vooral omdat iedereen weet wat er staat te gebeuren. Er is immers een vast draaiboek, met een vaststaande PowerPoint-presentatie. De bijeenkomst heeft voor de samenwerkende partijen als voordeel dat zij in korte tijd een grote groep mensen kan bereiken met het aanbod dat zij beschikbaar hebben voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn.
Vanuit de hoek van de huisartsen heb ik weleens de opmerking gehoord dat bijeenkomsten als ‘Dood uit de pot’ voor een hausse aan huisartsbezoeken zou zorgen, van mensen die direct in de dagen na de bijeenkomst hun levenseinde willen bespreken en hun wensen willen laten vastleggen. Dat valt reuze mee. Bovendien maken we tijdens de avond zelf altijd de kwinkslag: ‘Bezoek nou niet allemaal morgen uw huisarts, dan loopt zijn spreekuur vast, maar maak een afspraak rond uw verjaardag.’ Dat helpt die verwachte hausse misschien voorkomen.
Hoe borg je het project, of hoe zorg je ervoor dat de interventie duurzaam is?
Voor 2026 en 2027 hebben we de ambitie dat in alle 14 gemeenten van onze Netwerkregio’s minstens vier bijeenkomsten worden gehouden. De financiering van de bijeenkomsten is gegarandeerd tot het eind van 2027, omdat de reeks een onderdeel is van het Transformatieplan Palliatieve Zorg Drenthe & Steenwijkerland. Dit plan heeft een looptijd tot eind 2027.
De noodzaak om mensen te informeren over palliatieve zorg, en de bevolking te stimuleren tijdig over hun levenseinde na te denken, houdt natuurlijk niet op na 2027. Zeker in Drenthe niet, waar naar schatting meer dan 30 procent van de bevolking ouder is dan 60 jaar.
We zijn ook aan het verkennen hoe we na 2027 verdergaan. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om in de vier subregio’s van ons werkgebied een kartrekker te benoemen die de ‘Dood uit de pot-bijeenkomsten’ ook na 2027 onder de aandacht blijft brengen. Zij kunnen terugvallen op alle materialen die we momenteel gebruiken, zoals een draaiboek, de PowerPoint-presentatie en de gesprekskaart.
Welk advies heb je voor andere regio’s of organisaties die iets vergelijkbaars willen doen?
Het belangrijkste wat je hierbij moet doen is aansluiten bij de inwoners. Dus: niet alleen overbrengen wat jij denkt dat belangrijk is om te vertellen, maar eerst horen wat de informatiebehoefte van de inwoners is, en dáár je programma op afstemmen. Tweede advies: hou het zo laagdrempelig mogelijk. Bij voorbeeld door zo weinig mogelijk jargon te gebruiken, interactiemogelijkheden in te bouwen en een maaltijd eraan toe te voegen. Daardoor kunnen mensen even op adem komen. Dat is nodig, want voor de meeste inwoners is het een zwaar onderwerp. Hieronder valt ook de ‘keep it simple-boodschap’: je kunt er allerlei toeters en bellen omheen organiseren – een informatiemarkt, een optreden van de Bedside Singers, et cetera – maar daarmee maak je het voor jezelf een stuk ingewikkelder om het te organiseren, terwijl je er geen extra mensen mee bereikt. Derde en laatste advies: organiseer het samen met verschillende organisaties, van thuiszorg en sociaal domein tot vrijwilligersorganisaties tot huisartsen. Niet alleen omdat je zo een compleet beeld geeft van de beschikbare palliatieve zorg en ondersteuning, maar ook omdat dit goed is voor je relaties.
Wat kost de organisatie van zo’n bijeenkomst?
Los van de arbeidskosten, kost de organisatie van iedere bijeenkomst zo’n 500 à 1000 euro per keer. Een deel van de kosten gaat naar zaalhuur. Meestal vindt de bijeenkomst plaats in een buurthuis. De kosten daarvan zijn relatief gering. Catering is een tweede belangrijke post. In mijn ervaring vragen de zorgprofessionals die aan de avond meedoen geen honorarium. En soms zijn er zelfs mogelijkheden voor sponsoring. Dan vindt een lokale ondernemer het initiatief zo waardevol, dat hij in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen een bijdrage doet. Bijvoorbeeld door het eten te verzorgen.
Contact:
Luzette van de Wind, projectleider Transformatie Palliatieve Zorg Drenthe en Steenwijkerland
l.dewind@transformatieteam.com
06 2758 4417